21 Jul 2011

Dinsdagavond 22 maart. Het is half tien. En weer was het lenteweer vandaag.
Overal schudt en borrelt het in de wereld maar in Nederland schijnt de zon en afgezien van de verontwaardiging over een stel zichzelf verrijkende bankdirecteuren en de misser met een marinehelikopter doen we of er niets aan de hand is.
Vandaar dat wij het weekend een bezoekje brachten aan de Rivierenbuurt in Amsterdam. Het groen in het Amstelpark was nog niet verder gevorderd dan aarzelende pogingen om uit te botten maar wat maakte het uit. Venetië in de Scheldestraat was al open en we trakteerden onszelf op een ijsje. De buurt ziet er oppervlakkig bekeken nog bijna hetzelfde uit als vijftig jaar geleden maar dat is maar schijn. Het Scheldeplein is veranderd in een bouwput voor de NoordZuidlijn. En nooit zal er meer gevoetbald worden door de jongetjes uit de buurt op het opgespoten land waar nu de RAI staat.
Vandaag vereerden we de Hofstad met een bezoek. Een mooie gelegenheid om kennis te maken met het werk van James Ensor in het Gemeente Museum. Ensor, Belg, geboren in 1860, viel als beginnend schilder op door z’n realistische weergave van interieurs, portretten, landschappen en zeegezichten. Later veranderde hij totaal van richting. Dat resulteerde in een reeks van schilderijen met groteske figuren en gemaskerde poppen. Het deed me een beetje denken aan sommige chansons van Jaques Brel als die de burgerij in België bezingt – de vette burgerkliek – of het vlakke Vlaamse land.
En voor de rest zou ik zeggen, pak een stoel en geniet nog even van de lente.

22 maart 2011

erJeetje


[begin]

Reageer!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *