18 Jun 2003

62. Effe terug van weggeweest

0 Reacties

Het gebeurde op zomaar een midweekse dag in de Ingooi. De klok wees een uur of halfacht aan, in de avond, en de stemming zat er bij de vaste kern van Amsterdams oudste supporterscafé niet echt in. Beetje somber waren de mannen, net als het weer buiten.

Ome Bram zat wat mistroostig in z’n koffie te turen, Fransie en Gijs beoefenden het grote zwijgen en zelfs Haagse Karel trok een gezicht alsof de KNVB de licentie van z’n geliefde ADO had ingetrokken. Het was maar goed dat een groep Engelsen in een andere hoek nog voor wat reuring zorgden en een viertal echtparen uit de Achterhoek zich had voorgenomen om zich door niets en niemand uit het veld te laten slaan anders zou iedere toevallige bezoeker bij het betreden van de zaak gelijk rechtsomkeert maken.
Iets wat overigens niet het geval was bij Nico, die net was binnengekomen.
“Jonge jonge,” schalde z’n geschoolde ondernemersstem door het etablissement. “Jonge, jonge. Wat is er met jullie aan de hand? Gaat Koeman misschien naar Barcelona of is het geld op bij ADO waardoor ze niet kunnen promoveren? Schenk die jongens gauw wat in, Frits want hier maak ik me echt ongerust over en zet meteen een gezellig moppie muziek op.”
Het was duidelijk wie hij met z’n ongewone begroeting op het oog had en z’n verzoek aan Frits was dan ook niet aan dovemansoren gericht. Met geroutineerde gebaren schonk die een pilsje voor het zwijgende deel van de bezoekers in en even later schalde ‘a beautifull day ‘ van U2 door het café.
“Zo, proost dan maar weer,” ging Nico verder toen iedereen voorzien was. “En nou voor de draad ermee, Bram. Waarover zitten jullie zo te sippen? Is er iemand overleden? Spreek je uit man, wat is er aan de hand?”
Zwijgend schoof de aangesprokene hem een brief toe en maakte er een gebaar bij dat tot lezen uitnodigde. Met geroutineerde blik nam Nico de inhoud tot zich om daarna met een lichte frons de slotzin uit het schrijven hardop voor te lezen. “Heeft de technische commissie om moverende redenen besloten om het contract van de heer Witsche niet te verlengen.”
“Een schande,” barstte ome Bram, die zich niet langer kon beheersen, uit. “Het is een schande. Ons verzoek met nota bene ook jouw handtekening, om Richards contract met een jaar te verlengen wordt gewoon van tafel geveegd. Moverende redenen zegt die druiloor” waarmee hij de ondertekenaar van de brief (Don Leo voor ingewijden) bedoelde.
Wat hij verder nog over deze zaak naar voren had willen brengen zullen we nooit te weten komen want er kwam weer een bezoeker binnen die met een geroutineerd gebaar z’n natte jas over de kopstok gooide en daarna met een brede lach op het mopperende groepje toeliep.
“Zo, jongelui, zijn jullie aan het oefenen voor de derde plaats van jullie favorieten of is er iets anders verschrikkelijks gebeurd?”
Als het z’n bedoeling was om ze te verrassen slaagde hij daar volledig in. Met opengesperde ogen en half opengevallen monden keken ze hem aan. Het was Gijssie die als eerste z’n tong terugvond.
“Verrek, Gajus. Allemachtig, hoe gaat het met jou, man?”
De stemming sloeg in een klap om. Met lachende gezichten wilden ze de binnenkomer allemaal persoonlijk begroeten en Frits droeg onmiddellijk een konjakkie van een gerenommeerd merk aan.
Gajus, jongen, goh, hoe gaat het met jou? Bevalt het niet meer in Frankrijk? Kom je terug om de boel hier een beetje wakker te schudden?
Met een enkel handgebaar dat ze zich nog van vroeger herinnerden maande hij de om hem heen drommende groep tot stilte. “Een voor een jongens, ik ben inderdaad weer terug. Waarom? Dat vertel ik jullie later nog wel eens en voor hoe lang. Dat weet ik op dit ogenblik niet. Een week, een maand, een jaar, dat merken we wel. Maar hoe gaat het met jullie?”
En terwijl hij ondertussen met z’n wijsvinger het bekende cirkelende gebaar in de richting van Frits maakte vernam hij dat ome Bram nog steeds z’n handel in bloemen dreef. Fransie deed iets belangrijks in de politicologie bij de UVA terwijl Gijssie tot het gilde der bobo’s in de wielrenunie was toegetreden. Haagse Karel had na een ruzie alle banden met de lijst PF verbroken en deed na een aarzelend begin goede zaken als spelersmakelaar. “Komt wel goed met Richard,” kon hij niet nalaten om het gezelschap nog even mee te delen. “Ik ben voor ‘m in onderhandeling bij ADO Den Haag en op een paar details na is alles in kannen en kruiken. Ze krijgen nog wel spijt, dat stelletje miezgazzers in de Arena.” Good old Nico ten slotte bekleedde een goedbetaald adviseurschap bij het bedrijf dat z’n installatiebureau had overgenomen.
“s Jonge, jonge,” zei Gajus na een lange nip aan z’n favoriete drankje. “Dat klinkt me allemaal als muziek in de oren maar ik mis m’n maatje Hansie, waar is die? Toch niets ernstigs?”
Gelukkig was dat niet het geval. Het bedoelde lid had z’n zaak verkocht en tufte tegenwoordig zoals ook deze week, met z’n kajuitjacht over Neerlands wateren.
“En die twee heren,” informeerde Gajus nadat iedereen was uitgesproken. “Horen die ook bij jullie?”
De twee mannen waar hij op doelde hadden zich tijdens de begroeting bescheiden teruggetrokken maar werden door ome Bram meteen voor het voetlicht getrokken.
“Gajus, mag ik je even de twee nieuwe leden van onze groep voorstellen. Hier, dit nummer is Mehmet. Sinds verleden jaar m’n compagnon in de bloemenzaak en die andere, die zo staat te grijnzen, is Maikel. Volgens mij de man waar links Nederland op wacht alleen weet ie het zelf nog niet.”
Er werden handen geschud en Gajus liet een dubbele portie met de befaamde gehaktballen van tante Jans aanrukken want praten maakt niet alleen dorstig maar ook hongerig.
“Weet je dat dit me ontzettend goed doet, Bram,” zei hij terwijl hij de oude bloemenkoopman even apart nam. “Mooi hoor, Frankrijk, vooral zomers maar wel erg Frans allemaal, hè.” En zoals het meestal gaat bij mensen die elkaar al zolang kennen hoefde hij verder niet uit te leggen wat hij daarmee bedoelde. “Weet ik toch, jongen,” gaf deze hem als antwoord terwijl hij z’n brede arm om de schouders van z’n vriend legde. “Het gras lijkt overal wel groener maar uiteindelijk gaat er toch niks boven Mokum.”
“En ik had eigenlijk gehoopt dat die meneer erJeetje zo nu en dan wat van zich had laten horen maar dat is niks geworden,” gaf Gajus met een diepe zucht te kennen
“Meneer erJeetje,” schamperde Fransie die zich even bij de twee had gevoegd. “Nou, laten we daar maar over ophouden. Hebben we een jaar geleden hier geloof ik voor het laatst gezien. Nee, die paste hier niet echt.”
“Precies,” zei ome Bram. “Paste hier absoluut niet, teveel een illi… hoe noem je dat nou een illu….”
“Te veel een intellectueel,” hielp Fransie hem op weg.
“Dat zeg ik,” ging ome Bram verder. “Een soort Bolkesteijn als je begrijpt wat ik bedoel, niet van ons niveau. En heel wat anders, nou we het toch over die persoon hebben, die meneer erJeetje bedoel ik. Die zag ik laatst nog op de TV. In een of ander programma over kunst. Nou, daar wist ie al net zoveel vanaf als van voetbal. Nee, laat maar. Die zien we hier niet meer terug.”
Ondertussen steeg de stemming met de minuut. En helemaal toen Gajus tot verbazing van de anderen een rondje voor alle bezoekers aankondigde. Vraag maar aan al die gasten wat ze drinken willen, Frits voegde hij voor de wat verbaasd kijkende uitbater aan z’n genereuze bestelling toe.
“Denk je er effe aan dat er morgen ook weer een dag komt,” sprak Nico hem daarop met een bezorgde blik toe maar met een olijke blik en de opmerking dat hij recent leuk had verdiend met de verkoop van een paar doekjes stelde Gajus hem gerust.
Het groepje Engelsen dat zich ontpopte als supporterskern van Manchester United liet zich daarna niet onbetuigd en ook de Achterhoekers bleken het hart op de juiste roodwitte plaats te dragen. En nimmer klonk in de Ingooi het rond de klok van twaalf door allen meegezongen ‘We are the champions’ zo mooi.
Het werd daarna nog laat, zeer laat. Zo laat dat Fransie, Nico en Gijssie de hoofdpersoon van dit verhaal gezamenlijk naar boven moesten dragen. Naar het logeerbed van Frits en tante Jans waarin ze hem na het uittrekken van wat kledingstukken achterlieten.
“Douce France,” lag hij daarin nog een tijdje te neuriën.
“Ga jij nou maar lekker slapen,” zei tante Jans die nog even kwam kijken of alles in orde was. “Slaap eerst maar eens lekker uit, dat douche komt morgen wel.”
Ja, het was een waardige terugkomst van de oude meester. Meer dan effe terug, dat was duidelijk.
erJeetje


[begin]

Reageer!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *