24 Jan 2010

Na ons bezoek aan Eerbeek en Deventer heb ik met Lia en m’n jongste zuster in 2002 een rondrit door noordelijk Nederland gemaakt en daarbij Appelscha en Apeldoorn bezocht. Door de polders waar ooit de boot naar Lemmer dagelijks z’n baantje heen en weer trok, reden we via Almere, Leliestad en Emmeleroord naar Friesland.
De stilte en de weidsheid van het landschap onderweg was overweldigend. Wat een ruimte. De enige dissonant was het grote aantal windmolens waarmee groene elektriciteit wordt opgewekt. Nuttig en toekomstgericht maar dat moet toch anders kunnen. Natuurlijk moet je de wind gebruiken als energiebron maar ik maak me sterk dat zoiets minder horizonvervuilend en zonder die gigantische propellers op stalen masten kan.
Appelscha stond als eerste doel op ons programma. De plaats ligt aan de Opsterlandse Compagnonsvaart en ik kon me nog herinneren dat we een tijdje gewoond hebben in een boerderij aan het kanaal, een endje van de brug.

Toen we er arriveerden bleek al snel dat het niet eenvoudig zou zijn om die plaats terug te vinden. Niet alleen omdat er veel gebouwd is in dit voor vakantiegangers aantrekkelijke gebied. Er bleken inmiddels twee bruggen te zijn.
Maar goed, na een paar keer heen en weer rijden viel m’n keuze toch op één van de twee vanwege de schuin aflopende oever. M’n jongste broer is daar nog een keer dwars door de brandnetelbegroeiing naar beneden gerold. Huilen geen gebrek en ik geloof dat m’n moeder hem toen in de azijn heeft gedompeld om iets tegen de pijn te doen.
Er stonden een paar boerderijen maar ze riepen geen enkele herinnering bij me wakker. En de riek waarmee ik mezelf ooit aan de grond had genageld was er uiteraard niet meer.
We hebben ook nog even naar de schoenenwinkel gezocht waar m’n jongste zuster haar Robinson-sandalen had gekocht? Maar die was met het merk Robinson verdwenen.

Niets herinnerde ook meer aan het lokale stoomtrammetje dat aan de overkant reed. Zelfs de rails waren weg. En stond dat hoge silogebouw aan de overzijde er al tijdens ons korte verblijf in 1940? Ik wist het niet meer.
Het grappige was dat die silo, toen ik ’s avonds in bed alles nog eens aan m’n oog voorbij liet trekken, plotseling terug kwam als element dat ik me herinnerde. Even waande ik me terug in 1940 en zat aan de kant van het kanaal te kijken naar m’n vader die met m’n oudste broer aan het vissen was. In de verte floot de stoomtram en bij het silogebouw aan de overzijde reden wagens af en aan om hun lading te lossen.

Maar van dat beeld was dus niet veel overgebleven. En het weggetje dat aan onze kant van het kanaal naar het bos en het natuurbad liep, was veranderd in een brede straatweg met links en rechts woonhuizen en bungalows.
We hebben bij het café op de hoek wat gegeten en geprobeerd om daar wat informatie over vroeger los te peuteren. Maar dat leverde niets op, kon ook niet want de eigenaar en z’n vrouw waren dertigers die de zaak pas een paar jaar geleden hadden overgenomen.

Verder naar Apeldoorn
Nadat we wat gegeten hadden reden we tijdens de rit van Appelscha naar Apeldoorn eerst langs één van de vele kanalen, die zowel Friesland als Drente doorsnijden. Misschien had m’n moeder daar als meisje wel gelopen. Op het jaagpad, zwoegend met haar vader en haar broer in een tuigwerk om het vrachtschip van de familie voort te trekken; omdat er geen wind was op zo’n dag en omdat de boot geen motor had.
Die kanalen zijn gebleven maar worden al lang niet meer gebruikt om vracht te vervoeren. Nu varen er alleen nog maar grote plezierjachten.
Apeldoorn beloofde meer succes omdat het adres van onze tijdelijke verblijfplaats in die plaats bij m’n zuster in haar geheugen gebeiteld zat. Badhuisweg 86, dat moest niet kunnen missen.
Met de plattegrond in de hand hadden we niet veel moeite om het te vinden. Alles klopte, ook de straten in de omgeving. Er was niet zoveel veranderd tot we voor nummer 86 stopten. Een huis in een rij van vrijstaande huizen. Sloeg de flits van herkenning toe? Nee dus en dat kon ook moeilijk omdat nummer 86 zichtbaar afweek van de rest. Wat wij zagen was een huis dat er veel nieuwer en daardoor moderner uitzag dan de andere. Naar schatting was het niet ouder dan tien jaar.
Uitgerekend het enige huis dat was vervangen door nieuwbouw.

Herinneringen ophalen
Een beetje teleurgesteld reden we wat later in de richting van Hoenderlo om daar wat bij te komen. Onderweg gaven we ons over aan het ophalen van herinneringen.
M’n zuster vertelde dat het aantal poezen van tante Mieke in Eerbeek minstens zeven was. Sommige mochten binnen eten, in de huiskamer bij de kachel. Dat moet een voorstelling op zich zijn geweest omdat er dan ook twee of drie muizen tevoorschijn kwamen die mee kwamen eten. Een voorstelling van Tom en Jerry die mij niet was bijgebleven.
In haar herinnering had ze m’n jongste broer en mij een paar keer bezocht tijdens ons verblijf in het kinderhuis in Eerbeek. Ik twijfel aan haar verhaal omdat het geen enkele herkenning bij me oproept. Maar misschien heeft ze een keer bij het hek staan te kijken of ze ons kon ontdekken hoewel het haar niet duidelijk was hoe ze dan aan het adres was gekomen.
Wat zij zich ook goed voor de geest kon halen was het wekelijkse bezoek in Eerbeek van een aantal dames en een heer. Laatstgenoemde trad op als voorganger in het kerkje dat dicht bij het huis van tante Mieke stond. Ze bleven meestal eten en wij werden dan geacht ons terug te trekken tot ze weer vertrokken waren.
Bijna onvermijdelijk gingen we tijdens deze tocht zo nu en dan op de bespiegelende toer.
Dat het eigenlijk merkwaardig was dat die oorlogstijd ons en onze leeftijdgenoten nog steeds zo bezig hield. Het was goedbeschouwd maar een periode van vijf jaar en wat stelt dat in de tijd gemeten nou helemaal voor? In ons geval was de impact echter groot door de dood van m’n vader. En zo is er misschien nog wel een aantal andere argumenten op te noemen waarbij de onderduikperiode een extra dimensie aan het geheel verleent.
Hoe het ook zij, het blijft opvallend dat er pas vanaf ongeveer 1980 zo intensief door ons over die tijd gesproken wordt. Dat geeft de indruk dat de oorlogsperiode nooit goed is afgesloten en dat bepaalde zaken nooit besproken of uitgesproken zijn.
Maar misschien is het alleen maar nostalgie naar het verleden.
Ik weet het niet.


[begin]