30 Jan 2010

Volgens een goed Nederlands gezegde komt aan alles een end. Dat gold dus ook voor de winter van 1944-1945. Er kwam een einde aan de kou en de eerste tekenen van de lente kondigden zich aan. Maar wat niet verdween was de voedselschaarste. De honger bleef en ook leek het of er nooit een einde aan de oorlog zou komen.
Dat gold in ons land echter alleen voor de provincies Utrecht en Noord- en Zuid-Holland. De rest van het land was al kortere of langere tijd bevrijd. Het wachten was op de val van Berlijn en de overgave van de Duitsers.


Om iets aan de nood van het hongerend deel van Nederland te doen gingen de Amerikanen en Engelsen eind april in onderhandeling met de Duitse rijkscommissaris voor het nog bezette gebied, Seyss-Inquart, en deze ging ermee akkoord dat Engelse en Amerikaanse vliegtuigen voedseldroppings zouden uitvoeren boven een aantal vliegvelden en andere terreinen.

Op aangeplakte pamfletten van de illegale Pers was deze afspraak bekend gemaakt en vol verwachting keken we dus uit naar deze gebeurtenis. De precieze datum waarop het gebeurde weet ik niet meer. Negenentwintig april wordt genoemd en ook 2 en 3 mei. In een officieel rapport van de gemeente Amsterdam wordt 30 april genoemd. In ieder geval verschenen op een van die dagen ’s ochtends vroeg de eerste vliegtuigen. Het werd een prachtige voorstelling die we vanuit ons huis in de Scheldestraat goed konden zien.
Zware bommenwerpers, volgeladen met voedselpakketten, naderden ’s ochtends uit oostelijke richting en vanuit ons raam zagen we hoe ze na het passeren van de huidige woonwijk Buitenveldert hun last uitwierpen. Als kleine zwarte puntjes zag je die naar beneden vallen op een plaats waarvan we veronderstelden dat ’t het oude Schiphol aan de Ringvaart was. Dat laatste bleek te kloppen. Deze fantastische voorstelling ging bijna de gehele dag door.
Zo simpel als ik het hier heb opgeschreven was het een van de mooiste dingen die ik ooit heb meegemaakt.
Misschien was het wel een druppel op de gloeiende plaat maar het gaf natuurlijk een geweldige stimulans om nog even vol te houden.
We waren echt aan de laatste loodjes bezig.

Het sorteren van de pakketten nam daarna zoveel tijd in beslag dat pas op 12 mei met de uitdeling aan ernstige zieken begonnen kon worden. De rest van de bevolking kwam pas op 17 mei aan de beurt en kreeg toen per persoon 100 gram boter, een blikje worst of kaas, een tablet chocola en wat thee.
Hoewel de voedselsituatie geleidelijk werd verbeterd en van alle kanten met militaire vrachtwagens voedsel werd aangevoerd was dat voor de inwoners van Amsterdam pas in de tweede helft van mei merkbaar.
Nog herinner ik me de biscuits die we toen kregen. “Niet minder dan 900 gram per persoon,” zegt het gemeenterapport dat ik later in handen kreeg. “Tot uitbundige vreugde van alle Amsterdammers, van wie de jeugdigen uit puren levenslust de leege biscuitsblikken tot trommels promoveerden.” En er vlotten van maakten waarmee werd gevaren op de grachten herinner ik me uit eigen waarneming.
Last but not least draaiden de centrale keukens (wij noemden het de gaarkeuken) half mei weer op volle toeren waarbij dagelijks aan 450000 mensen een warme maaltijd werd uitgedeeld.
Het ging dus beter na de bevrijding maar de eerste maand echt nog maar mondjesmaat.

 


[begin]