151. HET NIEUWE GELUID

“Daar doe je je vaste klanten geen plezier mee,” had ome Bram opgemerkt maar Fritsie was onvermurwbaar geweest.
Geen voetbal tijdens de EK in de Ingooi. En ook geen kroegtoernooi in de straat, geen voetbalpoel, geen tribune en als het aan hem lag ook geen TV.
“Dat kan je niet maken,” hadden Nico en Hansie daarop gezegd maar de uitbater van het eertijds zo vermaarde supporterscafé was doof voor hun argumenten. (meer…)

150. GVD in de Ingooi

 “Weet je nog dat vroeger elke vereniging voor de Paas een grote klaverjasdrive organiseerde,” zei ome Bram dromerig. “Met eieren en paasbroden als prijzen voor de winnaars?”
Het was de middag van Goeie vrijdag en doordat de Ingooi tegenwoordig in een paar toeristengidsjes wordt genoemd, zat de zaak vol met hongerige en dorstige bezoekers van de stad. De leden van Amsterdams oudste supportersvereniging hadden zich daarom teruggetrokken in hun eigen hoekje; aan een tafel die met het bordje ‘gereserveerd voor stamgasten’ aangaf dat buitenstaanders op die plek niet welkom waren.
(meer…)

130. de Küppersmühle

Wat doe je met pakhuizen in een oud en niet meer gebruikt havengebied? Het antwoord op die vraag kan je vinden in de Docklands van Londen, Rotterdam, Amsterdam en al die andere havenplaatsen.
Ze worden verbouwd tot luxe appartementen of gesloopt om plaats te maken voor kantoren, flats en prestigieuze projecten. Hetzelfde hebben we recent gezien in Hengelo, weliswaar geen haven, waar ze een niet gebruikte fabriekshal omtoverden tot centraal gebouw van een regionaal opleidingscentrum.
Verbouwen en er een museum van maken? Pff, weet je wel wat dat kost? Veel dus maar voor een stad met een half miljoen inwoners een mooi project om eens flink aan de weg te timmeren. En dat gebeurde dus in Duisburg met een pakhuis aan de oude Innenhafen. De Küppersmühle, begin van de vorige eeuw gebouwd, die tot in de jaren tachtig werd gebruikt voor de overslag en het malen van graan.
(meer…)

129. Over Calder

Verleden week weer eens naar het Haags Gemeentemuseum geweest. Het was er meer dan druk, mogelijk door de naam van Calder maar de krokusvakantie zal ook wel een rol hebben gespeeld. Er meldden zich namelijk heel wat ouders met kinderen.
Alexander Calder, zoon van een beeldhouwer en een schilderes, dan krijg je de kunst als het waren met de paplepel ingegoten. De kunstacademie ligt dan voor de hand maar vreemd genoeg studeerde hij toch eerst af als werktuigbouwkundig ingenieur.
In 1926 vertrok hij vanuit Amerika naar Europa waar de wonden van the Great War nog maar nauwelijks hersteld waren. Een Europa dat op basis van het verdrag van Versailles was herverdeeld, waar de moderne kunst Parijs als ontmoetingspunt had gekozen en Piet Mondriaan de abstracte kunst zo mogelijk nog abstracter maakte. In Parijs begon de 28-jarige Calder z’n kunstzinnige loopbaan met het maken van sculpturen van metaaldraad en bewegende circusfiguren voor zijn Circus Calder.
(meer…)

149. De witte reus

De lente was zo plotseling gearriveerd dat we ’s ochtends besloten om een bezoekje aan de stad te brengen. Beetje rondlopen, bezoekje aan de reisboekenwinkel brengen om te kijken of ze daar een grote wereldkaart hadden, van die dingen. En om alvast wat kilometers in de benen te krijgen voor de geplande reisjes naar een paar Europese hoofdsteden waren we bij het Concertgebouw uit de tram gestapt om vanaf die plaats onze tocht richting centrum te vervolgen.
Het grootste plein van de hoofdstad lag er wat armoedig bij. Gras dat er vaalgroen uitzag als gevolg van de sneeuw en de recente vorstperiode, kale bomen die nog verzonken waren in hun winterslaap en een handvol toeristen die zich bij gebrek aan iets beters vermaakte met de grote letters van I Amsterdam.
En bijna besloten we om toch maar via de P.C Hooft verder te wandelen toen onze blik getrokken werd door de nieuwe aanbouw van het Stedelijk. De badkuip dus, de naam die het al kreeg toen men nog bezig was met de fondsenwerving. Hij heeft daar inderdaad wel iets van weg maar ik vond het toch wat te gemakzuchtig bedacht.
(meer…)

128. Over de vrijheid om te mogen denken wat je wilt

Hersenwetenschappers zijn er recent in geslaagd om iemands hersenactiviteiten om te zetten in spraak, in verstaanbare woorden. De techniek verkeert nog in een pril stadium waarbij het ‘afluisteren’ plaatsvindt met elektroden die tijdens een hersenoperatie direct op het brein worden aangebracht. Maar de uitdaging is groot en reken maar dat er de komende vijftig jaar fikse stappen op het gebied van breinonderzoek zullen worden gezet.
Moeten we blij zijn met deze ontwikkeling? Dat toepassing van deze kennis die nu nog tot het gebied van de science fiction behoort op termijn misschien realiteit wordt? Met op een gegeven ogenblik de mogelijkheid om met behulp van een slim modempje in het brein van anderen te kunnen inbreken. Waarbij je dan kunt zien wat die ander weet en denkt.
(meer…)

126. Maar niet op je vingers rekenen

 Hoe lang is het geleden dat modaal Nederland van Gogh ontdekte? Vijftig jaar? Gebeurde dat al vòòr de oorlog? Of was het daarna? Ik kan me in ieder geval herinneren dat rond de jaren vijftig een reproductie van de korenmaaiers boven de divan een plaats kreeg. En ook in de huiskamer van andere familieleden en kennissen was een van Gogh daarna niet meer weg te denken.
Ik kom erop omdat verleden week een werk van Vincent voor 16,1 miljoen Euro werd verkocht. Aan een anonieme bieder. Het aardige was dat het tot die tijd in het woonvertrek van Liz Taylor had gehangen.
(meer…)

148. Intuïtief

Tsja, wat doe je op een winterse zaterdag waarop je eigenlijk van plan was om je laten meeslepen door beelden van de Elfstedentocht? Je kijkt even op de teletekst of er misschien toch niet een alternatieve tocht is gestart en stelt je daarna tevreden met het normale zaterdagse ritueel. Je begint met de krant en je lost de dubbele sudoku op.
Na de tweede koffie is het tijd voor de boodschappen. Je mag helemaal zelf beslissen, zegt je echtgenote, wat je te eten meeneemt voor morgen en dat is nog lastig genoeg.
Omdat er geen andere afspraken zijn gemaakt besluit je ’s middags om een bezoekje aan de Ingooi te brengen waar je tegen vieren arriveert.
(meer…)

125. Dagje herbronnen in Hengelo

Is Nederland nog een industrieland? Een maakland? Een land met grootindustrie, zware industrie? Ik denk het niet. Voor zover daar ooit sprake van was is het meeste vertrokken naar lagelonenlanden.Verdienen we ons geld dan alleen nog maar in de handel, het vervoer, tuinbouw en dienstverlening? Dat kan je ook niet zeggen. Ten minste elk groter dorp telt tegenwoordig een industriegebied waarop allerlei bedrijven in de weer zijn met het maken van over het algemeen kleine producten.
Maar eigenlijk wil ik het over een ander onderwerp hebben. Een andere vraag die wel met het vorige te maken heeft. Wat deden/doen we met al die leegstaande gebouwen van industrie die verdwenen is? En ik bedoel dan vooral de vaak hoge fabriekshallen die in het begin van de vorige eeuw gebouwd zijn.
(meer…)

147. Bloemen die nimmer verwelken

“Moet je dat nou zien,” zei een verontwaardigde tante Jans tegen oom Bram, terwijl ze hem de rozen voorhield die ze van de ouwe jongens voor haar 75e verjaardag had gekregen. “Staan nog geen week en de bloemen laten nu al hun blaadjes vallen. Durven ze ook nog op het kaartje te zetten dat het bloemen zijn die nimmer verwelken. Je moet eens tegen die collega’s van je zeggen dat ze goeie bloemen moeten verkopen. Vroeger stond zo’n bos drie weken.” En mopperend deponeerde ze de bos treurnis in een vuilnisbak.
“Overdrijft ze niet een beetje,” vroeg de net gearriveerde Gajus aan Bram die er een beetje beteuterd bij zat te kijken. “Of hebben ze ons bij Wimpies bloemenparadijs een bos in handen gestopt die al twee weken in de winkel stond te verkommeren?”
(meer…)