14 Mrt 2004

74. De public bar

0 Reacties

”Aardig pandje Nico,” zei ome Bram waarderend terwijl z’n ogen door het vorstelijke woonvertrek van de voormalige directeur van Installatiebureau “de Kromme Volt” dwaalden. ”En mooi ingericht ook. Hebben jullie dat spul zelf uitgezocht of heb je dat door die gast uit Naarden laten doen. Hoe heet ie ook alweer? Jan de Boefjee? Nou ja, zoiets. ’s Jonge, jonge en dat heb je allemaal overgehouden aan dat lullige bureautje waarmee je ooit begonnen bent?”

Met een half oor luisterde hij daarna naar het antwoord dat Nico aan de vaste kern van roodwitte supporters gaf. Dat ’t allemaal echt niet meegevallen was toen ie pas met z’n zaak begonnen was. Dat het kerstmaal in die eerste jaren wel eens uit zuurkool met worst had bestaan en de kerstboom er eentje was geweest van het weggeeftype dat vlak voor sluitingstijd van de markt wordt verkocht. En zo’n groot huis leek wel leuk maar het dak was toevallig wel van goud. Alleen de nieuwe beveiliginginstallatie had ‘m verleden week al 25 ruggen gekost.
Maar evenzogoed mocht hij tegenwoordig niet klagen. Daar had ie de heren trouwens ook niet voor uitgenodigd. Vanmiddag waren er andere zaken die aandacht verdienden en daarvan was de Ingooi wel de belangrijkste. Hij had daarom gisteren een paar dingetjes op papier gezet en als iedereen nou effe aan Lieneke wilde vertellen wat ie wilde drinken konden ze dat alvast bestuderen.
En dat deed iedereen. Alleen ome Bram kauwde nog even na op het antwoord dat Nico had gegeven. Natuurlijk, z’n gastheer had er behoorlijk aan moeten trekken maar was ie dan zelf ook al niet vijftig jaar met bloemen in de weer. Eerst met een kar, z’n handel uitventen langs de deur, daarna met een klein bloemenstalletje en de afgelopen tien jaar met zo’n groot bloemenpaleis op wielen. En hij dacht terug aan die eerste jaren waarin hij al om vijf op moest om bloemen in te kopen bij de veiling. Tegenwoordig was dat allemaal gemakkelijker, werd z’n handel op afroep door een groothandel gebracht maar daar hing wel een prijskaartje aan. En dan al dat gezeur van de deelraad. Moest ie een metertje met z’n stal naar links verkassen. Er waren klachten geweest. Gebeurde een half jaar later het tegenovergestelde, moest ie twee meter naar rechts opschuiven. Alsof ie de 1000 Euro die ie daarvoor betalen moest, van de bomen kon plukken. Hadden ze afgelopen januari de precario voor z’n standplaats weer verhoogd. Wat heet verhoogd, verdubbeld. Maar goed, al was het dan geen vrijstaande villa zoals bij Nico, iets had ie toch aan al dat werken overgehouden. En z’n gedachten verplaatsten zich naar z’n eigen paleisje, de fraaie stacaravan op de Veluwe waar hij de komende zomer weer menig weekend samen met z’n Saartje hoopte door te brengen. Zoals z’n vader altijd zei, een mens moet ook leren om gelukkig te zijn met wat ie heeft en niet ………….
”Ome Bram, ome Brammmmm.”
”Blijven we wel even bij de les, oudste,” klonk het van een paar kanten en met een rukje van z’n hoofd keerde hij weer in de realiteit terug. Zes, zeven grinnikende koppen van het gezelschap keken hem aan en die gingen over in gelach door de wijze waarop hij z’n drankje bestelde.
“Dededoe me maar een biertje, Frits”.
Zeg maar Lieneke, Bram gaf de aangesprokene te kennen en wil je het in een glas of drink je liever rechtstreeks uit het flesje?”
Maar daarna had Nico op de van hem bekende wijze de leiding genomen en schetste in en paar woorden wat er aan de hand was. Dat hij het pand waarin de Ingooi was gevestigd had gekocht met het doel om Amsterdams oudste suppporterscafe weer te openen. Met een andere uitbater omdat Frits en tante Jans het echt voor gezien hielden. Dat hij Maikel en z’n vrouw Ketie op het oog had als opvolgers en dat eigenlijk niets een snelle heropening in de weg stond tot was gebleken dat deze jongelui niet over de verlangde horecapapiertjes beschikten. Dat hij Frits toen bereid had gevonden om nog een kwartaaltje in te springen zodat de jongelui alsnog na enige studie examen konden doen voor genoemde diploma’s. Dat er nu een tweede kink in de kabel dreigde te komen omdat de geringe veranderingen die Maikel in de inrichting had voorgesteld dermate ingrijpend leken dat er van het oorspronkelijke karakter van de Ingooi weinig dreigde over te blijven. Dat hij daar weinig voor voelde maar het nochtans toch aan de aanwezigen wilde voorleggen. Dat hij als hem niets anders overbleef, overwoog een andere opzet voor de bedrijfsvoering van de Ingooi te kiezen. Een opzet als BV de Ingooi met de vaste leden van roodwitte supporters als aandeelhouders en een jong dynamisch echtpaar als bedrijfsvoerders.
Dat hij nu dorst had en een en ander graag ter discussie wilde stellen.
Maar dan niet voordat we wat hebben ingeschonken en gegeten zei z’n echtgenote en zo geschiedde het.
De aanwezigen gaven zich over aan social talk en Fransie informeerde op een gegeven moment naar de herkomst van enige kleurrijke werken die de muren van het woonvertrek verfraaiden. En zelfs Gijssie, die zijn hart had verpand aan de goedgelijkende landschapjes die de wanden van de meeste woningen in dit vlakke land opleuken, moest bekennen dat een schilderij niet altijd per se op iets hoeft te lijken om mooi te zijn.
Prachtig toch, viel Nico, die het allemaal met genoegen had aangehoord, ze op een gegeven moment bij. Geef ik jullie te raden wat die me gekost hebben?
Na wat heen en weer gepraat werden ze het eens op een bedrag in de orde van tienduizend Euro. “Het stuk,” voegde Hansie, die tijdens z’n werkzame leven Vissermans textiel tot een goed renderende keten had opgebouwd, eraantoe. “Ik zag er laatst bij ons in het dorp nog een paar in de galerie hangen. Net zoiets als dit maar half zo groot en die gingen grif voor hetzelfde bedrag als deze van de hand.”
“Tienduizend hè,” zei Nico die de discussie met een geamuseerde glimlach had aangehoord. “Nou, vertel jij het ze maar Lieneke.”
De verrassing die op haar mededeling volgde was zo mogelijk nog groter dan de mededelingen die Nico net over z’n plannen voor de Ingooi had gedaan.
“Die heb ik geschilderd.” Vier woordjes slechts maar met de impact van een complete redevoering waarvan de echo minutenlang blijft hangen.
“Wil je beweren dat jij de maker bent van deze kunstwerken,” vertolkte Fransie de mening van de aanwezigen. En inderdaad bleken de wekelijkse activiteiten met verf en penseel van Nico’s echtgenote ondanks de korte periode waarin ze dit beoefende aan de basis van twee meesterwerken te liggen.

“Ongelooflijk,” zei Gijssie.
“Drink nog eens uit,” zei Lieneke.
“Daar kan je een vermogen mee verdienen,” zei Haagse Karel.

“Back to business,” zei Nico. “Heeft er een van jullie nog vragen?”
Die waren er. Of eigenlijk was het er maar een. Van Gajus die wilde weten welke veranderingen Maikel en Ketie in het interieur van de Ingooi hadden voorgesteld. Tenslotte zou een verfje hier en daar geen kwaad kunnen terwijl de barkrukken in wedstrijdtermen gesproken duidelijk met de verlenging bezig waren.
Maar daar ging het niet om en nadat iedereen zweeg lichtte Nico een tipje van de sluier op. “Weten jullie waar de opa van Maikel vandaan komt?”
Allen ome Bram bleek op de hoogte en er verscheen een nadenkende blik in de ogen van de oude bloemenkoopman. “Je wilt toch niet zeggen dat die twee er een eh Ie….”
Alsof het om een ingestudeerde actie ging vielen Nico en Lieneke hem gelijk in de rede.
“Een Ierse pub, ja. Ze willen er een Ierse pub van maken. Met levende muziek en bij de opening een optreden van de Chiefstains.”

“Dat ik dat nog mee moet maken,” steunde ome Bram
“Ik houd niet van Laager,” zei Haagse Karel.
En zo hadden ze allemaal wel hun bezwaren.

Het besluit tot oprichting van B.V. de Ingooi stuitte daarna op weinig bezwaren. Haagse Karel deed nog een poging om het uitbaterschap aan een of andere vage achterneef te gunnen maar dat werd zonder hoofdelijke stemming verworpen. Het concept dat Nico voor de stichtingsakte had opgesteld oogstte de algemene goedkeuring en het aanbod van ome Bram en Gajus om met Maikel en Ketie in overleg te gaan zodat die in de rol van pachter voor de Ingooi behouden konden blijven werd met een applausje begroet. En dat ging over in een ovatie toen Lieneke aankondigde dat de tafel gedekt was en de heren werden uitgenodigd voor een proeve van haar kookkunst. Daar had iedereen natuurlijk wel oren na.
Moet ik nog vertellen of het lekker was?
Laat ik volstaan met het compliment van Hansie dat haar schilderijen al meesterwerken waren maar dat haar kookkunst in de categorie drie sterren ook hoge ogen zou gooien.
Een dag met bijna uitsluitend hoogtepunten dus zij het dat Gajus er pas bij z’n thuiskomst, ’s avonds laat, achterkwam dat ze een kleinigheid vergeten waren. De vaststelling van een openingsdatum voor de nieuwe Ingooi.
Maar het liep al tegen enen, te laat om nog te bellen, vond ie. En hij besloot de dag daarom af te sluiten met een glaasje Paddy’s. Ierse whiskey voor het geval jullie dat nog niet weten want, zoals een wijze man ooit zei, regeren is vooruitzien.
erJeetje


[begin]

Reageer!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *