11 Feb 2010

De tweede maal dat we in Eerbeek waren vond ik het daar zo mogelijk nog leuker dan de eerste keer. Dat kwam omdat ik bevriend raakte met twee kinderen van m’n leeftijd.
Toontje en Riekie woonden een paar minuten lopen van de villa Calluna Alba in een vrijstaand huis aan de Harderwijkerweg, die toen nog niet verhard was. Bij hun huis hoorde een groot stuk grond waarop twee kippenhokken en een varkenshok stonden. En er was natuurlijk een moestuin met groente en fruit. Daar weer achter begon het bos.
De ouders van Toontje en Riekie waren overigens geen boeren maar net zoals de meeste mensen in die buurt hielden ze er voor eigen gebruik wat kippen op na en een varken. Hun vader werkte als chauffeur bij één van de papierfabrieken.
Tijdens die periode maakte ik kennis met een wereld die volkomen nieuw voor me was.

De thuisslacht
Een hele gebeurtenis vond ik het toen het varken geslacht werd. Toontjes vader kocht eenmaal per jaar een jonge big en die werd vervolgens met restanten van de dagelijkse maaltijd, ondermelk van de melkfabriek en ander voedsel gemest tot hij groot en dik genoeg was.
Op een gegeven dag was dat zo ver en de slager werd dan uitgenodigd om het beest volgens de regelen der kunst te slachten. Nadat hij dat gedaan had werd het varken in lengterichting opengesneden en op een ladder vastgemaakt die schuin tegen een muur stond. Daar hing het dan in al z’n glorie.
Natuurlijk stonden wij overal met onze neuzen bovenop om maar niets van de gebeurtenissen te missen. Wat zat er veel vlees aan zo’n beest. Maar dat moest natuurlijk wel een bestemming krijgen. Ik vraag me nu af wat ze ermee gedaan hebben. Vrieskasten had je nog niet in die tijd.
In ieder geval werd een groot deel tot worst verwerkt waarvoor ze de darmen van het beest gebruikten. Ik zie nog voor me hoe Toontjes moeder samen met een buurvrouw bezig was met die meters blauwachtige darm, waar de poep uitgespoeld moest worden.
En hoe het vlees voor die worst gemalen moest worden voor het in die darmen gestopt kon worden. Natuurlijk vlogen er talrijke vliegen in het rond. Vliegen behoren bij het boerenland, net als de kleverige slingers, die aan een lamp of aan het plafond hangen om die vliegen te vangen.
De worst werd daarna als ik me niet vergis gerookt. In de schouw van de haard hing daarom altijd een hele verzameling worsten en hammen.
Over de bestemming van de rest van het vlees kan ik slechts gissen. Misschien werd dat wel ingemaakt of gepekeld. Al met al moest er twee dagen hard gewerkt worden.
Een weekje daarna kregen we van Toontjes moeder de eerste boterham met verse worst. Lekker? Ja, meer dan dat. Ik heb nooit meer zo’n lekkere worst gegeten.

Werken à la campagne
Ik raakte trouwens ook op een andere manier aardig vertrouwd met het boerenleven omdat aan de overkant van de zandafgraving achter ons huis de boerderij van boer Brink lag. Brink was een echte boer en hij bezat koeien, varkens, kippen, korenvelden en weet ik veel wat nog meer. Daar heb ik heel wat uurtjes doorgebracht.
Ik hielp Harm, het moet een zoon van Brink zijn geweest, met het voeren van de dieren en andere werkjes op de boerderij. Hij zal het ongetwijfeld wel gemakkelijk hebben gevonden. Mmm, ik ruik nog die typische geur van varkens en koeien op de boerderij, vond het wel lekker.
Boer Brink had drie of vier volwassen varkens en er was er altijd wel een, die kleintjes had. Meestal tussen de tien à vijftien die ongelooflijk tekeer konden gaan als ze honger hadden.
Wat er met al die kleintjes gebeurde weet ik niet. Ik denk dat ze verkocht werden aan al die vaders van de plaatselijke Toontjes om gemest te worden.
Op de boerderij heb ik m’n eerste geld verdiend. Er was namelijk dagelijks hout nodig voor het kookfornuis en Harm had al gauw in de gaten dat ik dat kloven van grote houtblokken wel een leuk werkje vond. Omdat het niet tot zijn favoriete bezigheden behoorde liet hij het vaak door mij doen. Maar eerlijk is eerlijk, hij stelde er ook iets tegenover. Op deze manier heb ik heel wat kwartjes verdiend
In de omgang met dieren ging het er niet altijd zachtzinnig aan toe op de boerderij. Als de dieren niet luisterden kregen ze al vrij vlot een klap met een klomp of een stuk hout.
De koeien die ’s winters op stal stonden, hadden ook geen benijdenswaardig bestaan. Ruimte om te lopen hadden ze niet. Vòòr ze stond de voedertrog, achter ze de schijtgoot.
Het meest opmerkelijk vond ik het slachten van een kip. Brink of Harm vingen dan zonder veel omhaal een exemplaar, dat luid kakelend bezwaar aantekende tegen deze behandeling. Tevergeefs. Op de bovenkant van een afrasteringpaaltje langs het land sloegen ze vervolgens met een bijl het angstige beest in een klap de kop af. Het onthoofde exemplaar werd daarna losgelaten en fladderde/liep nog zo’n meter of twintig in het rond voor het definitief de geest gaf.
Ik weet niet wie er op dat soort momenten het meest verbaasd was. Ik omdat die kip zonder kop nog even ronddraafde of Brink omdat ik dat zo gek vond. In ieder geval heb ik op deze wijze meermalen gezien waar de uitdrukking “Ronddraven als een kip zonder kop” vandaan komt.
In Eerbeek ben ik nog een tijdje ziek geweest, hoewel ziek, volgens mij mankeerde ik niets maar ik zag gewoon wat bleek en was misschien een beetje moe. In ieder geval moest ik een keertje naar de dokter of misschien kwam die wel aan huis, dat weet ik niet meer.
Achteraf heb ik gehoord dat de dokter dacht dat er iets met m’n nieren aan de hand was en ik moest een tijd lang iedere middag op bed rusten. Liggen op bed in één van de slaapkamers. Dat verveelde natuurlijk al heel gauw. Ik had echt geen slaap ’s middags en spookte daarom meestal door de andere kamers en de zolder op zoek naar iets te lezen.
De nierkwaal, voor zover daar al sprake van was, is in ieder geval na een tijdje vanzelf overgegaan.
Terugkijkend op die periode was het een prachtige tijd waarin ik kennis maakte met het leven op het platteland. Ik heb er van genoten.

Naschrift d.d. 23.3.2012
Tijdens een eendaags bezoek aan Eerbeek op een zondag begin maart 2012 aan park Coldenhove hebben we tijdens de wandeling ook de villa Calluna Alba weer even bezocht dat wil zeggen, we zijn er langs gewandeld. Toen we daarna langs de boerderij van Brink wandelden werden we door de bewoners van het aangrenzende huis uitgenodigd om even binnen te komen. We troffen binnen een groot gezelschap en nadat ik had verteld wie we waren en de reden van onze nieuwsgierigheid bleek dat we met onze neus in de figuurlijke boter waren gevallen. Een deel van de aanwezigen was namelijk familie van boer Brink. Die was uiteraard al tijden geleden overleden. Maar zij konden zich tante Mieke nog goed herinneren. Ook dat er tijdens de oorlog regelmatig onderduikers logeerden. Er was natuurlijk heel wat veranderd in de buurt. De zandafgraving tussen Caluna Alba en de boerderij bijvoorbeeld was na de oorlog met afval dichtgegooid en beplant met struiken..
Het kerkje had na het overlijden van tante Mieke nog jaren dienst gedaan als jeugdhonk maar was door onbekende oorzaak afgebrand en verder gesloopt.
De boerderij van Brink was al jaren onbewoond en stond op het punt gesloopt te worden.
En Toontje? Die was al een aantal jaren geleden overleden. Maar Riekie leefde nog en woonde in Brummen.
Er vloog kortom een uur voorbij met het ophalen van herinneringen. Aardige mensen die ons met foto’s zestig zeventig jaar terug brachten in de tijd.

 


[begin]