13 Feb 2010

Appelscha, Apeldoorn, Eerbeek, Lochem, Barchem, als in een Aardrijkskundeles van vroeger trekken de plaatsen in een lange rij aan me voorbij. Epse mag niet ontbreken en Deventer zeker niet.
Deventer, wanneer gingen we daar eigenlijk de eerste keer naar toe? Ik weet het niet meer. In ieder geval nadat we in Appelscha en Apeldoorn waren geweest. En als ik me goed herinner ook na ons eerste verblijf in Eerbeek. Maar zat er nog een plaats tussen? Moet dan in ieder geval in de provincie Gelderland hebben gelegen.
In Deventer brachten we net als in Eerbeek twee perioden door. Beide keren woonden we daar in een vrijstaand huis aan de rand van de stad. Met een kleine tuin voor en achter stond het in een straat met meer soortgelijke huizen.
Het leven verliep er wel op een andere wijze dan in Eerbeek met z’n bossen en heide. Geen lange wandelingen meer en de rust van het platteland ontbrak er natuurlijk.
Achteraf bekeken verwonder ik me dat deze plaats als onderduikadres was gekozen. Een familie met vijf kinderen die daar onverwacht uit de lucht kwam vallen. Een vader die vervolgens vaak weg was terwijl de rest van de familie de dagen in volledige ledigheid doorbracht, dat wil zeggen niet naar school ging of een baantje had. Je zou toch zeggen dat zoiets wel moest opvallen. Met buren aan alle kanten – statistisch gezien moeten er een aantal NSB-ers in de buurt gewoond hebben – moet de kans op ontdekking toch heel wat groter zijn geweest dan op het platteland. Aan de andere kant kan je zeggen dat je daardoor gemakkelijker opging in de massa.
Het bijzondere van het huis in Deventer was dat we er niet alleen woonden maar het huis deelden met nog een familie. Mensen die dat huis in opdracht van het verzet hadden gehuurd om het periodiek als tijdelijk adres voor onderduikers te gebruiken.
Bertus Webeling en Reina met hun dochtertje Tineke van een jaar of vier oud waren voormalige buren uit Amsterdam en lid van – of sympathiserend met de CPN. Hij was fotograaf maar kon ook schilderen en nog veel meer creatieve dingen. Om die reden was er een donkere kamer op de zolder van het huis gemaakt. De fotografische bezigheden hadden waarschijnlijk alles te maken met het vervalsen van persoonsbewijzen en andere documenten.
Die zolder van het huis was een ideale plaats voor allerlei activiteiten, temeer omdat alle andere kamers volbezet waren. Ik had er bijvoorbeeld met m’n jongste broer een afgeschermd speelhol gemaakt en verder werd de ruimte door Bertus en m’n oudste broer gebruikt voor oefeningen, die je tegenwoordig tot body building zou rekenen. Elke dag waren die twee er wel een half uurtje bezig met boksoefeningen op een grote zandzak. En om hun arm-en schouderspieren sterker te maken hadden ze een stel trekveren aangeschaft.

Schaatsen en zwemmen
In Deventer hebben we een strenge winter meegemaakt en een mooie zomer. Tijdens die winter heb ik schaatsen geleerd op de vijvers in het stadspark. Ik kan me nog goed herinneren dat we met m’n moeder de stad in waren en dat ze toen in een opwelling een paar houten schaatsjes kocht.
Ik ben nooit een groot schaatser geworden maar dat lag niet aan die schaatsjes. Ook later met schaatsen met schoenen werd ik er geen echte uitblinker in.
Houten schaatsen vertoonden een aantal ‘makkes’. Zo was alleen al het aanbinden van die dingen een hele kunst. Ze waren namelijk voorzien van leren hiel- en neusbanden en moesten met veters worden vastgemaakt aan je schoenen. Een werkje dat met koude handen lastig was om uit te voeren. Als ik dan eenmaal aan het schaatsen was werkten die veters tijdens het rijden soms weer los waardoor de schaats scheef onder m’n schoen kwam te zitten. En dat betekende dat ik met m’n inmiddels nog kouder geworden handen eerst de knoop van die veters moest lospeuteren om ze vervolgens zo strak aan te trekken dat de bloedsomloop in m’n voet bijna gestremd werd. Als toppunt van ellende wilde zo’n veter dan ook nog wel eens breken.
Niet zo leuk dus dat schaatsen? Integendeel, na de eerste niet zo succesvolle pogingen in Deventer kreeg ik het voldoende onder de knie om mee te kunnen krabbelen met de massa en omdat er daarna en nog later na de oorlog een hele serie strenge winters volgde heb ik m’n hart echt op kunnen halen.
Schaatsen dus in Deventer tijdens een winter waaraan geen einde scheen te komen. En sleeën met een houten model van het merk Davos. Een solide exemplaar dat echter al kort na aankoop ernstig beschadigd werd omdat Bertus (of was het m’n oudste broer?) er tijdens de afdaling van een heuvel mee tegen een boom reed. Een van de poten was gebroken maar ik heb al geschreven dat Bertus erg handig was. Hij lijmde de poot met beenderlijm en versterkte de zaak met een schroef. De reparatie was zo goed uitgevoerd dat de slee daarna nog jaren is meegegaan.
De zomer die we in Deventer meemaakten, is me bijgebleven omdat we zo vaak naar het zwembad gingen. Als ik me goed herinner gingen we daar meestal op de fiets heen. M’n jongste broer en ik achterop.
Ik zit een beetje te dubben over de plaats van het zwembad, was het nou Lochem of gooi ik een paar plaatsen door elkaar. Nou ja, ook dat doet er niet zoveel toe.

Het was er altijd druk, dat weet ik nog wel. Zwemmen kon ik nog niet maar met de kikkerslag amuseerde ik me ook wel in het ondiepe. Gekleed in een blauw zwempakje. Een zwembroek was voor mannen (en kleine mannetjes) nog lang geen algemene dracht. Als je echt de blits wilde maken liet je nonchalant één van de schouderbandjes van je schouder zakken.

Razzia
Een keer liep het door een razzia in het zwembad bijna fout. Een onverwachte klopjacht dus maar laat ik eerst proberen uit te leggen wat een razzia inhield.
Zowel voor als tijdens de oorlog konden de Duitsers op de steun van een flink aantal Nederlanders (wat heet) rekenen. Als bezetter van ons land maakten ze daar natuurlijk graag gebruik van en ze gaven de mannen die daarvoor in aanmerking kwamen, een opleiding. Voor hun politie hadden ze op een aantal plaatsen in Nederland opleidingskampen gecreëerd en één daarvan was Schalkhaar, dat in de buurt van Deventer ligt.
Op een middag dat wij weer in het zwembad waren, dat wil zeggen m’n moeder, m’n jongste broer en ik, was er ook een opleidingsgroep uit Schalkhaar aanwezig. Niet voor de eerste keer overigens maar op de betreffende middag vonden ze het nodig om na een paar uur zwemmen en luieren in de zon plotseling tot actie over te gaan. Op het programma stond waarschijnlijk een bliksemrazzia in het zwembad.
Dat betekende paniek bij een groot deel van de bezoekers en zeker bij m’n moeder Met haar vervalste persoonsbewijs was ze natuurlijk bang om gecontroleerd te worden. Op een holletje nam ze ons daarom mee naar een badhokje. De spanning was tastbaar terwijl we ons gehaast aankleedden, uit een andere hoek van het zwembad kwam geschreeuw en werden er commando’s gebruld. Waarschijnlijk werden alle bezoekers systematisch in die richting gedreven.
Vraag me niet hoe het mogelijk was maar via de kleedhokjes zijn we na het passeren van wat nauwe gangetjes temidden van een klein groepje andere opgeschrikte zwemmers door een zijdeur naar buiten gevlucht. We zijn daarna als ik me goed herinner niet meer naar dat zwembad geweest maar dat kan ook veroorzaakt zijn door de naderende herfst waardoor het mooie weer gewoon op was.
Overigens kon je ook in Deventer zwemmen. In de IJssel was namelijk een bad aangelegd waarbij je zwom in de rivier. Dat bad was afgeschut door een drijvende opbouw met kleedhokjes e.d. Geen ligwei voor als het mooi weer was.
Ik moest om de een of andere reden een keer mee met m’n moeder en de zusters op een druilerige middag. Wat we er te zoeken hadden is achteraf een raadsel want er was geen ondiep bad voor de niet zwemmers. Het meest waarschijnlijk is dat ik mee moest omdat ik niet alleen thuis mocht blijven.
Vanuit het centrum van de stad bekeken lag het laatste bad aan de overkant van de rivier naast de brug. Dat was geen gewoon exemplaar maar een schipbrug. In plaats van pijlers lagen er verankerde schepen als drijvers in de rivier en daaroverheen was de brug aangelegd. Die bestond uit beweegbare delen en de brug kon daardoor de niveauverschillen in waterstand van de rivier opvangen. Het was daardoor een vrij wiebelig geheel en ik vond het altijd een beetje eng om eroverheen te lopen.
Een bang jongetje dus? Eh, laten we het voorzichtig noemen. Dat klinkt wat vriendelijker, toch?


[begin]