04 Jun 2009

Anderhalf of twee Euro kost een uurtje parkeren op de plaats waar ik had afgesproken en als er dan een sneltram op tien minuten van je huis vertrekt is de keuze niet moeilijk. Je neemt die tram. Een prima vervoermiddel, dat wil zeggen als het rijdt maar daar wil ik het niet over hebben.

Elf uur liep ik fluitend richting halte. Fris maar wel lekker weer. Ik kreeg een breed uitgemeten goeiemorgen van een tuinman die het afval van een omgezaagde boom aan het verzamelen was. Een man die plezier in z’n werk had en dat graag wilde delen. Gaat lekker hè, gaf ik hem terug en de voldoening straalde gewoon van z’n gezicht. Maar ik moest verder. Bij de onderdoorgang van de trambaan lagen de restanten van een gezellige hangavond. Vier lege biertinnetjes, de verpakking van een pakje sigaretten en vele peuken. Boven, op het perron was het druk. Mooi op tijd dacht ik, vooral omdat er een lege tram naderde. Helaas, hij raasde voorbij zonder te stoppen en ik bereidde me voor op een lange periode van wachten. Iedereen accepteerde het gebeuren zwijgend, temeer omdat het bordje waarop de vertrektijd van de volgende tram werd aangegeven, leeg bleef. Maar ach, je raakt er ook aan gewend dat het gemeentelijk vervoerbedrijf van de gemeente Amsterdam niet uitblinkt in het aanhouden van de dienstregeling.

Vijf minuten later zat ik dan toch in de tram. Een rijtuig met veel lidtekens waaronder diepe krassen in de ramen. Of krassen, het waren letters, woorden wellicht. De kreet om aandacht van een eenzame passagier, de tag van een puber, wie zal het zeggen. Tegenover me een meisje, nou ja, meisje, een post tiener, met de verveelde blik die je wel meer bij die leeftijd aantreft. Op een gegeven moment haalde ze een banaan uit haar tas die in korte tijd werd geconsumeerd. De opgevouwen schil hield ze daarna in haar hand. Ik zag haar twijfelen of ze ‘m op de grond zou gooien maar omdat ze m’n blik zag deed ze het niet. Bovendien begon de telefoon in haar tas te zoemen. Een berichtje, dat was duidelijk en er trok een lach over haar gezicht die maar op een ding kon duiden. D’r vriendje zocht contact. Ondertussen waren we een aantal haltes gepasseerd en ze verhuisde naar een stoel aan de andere kant van het gangpad. Tegenover me arriveerde nu een echtpaar dat wil zeggen, eerst mevrouw en daarna, een beetje rood aangelopen, met twee afgestempelde kaartjes in z’n hand, meneer. Oudere mensen, mijn leeftijd, en nadat ze twee zinnetjes van drie vier woorden hadden gewisseld pakte mevrouw een boek om te gaan lezen. Hij had ondertussen de Metro al uitgevouwen. Tot zover niets opmerkelijks. Tot me opviel dat hij z’n mond bewoog bij het lezen. Hij las de tekst onhoorbaar – gelukkig – als het ware voor. Aan zichzelf. Zodra hij klaar was met een stukje tekst, sloot hij z’n mond tot een strakke streep. Met een grimmig gezicht zocht hij verder op de pagina tot hij weer iets vond wat hem interesseerde en hup, daar viel die mond weer open en begonnen z’n lippen weer te bewegen. Als ik zou kunnen liplezen had ik waarschijnlijk kunnen volgen wat hij las.

Zou ik dat ook doen? Ik bedoel zo mee mummelen als ik lees. Ik doe het wel als ik aan het schrijven ben weet ik van m’n echtgenote. Dan formuleer ik vaak zachtjes pratend stukken tekst. Maar hoe ik lees? Zou misschien een idee zijn om eens een spiegel voor me zelf neer te zetten thuis, als ik aan het lezen ben. Het meisje van de banaan maakte een einde aan die overwegingen doordat ze aanstalten maakte om uit te stappen. Ik was nieuwsgierig wat ze met die bananenschil had gedaan. Ze had hem niet meer in haar hand zag ik. Nadat ze was opgestaan kon ik nog net haar zitplaats zien voor er iemand anders ging zitten. En ik zag dat de schil tussen de zitting en de zijkant van de tram was gestopt. Wonderlijk genoeg gaf het me een gevoel van voldoening.

Bij de RAI moest ik er uit. Zou ik de tram nemen naar de Waalstraat of wandelen? Ik deed het laatste. En even later liep ik langs schuttingen waarachter de NoordZuidlijn wordt gegraven en over zandvlaktes waarop ene Joop z’n zoveelste vermaakcentrum wil bouwen.

Half twaalf was het inmiddels en daar ging ik, richting Waalstraat. Fluitend want ik had nog steeds dat goede gevoel over me en ik wist dat het niet meer zou verdwijnen die dag.

erJeetje


[begin]

Reageer!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *