03 sep 1997

MAG IK EVEN PLASSEN?

0 Reacties

Als de nood het hoogst is is de lavatory het meest nabij.
Wie zou er eigenlijk verantwoordelijk zijn voor de afmetingen en de inrichting van toiletten in vliegtuigen? Die man (of vrouw) moet toch op z’n minst door een vlaag van masochisme bevangen zijn toen hij op z’n tekentafel de ruimte creëerde waarin je je tijdens een vlucht noodgedwongen wel eens moet afzonde­ren.
Ook tijdens deze reis noopt aandrang in de onderbuik als gevolg van een flesje Navarro 1994 en nog wat ander drinken van soortgelijke herkomst me tot een bezoek aan één van deze gelegenheden.
De tocht erheen is op zichzelf al een gebeurtenis. Om verdwalen te voorkomen geven verlichte bordjes met een richtingpijl en het opschrift “Lavatory” de weg aan. Halverwege het vliegtuig wurm ik me daarom in een nauw gangetje dat toegang belooft en duw op goed geluk op één van de deuren omdat ik daar mid­dels een bordje met het opschrift ‘Push’ toe uitgenodigd wordt. Pas na een paar keer vergeefs pushen bemerk ik op buikhoogte een tweede verlicht bordje waarop ik na enig turen de tekst “Occupied” ontdek.

“Je moet gewoon even op je beurt wachten,” spreek ik mezelf vermanend toe en na enige minuten volgt de beloning voor deze houding. Een bleke mevrouw, die me een aarzelende lach schenkt, verlaat het hokje.
Naar binnen dus. Even denk ik dat ik in een bergkast terecht ben gekomen tot­dat ik beneden me in de hoek een WeeCeetje van minimale afmetingen ontdek. Gelukkig moet ik alleen maar plassen waarvoor overigens door het lichte ge­wiebel van het vliegtuig nog heel wat trefzekerheid vereist wordt.
Na de plas geef ik me over aan een tweede push op een knop boven het toilet waarop een krachtige straal water m’n afvalproducten wegspoelt. Waarheen? Ik zou het niet weten. Misschien rechtstreeks naar buiten.
Goddank is het gewoon water. Bij sommige maatschappijen produceert het re­servoir een gekleurde vloeistof, die het risico in zich draagt dat je gelijk over je nek gaat.
Om je te wassen hebben de vliegtuigmakers een wasbak van ook al weer mini­male afmetingen bedacht. Je zal maar grote handen hebben, of een grote kop, denk ik terwijl ik wat water uit een kraantje probeer te toveren.
De man die me in de spiegel boven het wasgedeelte aankijkt, ziet er moe uit. “Je mag je wel eens scheren,” spreek ik hem bestraffend toe. “Wat moeten die Chi­nezen straks wel van je denken?”
Hij is er niet van onder de indruk en volstaat ermee om z’n gezicht nat te ma­ken.
Gelukkig zijn de vakken waarin onmisbare zaken als handdoeken, toiletpapier, bekertjes etc. worden opgeborgen van duidelijke opschriften voorzien. En uiter­aard gevuld want anders heb je daar nog niet veel aan. Nog zie ik me bezig in dat vliegtuig van Iberia Airlines waarin ik ondanks m’n gespeur in allerlei vak­ken en kastjes een voor de hand liggend genotmiddel als toiletpapier niet kon vinden. De walging die me daar beving toen ik het toilet doortrok zal ik de le­zers besparen. Een paarse spoeling.
Nee, dan onze eigen KLM. Kleine hokjes, ik kan het niet ontkennen maar ver­der plas je er bijna als thuis. Ik bedoel maar.

 


[begin]