<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Voordat ik het vergeet</title>
	<atom:link href="http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet</link>
	<description>De wereld van Gajus</description>
	<lastBuildDate>Tue, 01 Jun 2010 12:16:14 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.2.1</generator>
		<item>
		<title>31. Het laatste hoofdstuk.</title>
		<link>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/31-het-laatste-hoofdstuk/</link>
		<comments>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/31-het-laatste-hoofdstuk/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 24 Feb 2010 16:03:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ruud Jansen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Verhalen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/voordatikhetvergeet/?p=120</guid>
		<description><![CDATA[Zo krijgt het verhaal over m&#8217;n belevenissen tijdens de oorlog &#8217;40-&#8217;45 dan toch nog z’n definitieve vorm. Zestig jaar na afloop. Voor me toont het PC-scherm op dit moment een blanco pagina voor het laatste hoofdstuk. De afsluiting, misschien wel de verantwoording die ik me had voorgenomen te maken, maar het wil even niet lukken. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Zo krijgt het verhaal over m&#8217;n belevenissen tijdens de oorlog &#8217;40-&#8217;45 dan toch nog z’n definitieve vorm. Zestig jaar na afloop.<br />
Voor me toont het PC-scherm op dit moment een blanco pagina voor het laatste hoofdstuk. De afsluiting, misschien wel de verantwoording die ik me had voorgenomen te maken, maar het wil even niet lukken.<br />
In m&#8217;n columns voorzie ik in zo&#8217;n geval wel eens door een vraaggesprekje met m&#8217;n alter ego te voeren. Iets in de geest van:<br />
<em>Je hebt er wel de tijd voor genomen Ruud.</em><br />
Dat mag  je wel zeggen, ja.<br />
<em>Is het een opluchting dat je het gedaan hebt?</em><br />
Mmmm, nee, geen gevoel van opluchting maar wel tevredenheid dat ik het ten slotte toch een keer heb opgeschreven.<br />
<em>Blijkt er uit dit boekje ook iets van de impact van die vijf jaar? Op jezelf en op de wereld om je heen?</em><br />
Dat denk ik niet. Of misschien ook wel. Misschien ligt het antwoord wel besloten in het feit dat ik er 60 jaar voor nodig had om het op papier te zetten. Ik denk trouwens dat ik nu weet waarmee ik dit verhaal wil afsluiten. Iets over de zin van het verzet en of de prijs, die daarvoor door velen werd betaald, niet te hoog was.<br />
<strong></strong></p>
<p><strong>Waarom verzet?</strong><br />
We hebben er in familiekring wel eens over gediscussieerd wat de zin is geweest van het verzet tegen de Duitse bezetter. Wat heeft het opgeleverd en was de prijs van die inzet niet veel te hoog? Ik doel daarbij niet alleen op de levens van de deelnemers aan het verzet. Ook willekeurige mensen zijn als gevolg van represailles van de bezetter, van het leven beroofd. De deportatie van de mannelijke bevolking van Putten naar een concentratiekamp is daarvan een voorbeeld net zoals het fusilleren van mensen die voor kleine vergrepen tegen de bezetter in de gevangenis vastzaten.<br />
We kwamen er tijdens bovengenoemde discussies niet uit. Wat zou ik zelf gedaan hebben indien ik voor die keuze was gesteld? Misschien is er wel veel te weinig verzet gepleegd. Als je achteraf leest wat de doorsnee Nederlander heeft gedaan om de Joodse bevolkingsgroep te redden mag je bij die inzet wel wat vraagtekens plaatsen.<br />
Geen kant en klaar recept dus als afsluiting van dit verhaal; hoe te handelen voor het geval we ooit nog eens in een soortgelijke situatie komen te verkeren.<br />
Maar misschien komt de strofe van schrijver, journalist en verzetsstrijder, tevens oprichter van het illegale Vrij Nederland, Henk van Randwijck, wel het dichtst in de buurt van een antwoord.<br />
Ik las laatst een verminkte weergave in een artikel en geef hem daarom weer zoals hij voor eeuwig te lezen staat op een als monument bedoelde muur, die op het Weteringcircuit een speelplaats afscheidt van de rest van dat plein.<br />
<em>Een volk dat voor tirannen zwicht zal meer dan lijf en goed verliezen …. dan dooft het licht</em>.<br />
Als afsluiting van dit verhaal zou ik geen beter antwoord weten.</p>
<p>Februari 2005</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/31-het-laatste-hoofdstuk/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>30. Meneer Simons.</title>
		<link>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/30-meneer-simons/</link>
		<comments>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/30-meneer-simons/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 24 Feb 2010 16:03:23 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ruud Jansen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Verhalen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/voordatikhetvergeet/?p=117</guid>
		<description><![CDATA[Het volgende verhaal heeft eigenlijk niet zoveel met de oorlog te maken en toch ook weer wel. Het gaat over de wonderlijke wegen van het toeval. Over dingen, die -schijnbaar? &#8211; bij toeval gebeuren. Je hebt zelf ook vast wel eens zo&#8217;n gebeurtenis meegemaakt. Dat je gezellig met je partner door de stad loopt en [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Het volgende verhaal heeft eigenlijk niet zoveel met de oorlog te maken en toch ook weer wel. Het gaat over de wonderlijke wegen van het toeval. Over dingen, die -schijnbaar? &#8211; bij toeval gebeuren.<br />
Je hebt zelf ook vast wel eens zo&#8217;n gebeurtenis meegemaakt. Dat je gezellig met je partner door de stad loopt en om de een of andere reden denkt aan iemand, die je in jaren niet gezien hebt.<br />
Wie kom je tegen op dat moment? Precies, de persoon, die net een rol in je gedachten speelt.<br />
&#8220;Goh&#8221;, zeg je dan verrast. &#8220;Dat is ook toevallig. Ik loop net aan je te denken&#8221;.<br />
Over een toevallige ontmoeting met gevolgen voor beide partijen handelt dit verhaal.<br />
<span id="more-117"></span></p>
<p>Het verhaal over meneer Simons speelde zich af omstreeks 1947, vlak na de oorlog dus.<br />
Ik zat in die tijd in de eerste klas van de Spinoza MULO in Amsterdam Zuid.<br />
Meneer Simons deed z&#8217;n intrede op deze school zo omstreeks november omdat onze klassenleraar als gevolg van een hartaan­val lang­durig werd uitgeschakeld.<br />
Hij was een man van zo&#8217;n jaar of 45 en ik kan me nog goed herinneren dat hij met de directeur m&#8217;n klas binnenkwam. Een beetje onzeker, niet hele­maal op z&#8217;n gemak. Als kind voel je dan onmiddellijk aan dat die nieu­we geen orde kan houden, geen overwicht heeft en de grip op z&#8217;n klas mist. Zo iemand straalt dat als het ware uit. En er breekt voorhem of haar een periode aan die het beste te omschrijven is als een hel op aarde.<br />
Zo dus ook voor meneer Simons. De man miste dat aureooltje dat bepaalde leraren bezitten en barstte regelma­tig in woedeuit­barstingen uit als z&#8217;n leerlingen vervelend waren. Hij was dan soms zelfs zo over z&#8217;n toeren dat hij de controle over z&#8217;n spraak verloor en echt met schuimsporen op z&#8217;n mond alleen nog maar flarden van zinnen kon uitbrengen.<br />
Het is met enige gêne dat ik aan deze periode terugdenk. Vanwege ons gedrag in de klas en de lol als de man weer eens z&#8217;n beheer­sing verloor. Kinderen kunnen afgrijselijke monsters zijn in dit soort gevallen.<br />
Hoe is het mogelijk dat men zo iemand tot leraar aanstelt, denk je dan achteraf. Dat mag je een mens toch niet aandoen? Inderdaad, en daar kwam nog bij dat het een doodgoeie man was, die in de periodes, dat het &#8216;m wat beter lukte, boeiend kon vertellen over Indië. Of Indonesië, zoals we het nu noemen. Want wat was het geval? De familie Simons, man, vrouw en dochter, was net gerepatrieerd uit Indië, waar ze tijdens de oorlog door de Japanners in een kamp geïnterneerd waren geweest. En de zenuwen van Simons waren daar stevig op de proef gesteld omdat hij tijdens die kampperio­de een aantal malen onvoldoende respect tegen­over de Japanse bewakers zou hebben betuigd. Littekens op z&#8217;n hoofd als gevolg van stokslagen en een arm, die niet helemaal meer functioneerde zoals het moest, waren daar het gevolg van.<br />
Eigenlijk loop ik daarmee op m&#8217;n verhaal vooruit want door het toeval (daar heb je het dus) kwam ik daar pas een maand of drie na zijn intre­de op onze school achter. Dat vereist een kleine toelichting.<br />
Na afloop van de oorlog heb ik een aantal keren tijdelijk, gedurende een periode van een paar maanden, bij een gastgezin gewoond. Het ging dan om families waar­van de man de oorlog ook niet had overleefd vanwege ver­zetsactiviteiten maar die het financieel ruimer hadden dan wij.<br />
Zo kon het gebeuren dat ik in het voorjaar van &#8217;47 enige maanden zou doorbrengen bij mevrouw van Parreiren. Qua postuur een monumentale vrouw met een al even monumen­tale zoon, die een paar jaar ouder was dan ik en een zeer mooie en slanke dochter van tegen de twintig, die overigens niet meer thuis woonde.<br />
De familie van Parreiren bewoonde een groot huis in Amster­dam Zuid van drie verdiepingen.<br />
Als gevolg van de woningnood die in die jaren in alle hevigheid was losgebarsten, hadden ze, daarbij een beetje geholpen door de overheid, tijdelijk één verdieping ter beschik­king gesteld aan een familie waarvoor op dat moment geen andere woonruimte beschikbaar was.<br />
Ik kwam daar dus op een gegeven moment met m&#8217;n koffer met spullen en nadat ik me had geïn­stalleerd in een kamertje kwam het ogenblik dat moeder van Parreiren me ging voorstellen aan de familie, die tijdelijk inwoonde.<br />
&#8220;Als ik je nou eerst even een beetje de weg wijs in huis dan maken we meteen even kennis met onze inwoners&#8221;, hoor ik moeder Parreiren nog zeggen. &#8220;Dat zijn heel aardige mensen. Ze komen uit Indië en hebben het daar niet gemakkelijk gehad&#8221;.<br />
Zo gezegd zo gedaan dus en nadat ik te weten was gekomen waar de WC en de badkamer te vinden waren gingen we naar boven. Er was een trap binnendoor in het huis naar de eerste etage en de heer des huizes als ik &#8216;m in dit geval zo mag noemen, stond al klaar boven om ons te begroeten?<br />
Ik geef je te raden wie ons daar lachend opwacht­te.<br />
Meneer Simons. Met z&#8217;n Indische vrouw en doch­tertje.<br />
&#8220;Dat is een verrassing&#8221;, zei hij. En vervolgens werd ik me daar ontvangen met een hartelijkheid waar­op Indische mensen een patent schijnen te bezit­ten.<br />
&#8220;Jullie kennen elkaar al?&#8221; zei moeder Parreiren verrast.<br />
Nou, en of we elkaar kenden.<br />
En omdat ik beslist niet helemaal brandschoon was waar het m&#8217;n gedrag bij meneer Simons in de klas betrof kan je je waar­schijnlijk wel voorstellen dat ik me aardig opgelaten voelde.<br />
Maar m&#8217;n leraar liet niets merken en repte met geen woord over ge­beurtenissen op school.<br />
Wat een klasse eigenlijk van die man om me zo op te vangen, realiseer ik me achteraf.<br />
Die eerste nacht in het vreemde bed kon ik niet in slaap komen en ik lag te piekeren hoe ik de nieu­we situatie met meneer Simons de volgende dag op school zou aan­pak­ken.<br />
Een ding was duidelijk. Er moest in de klas iets veranderen, al was het alleen maar m&#8217;n eigen gedrag.<br />
Achteraf blijkt dat op heel simpe­le wijze te zijn gelukt omdat ik het verhaal aan m&#8217;n vrienden in de klas vertelde. Op deze wijze kregen ze in de weken daarna ook over de belevenissen van de familie Simons in het Japanse kamp te horen. Zijn vrouw vertelde me daar het nodige over als ik bij haar was vanwege onze gezamenlijke postzegel­verzamelhobby.<br />
Vanaf dat moment groeide in de klas het respect voor de man en verliepen de lessen op een normale wijze.</p>
<p>Hoe het verder met de familie Simons is afgelopen weet ik niet.<br />
Hij verliet in ieder geval de school aan het einde van het schooljaar en de contacten met de familie Parreiren verwater­den ook na een aantal jaren. Ach ja, zo gaat dat nou eenmaal.<br />
Blijft ten slotte de vraag waarmee ik dit verhaal begon. Over toeval.<br />
Was het toevallig dat de wegen van de familie Simons en van mij elkaar kruisten? Of had het toeval mij uitgezocht om als intermediair tussen deze mensen en m&#8217;n klas te fungeren?<br />
Nou ja, dat antwoord moet je zelf maar bedenken.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/30-meneer-simons/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>29. Bespiegelingen.</title>
		<link>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/29-bespiegelingen/</link>
		<comments>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/29-bespiegelingen/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 24 Feb 2010 16:02:58 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ruud Jansen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Verhalen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/voordatikhetvergeet/?p=114</guid>
		<description><![CDATA[Na ons bezoek aan Eerbeek en Deventer heb ik met Lia en m’n jongste zus in augustus 2000 een rondritje door noordelijk Nederland gemaakt en daarbij Appelscha en Apeldoorn bezocht. Door de polders, waar ooit de boot naar Lemmer dagelijks z&#8217;n baantje heen en weer trok, reden we via Almere, Leliestad en Emmeleroord naar Friesland. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Na ons bezoek aan Eerbeek en Deventer heb ik met Lia en m’n jongste zus in augustus 2000 een rondritje door noordelijk Nederland gemaakt en daarbij Appelscha en Apeldoorn bezocht. Door de polders, waar ooit de boot naar Lemmer dagelijks z&#8217;n baantje heen en weer trok, reden we via Almere, Leliestad en Emmeleroord naar Friesland.<br />
De stilte en de weidsheid van het landschap onderweg was overweldigend. Wat een ruimte. De enige dissonant was het grote aantal windmolens waarmee groene elektriciteit wordt opgewekt. Nuttig en toekomstgericht maar dat moet toch anders kunnen. Natuurlijk moet je de wind gebruiken als energiebron maar ik maak me sterk dat zoiets minder horizonvervuilend en zonder die gigantische propellers op stalen masten kan.<br />
Appelscha stond als eerste doel op ons programma. De plaats ligt aan de Opsterlandse Compagnonsvaart en ik kon me nog herinneren dat we een tijdje gewoond hebben in een boerderij aan het kanaal, een endje van de brug.</p>
<p><img src="http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/images/h29-1.jpg" alt="" width="425" height="267" /></p>
<p>Toen we er arriveerden bleek al snel dat het niet eenvoudig zou zijn om die plaats terug te vinden. Niet alleen omdat er veel gebouwd is in dit voor vakantiegangers aantrekkelijke gebied. Er bleken inmiddels twee bruggen te zijn.<br />
Maar goed, na een paar keer heen en weer rijden viel m&#8217;n keuze toch op één van de twee vanwege de schuin aflopende oever. M’n jongste broer is daar nog een keer dwars door de brandnetelbegroeiing naar beneden gerold.<br />
Er stonden een paar boerderijen maar ze riepen geen enkele herinnering bij me wakker. En de riek waarmee ik mezelf ooit aan de grond had genageld was er uiteraard niet meer.<br />
We hebben ook nog even naar de schoenenwinkel gezocht waar m’n jongste zus haar Robinson-sandalen had gekocht? Maar die was met het merk Robinson verdwenen.</p>
<p><img src="http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/images/h29-2.jpg" alt="" width="425" height="235" /></p>
<p>Niets herinnerde ook meer aan het lokale stoomtrammetje dat aan de overkant had gereden. Zelfs de rails waren weg. En stond dat hoge silogebouw aan de overzijde er al tijdens ons korte verblijf in 1940? Ik wist het niet meer.<br />
Het grappige was dat het, toen ik &#8216;s avonds in bed alles nog eens aan m&#8217;n oog voorbij liet trekken, plotseling terug kwam als element dat ik me herinnerde. Even waande ik me terug in 1940 en zat aan de kant van het kanaal te kijken naar m&#8217;n vader die met m’n broer aan het vissen was. In de verte floot de stoomtram en bij het silogebouw aan de overzijde reden wagens af en aan om hun lading te lossen.</p>
<p><img src="http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/images/h29-3.jpg" alt="" width="425" height="289" /></p>
<p>Maar van dat beeld was dus niet veel overgebleven. En het weggetje dat naar het bos en het natuurbad liep was veranderd in een brede straatweg met links en rechts woonhuizen en bungalows.<br />
We hebben bij het café op de hoek wat gegeten en geprobeerd om daar wat informatie over vroeger los te peuteren. Maar dat leverde niets op, kon ook niet want de eigenaar en z’n vrouw waren dertigers die de zaak pas een paar jaar geleden hadden overgenomen.</p>
<p><strong>Verder naar Apeldoorn</strong><br />
Nadat we wat gegeten hadden reden we tijdens de rit van Appelscha naar Apeldoorn eerst langs één van de vele kanalen, die zowel Friesland als Drente doorsnijden. Misschien had m’n moeder daar een kleine 90 jaar geleden wel gelopen. Op het jaagpad, zwoegend met haar vader en haar broer in een tuigwerk om het vrachtschip van de familie voort te trekken; omdat er geen wind was op zo&#8217;n dag en omdat de boot geen motor had.<br />
Die kanalen zijn gebleven maar worden al lang niet meer gebruikt om vracht te vervoeren. Nu varen er alleen nog maar tientallen plezierjachten.<br />
Apeldoorn beloofde meer succes omdat het adres van onze tijdelijke verblijfplaats in die plaats bij m’n zuster in het geheugen gebeiteld zat. Badhuisweg 86, dat moest niet kunnen missen.<br />
Met de plattegrond in de hand hadden we niet veel moeite om het te vinden. Alles klopte, ook de straten in de omgeving. Er was niet zoveel veranderd tot we voor nummer 86 stopten. Een huis in een rij van vrijstaande huizen. Sloeg de flits van herkenning toe? Nee dus en dat kon ook moeilijk omdat nummer 86 zichtbaar afweek van de rest. Wat wij zagen was een huis dat er veel nieuwer en daardoor moderner uitzag dan de andere. Naar schatting was het niet ouder dan tien jaar.<br />
Uitgerekend het enige huis dat was vervangen door nieuwbouw.</p>
<p><img src="http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/images/h29-4.jpg" alt="" width="425" height="291" /></p>
<p><strong>Herinneringen </strong><strong>ophalen</strong><br />
Een beetje teleurgesteld reden we wat later in de richting van Hoenderlo om daar wat bij te komen. Onderweg gaven we ons over aan het ophalen van herinneringen.<br />
M’n zuster vertelde dat het aantal poezen van tante Mieke in Eerbeek minstens zeven was. Sommige mochten binnen eten, in de huiskamer bij de kachel. Dat moet een voorstelling op zich zijn geweest omdat er dan ook twee of drie muizen tevoorschijn kwamen die mee kwamen eten. Een voorstelling van Tom en Jerry die mij niet bij is gebleven.<br />
In haar herinnering had ze m’n jongste broer en mij een paar keer bezocht tijdens ons verblijf in het kinderhuis in Eerbeek. Ik twijfel aan haar verhaal omdat het geen enkele herkenning bij me oproept. Maar misschien heeft ze een keer bij het hek staan te kijken of ze ons kon ontdekken hoewel het haar niet duidelijk was hoe ze aan het adres was gekomen.<br />
Wat zij zich ook goed voor de geest kon halen was het wekelijkse bezoek in Eerbeek van een aantal dames en een heer. Laatstgenoemde trad op als voorganger in het kerkje dat dicht bij het huis van tante Mieke stond. Ze bleven meestal eten en wij werden dan geacht ons terug te trekken tot ze weer vertrokken waren.<br />
Bijna onvermijdelijk gingen we tijdens deze tocht zo nu en dan op de bespiegelende toer.<br />
Dat het eigenlijk merkwaardig was dat die oorlogstijd ons en onze leeftijdgenoten nog steeds zo bezig hield. Tenslotte was het maar een periode van vijf jaar en wat stelt dat in de tijd gemeten nou helemaal voor? In ons geval was de impact echter groot door de dood van m’n vader. En zo zijn er misschien nog wel een aantal andere argumenten op te noemen waarbij de onderduikperiode een extra dimensie aan het geheel verleent.<br />
Hoe het ook zij, het opvallende is dat er pas sinds een jaar of vijftien &#8211; twintig zo intensief over die tijd gesproken wordt. Dat geeft de indruk dat die oorlogsperiode nooit goed is afgesloten en dat bepaalde zaken nooit besproken of uitgesproken zijn.<br />
Maar misschien is het alleen maar nostalgie naar het verleden.<br />
Ik weet het niet.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/29-bespiegelingen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>28. Pensioenen en uitkeringen.</title>
		<link>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/28-pensioenen-en-uitkeringen/</link>
		<comments>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/28-pensioenen-en-uitkeringen/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 24 Feb 2010 16:02:32 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ruud Jansen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Verhalen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/voordatikhetvergeet/?p=112</guid>
		<description><![CDATA[In het boek &#8216;De eeuw van mijn vader&#8217; van Geert Mak beschrijft deze &#8216;het schip met geld&#8217; waarop zijn moeder na afloop van de oorlog 40-45 haar hoop stelde in tijden dat het de familie niet zo voor de wind ging. Ze doelde daarbij op het salaris dat zijn vader tegoed had van de Nederlandse [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In het boek &#8216;De eeuw van mijn vader&#8217; van Geert Mak beschrijft deze &#8216;het schip met geld&#8217; waarop zijn moeder na afloop van de oorlog 40-45 haar hoop stelde in tijden dat het de familie niet zo voor de wind ging. Ze doelde daarbij op het salaris dat zijn vader tegoed had van de Nederlandse staat over de jaren die hij in het voormalige Indië in krijgsgevangenschap had doorgebracht.<br />
Deze achterstallige salarissen werden na hun repatriëring naar Nederland echter almaar niet uitbetaald, eerst uit ambtelijke traagheid, later omdat de Nederlandse regering bij de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesie alle baten, lasten, vorderingen en schulden van het voormalige KNIL had overgedragen aan de nieuw gevormde republiek.<br />
Volgens de Haagse normen was dat allemaal prima in orde. Een hoge ambtenaar verklaarde dat uitbetaling ook niet nodig was omdat de door de Japanners geïnterneerden in die tijd niet voor hun eigen kost hadden hoeven te zorgen, geen huur hadden betaald, geen personeel hoefden te onderhouden enz. Ze hadden nota bene ook geen belasting betaald.<br />
Na veel touwtrekken werd er zesendertig jaar later, in 1981, alsnog een genoegdoening uitbetaald van fl. 7500,-. Zijn vader lag toen al geruime tijd in het ziekenhuis maar het stelde z&#8217;n moeder in ieder geval in staat om de vele bezoeken aan het ziekenhuis te betalen.<br />
Bij de teruggekeerde Joodse overlevenden uit Auschwitz en al die andere vernietigingskampen zien we een identieke situatie. Ook in hun geval was er nauwelijks sprake van een financiele tegemoetkoming en voor zover dat wel het geval was moest die wel zo snel mogelijk worden terugbetaald.<br />
Er is verleden jaar een boekje verschenen over de wijze waarop Joodse Nederlanders na hun terugkomst uit de vernietigingskampen werden ontvangen en opgevangen. De haren rijzen je te berge bij het lezen over de botheid waarmee dat heeft plaatsgevonden. Het heeft daarna in hun geval zelfs tot 2000 geduurd voor er sprake was van terugbetaling van door banken en overheid geconfisqueerde tegoeden en eigendommen van Joodse Nederlanders, die de Endlösung niet hadden overleefd.<br />
De nabestaanden van verzetsstrijders hebben niet zo lang hoeven wachten. Niet dat het geld meteen binnenstroomde maar in de papieren van mijn moeder kon ik nagaan dat met name het verzetspensioen in 1949, vier jaar na afloop van de oorlog, definitief geregeld was.<br />
Hoe ze voor die tijd geld ontving en in de laatste twee oorlogsjaren kan ik niet nagaan.<br />
Vier jaar moest er dus over een regeling gepraat worden. Als je ziet hoe die in bovenvermelde gevallen tot stand kwam zou het me nauwelijks verwonderd hebben als het als volgt was gegaan.<br />
&#8220;Uw man was verzetsstrijder? En hij had daartoe op eigen initiatief besloten? Juist ja, en nog ondergedoken ook. Begrijp ik goed dat u over die drie jaar dus geen belasting heeft betaald?&#8221;<br />
Gelukkig heeft de toekenning niet op deze wijze plaatsgevonden. Hoe ging het dan wel? Voor de nieuwgierigen heb ik de beschikking uit 1949 bijgevoegd. Als uitgangspunt bij de berekening van het pensioen werd het inkomen van de overledene bij het uitbreken van de oorlog genomen. Dat leverde voor m&#8217;n moeder na bijtelling van enige toeslagen een bedrag op van 4025 gulden. Per jaar wel te verstaan. Afgerond 335 gulden per maand. Je moet de hoogte van dat bedrag wel afmeten tegen het gemiddelde inkomen in die tijd. In m&#8217;n herinnering betekende het geen luxe maar ook geen bestaan op het randje van de armoedegrens. Je moet je tevens realiseren dat pas vijf jaar na de bevrijding het welvaartsniveau van voor de oorlog weer werd bereikt.<br />
In de loop der tijd werd dat pensioen jaarlijks verhoogd en financieel kon ma later, toen wij allemaal op eigen benen stonden, er gelukkig prima van rondkomen.</p>
<p><img src="http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/images/h28-1.jpg" alt="" width="400" height="560" /></p>
<p><img src="http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/images/h28-2.jpg" alt="" width="400" height="575" /></p>
<p><img src="http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/images/h28-3.jpg" alt="" width="400" height="408" /></p>
<p>Iets anders was de aanvraag die ze indiende vanwege geleden verzetsschade als gevolg van het onderduiken. Om dat vast te stellen had men wat meer tijd nodig maar in 1951 kwam uiteindelijk de beslissing van het Ministerie van Financiën af. Driehonderdeenenzeventig gulden bedroeg de vergoeding. Geen cijfers achter de komma, jammer maar dat 371 in plaats van een afgerond bedrag. Pfff, van een benauwende kleinheid.</p>
<p><img src="http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/imagesh28-4.jpg" alt="" width="400" height="560" /></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/28-pensioenen-en-uitkeringen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>27. Nog meer eerbetoon.</title>
		<link>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/27-nog-meer-eerbetoon/</link>
		<comments>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/27-nog-meer-eerbetoon/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 23 Feb 2010 15:58:27 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ruud Jansen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Verhalen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/voordatikhetvergeet/?p=110</guid>
		<description><![CDATA[De erebegraafplaats Loenen Na de oorlog heeft de Nederlandse overheid zich veel moeite getroost om al diegenen die als gevolg van het verzet het leven lieten, een waardige laatste rustplaats te bezorgen. Het ging daarbij zowel om mensen die overleden waren in een concentratiekamp als degenen die gefusilleerd waren als gevolg van een doodsvonnis. Het [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De erebegraafplaats Loenen</strong><br />
Na de oorlog heeft de Nederlandse overheid zich veel moeite getroost om al diegenen die als gevolg van het verzet het leven lieten, een waardige laatste rustplaats te bezorgen. Het ging daarbij zowel om mensen die overleden waren in een concentratiekamp als degenen die gefusilleerd waren als gevolg van een doodsvonnis.</p>
<p><img src="http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/images/h27-1.jpg" alt="" width="425" height="279" /></p>
<p>Het terugvinden van de stoffelijke resten was in talloze gevallen moeilijk en in sommige gevallen, wanneer de betrokkene in één van de Duitse concentratiekampen was gecremeerd, onmogelijk.<br />
In Nederland waren de lichamen van gefusilleerden soms gecremeerd in Westerveld. Maar het was ook voorgekomen dat de slachtoffers in massagraven werden begraven, zoals op de fusillade-plaatsen op de Waalsdorpervlakte in Scheveningen en bij het concentratiekamp Vught.<br />
Wat m&#8217;n vader betreft wist m&#8217;n moeder dat hij in 1943 was gefusilleerd maar ze had nooit te horen gekregen wat er met zijn lichaam was gebeurd.<br />
De Dienst Identificatie en Berging was de instantie die na afloop van de oorlog als taak kreeg al het mogelijke te doen om de stoffelijke resten van de gevallenen op te sporen, te identificeren, te bergen en te begraven. Daarbij werd in overleg met de nabestaanden een plaats voor de herbegrafenis vastgesteld.</p>
<p><img src="http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/images/h27-2.jpg" alt="" width="425" height="318" /></p>
<p>De resten van Jan Dieters en mijn vader zijn toen teruggevonden in een massagraf op de Waalsdorpervlakte.<br />
Mijn vader is herbegraven op de Erebegraafplaats van de Oorlogsgravenstichting in Loenen op de Veluwe. Een beetje terug naar de roots van z&#8217;n familie. Die was tenslotte in deze streek opgegroeid.<br />
Hij ligt daar naast z&#8217;n makker in de strijd Jan Dieters. Op nummer 486 van vak A, onder een kleine witte steen, net als alle andere slachtoffers van de oorlog die daar hun laatste rustplaats gevonden hebben.</p>
<p><strong>Het Louis Jansenplein</strong><br />
Slotermeer is één van de tuinsteden in Amsterdam West die in de jaren vijftig in de naoorlogse woningnood moesten voorzien. Een deel van de straten in die wijk werd bij het gereedkomen van de bouw genoemd naar verzetshelden uit de jaren 40-45, een gebeurtenis die zonder veel ophef heeft plaatsgevonden. Op deze manier ontstond het Louis Jansenplein.<br />
Zo&#8217;n veertig of vijfenveertig jaar na de oorlog kwamen &#8216;het verzet&#8217; en &#8216;de helden uit die tijd&#8217; door publicaties in kranten en tijdschriften weer meer in de belangstelling te staan. Ik kan niet meer nagaan welke instantie of vereniging het initiatief heeft genomen maar in Amsterdam werd besloten om het eerbetoon uit de vijftiger jaren met enig ceremonieel te herbevestigen.<br />
De familie van alle naamgevers werd daartoe voor een feestelijke bijeenkomst uitgenodigd in hotel Slotania. Na afloop van de bijeenkomst werd er gezamenlijk een rondje door de betreffende straten gemaakt waarbij nieuwe straatnaamborden werden onthuld die naast de naam een korte beschrijving van de betrokken personen vermelden.<br />
En zoals de foto op de volgende bladzijde laat zien werd er ook een bloemetje gelegd.</p>
<p><img src="http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/images/h27-3.jpg" alt="" width="350" height="543" /></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/27-nog-meer-eerbetoon/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>26. Het verzetskruis.</title>
		<link>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/26-het-verzetskruis/</link>
		<comments>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/26-het-verzetskruis/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 23 Feb 2010 07:03:44 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ruud Jansen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Verhalen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/voordatikhetvergeet/?p=108</guid>
		<description><![CDATA[Na afloop van de oorlog 40-45 ontstond er al snel behoefte om een onderscheiding toe te kennen aan burgers, die in het verzet tegen de Duitse bezetter op bijzondere wijze hun moed hadden getoond. Hoewel er al civiele onderscheidingen bestonden evenals militaire onderscheidingen achtte de regering de instelling van een bijzonder decoratiestelsel voor het verzet [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Na afloop van de oorlog 40-45 ontstond er al snel behoefte om een onderscheiding toe te kennen aan burgers, die in het verzet tegen de Duitse bezetter op bijzondere wijze hun moed hadden getoond. Hoewel er al civiele onderscheidingen bestonden evenals militaire onderscheidingen achtte de regering de instelling van een bijzonder decoratiestelsel voor het verzet nodig. In een aantal andere landen dat in een soortgelijke situatie verkeerde, was men er inmiddels al toe overgegaan om voor verzetsdaden een bijzondere dapperheidonderscheiding uit te reiken.</p>
<p><img src="http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/images/h26-1.jpg" alt="" width="250" height="343" /></p>
<p>Er werd daarom een Raad voor Onderscheiding en Eerbetoon opgericht die als opdracht kreeg om een voorstel voor een bijzondere civiele onderscheiding uit te werken, die naast de Militaire Willemsorde, de Bronzen Leeuw, het Bronzen Kruis, het Kruis van Verdienste en het Vliegerkruis zou bestaan. Dat gebeurde dus, in overleg met veel instanties waaronder de Grote Adviescommissie der Illegaliteit.<br />
Het heeft daarna heel wat voeten in aarde gehad voordat tot de instelling van een Verzetskruis werd besloten. Vooral de keuze om deze onderscheiding zowel aan nog levende personen uit te reiken als aan mensen die gevallen waren in het verzet, was een breekpunt.<br />
Hoe het ook zij, op 29 april 1946 deed de regering een daartoe strekkend voorstel aan koningin Wilhelmina toekomen en ondanks verzet van onder meer de top van de Landelijke Knokploegen (LKP) tekende zij dit besluit. Hierbij werd het Verzetskruis met de Militaire Willemsorde de hoogste dapperheidonderscheiding die Nederland kent.<br />
Toen de regering op deze wijze dus had besloten tot de instelling van het verzetskruis, kwam het probleem van de voordrachten aan de orde. Volgens goed Nederlands gebruik moest daarover een brede commissie beslissen die in z&#8217;n voorstel daarover het volgende aan de regering rapporteerde:<br />
&#8220;Bij de voordracht is getracht alle aspecten van het verzet te betrekken. Zo vindt men naast geestelijken, hoogleraren en medici, drukkers en uitgevers; ook een koerierster op de lijst, terwijl naast de verzorgingsgroepen en de grote verzetsorganisaties, ook de meer specifieke groepen als de persoonsbewijscentrale, kunstenaarsverzet, verzet onder politieke gevangenen, niet zijn vergeten. Ook de verschillende schakeringen van de illegale pers komen op de lijst voor&#8221;.<br />
Ik ben in het bezit van een boekje waarin het bovenstaande uitgebreid staat beschreven. Bovendien is daarin een lijst opgenomen van alle personen waaraan deze onderscheiding werd toegekend met een korte beschrijving van hun levensloop.<br />
In totaal werd het verzetskruis 94 maal uitgereikt waarvan 93 maal postuum.<br />
Bij het schrijven van dit hoofdstuk heb ik het boek weer eens doorgebladerd. Ik moet bekennen dat de meeste namen me weinig meer zeiden maar bij mensen als Campert (vader van Remco), Bernard IJzerdraat, Wiardi Beckman, Johannes Post en nog wat anderen was daar meteen weer de flits van herkenning.<br />
Van het communistisch verzet werden drie personen voorgedragen te weten L. Jansen, G.W. Kastein en J.J.(Hannie) Schaft.<br />
De onderscheiding werd voor de laatste maal toegekend in 1955 aan Bernard IJzerdraat, de grote man van het Geuzenverzet.</p>
<p>De uitreiking van de eerste serie onderscheidingen vond plaats in het Paleis op de Dam op 9 mei 1946. Als directe nabestaande was m’n moeder daar uitgenodigd en samen met een vijftigtal anderen kreeg zij het kruis overhandigd door koningin Wilhelmina.<br />
Ik heb een paar afdrukken van de correspondentie uit die dagen bijgevoegd.</p>
<p><img src="http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/images/h26-2.jpg" alt="" width="350" height="211" /></p>
<p><img src="http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/images/h26-3.jpg" alt="" width="300" height="334" /></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/26-het-verzetskruis/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>25. Hoe het verder ging.</title>
		<link>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/25-hoe-het-verder-ging/</link>
		<comments>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/25-hoe-het-verder-ging/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 21 Feb 2010 22:35:59 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ruud Jansen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Verhalen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/voordatikhetvergeet/?p=64</guid>
		<description><![CDATA[In de maanden na hun intocht werden de Canadezen een vertrouwd gezicht in het stadsbeeld. Vlak bij ons huis, op het Scheldeplein, werd een groep ingekwartierd in de garage waarin tegenwoordig een bowlingcentrum is gevestigd. Die konden natuurlijk op belangstelling van de hele buurt rekenen. Iedereen probeerde wat te bietsen bij de soldaatjes. Eten, chocola, [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In de maanden na hun intocht werden de Canadezen een vertrouwd gezicht in het stadsbeeld. Vlak bij ons huis, op het Scheldeplein, werd een groep ingekwartierd in de garage waarin tegenwoordig een bowlingcentrum is gevestigd. Die konden natuurlijk op belangstelling van de hele buurt rekenen. Iedereen probeerde wat te bietsen bij de soldaatjes. Eten, chocola, sigaretten. Heel gewild bij de jeugd waren militaire onderscheidingstekens. De belangstelling van de soldaten ging uiteraard vooral uit naar het vrouwelijk schoon.</p>
<p><img src="http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/images/h25-1.jpg" alt="" width="425" height="211" /><br />
<span id="more-64"></span></p>
<p><strong>Feesten</strong><br />
Het eerste half jaar na de bevrijding werden er overal bevrijdingsfeesten georganiseerd. Er was geen wijk die wilde ontbreken met wedstrijden voor de kinderen en dansfeesten voor de ouderen. En verder was er ook voortdurend kermis. Niet van die kleine kermisjes, maar grote. Op de Jozef Israelskade, een paar minuten van ons huis, was er eentje opgebouwd, die daar maanden bleef staan maar ze stonden ook in andere delen van de stad .<br />
Ik kan me ook nog goed herinneren dat de volledige Amsterdamse schooljeugd op uitnodiging van de Canadezen een middag gratis naar de kermis mocht. Via school had ik een kaartje voor de kermis aan de Jan van Galenstraat gekregen. Bij binnenkomst kreeg je een grote zak met snoepgoed. Je mocht overal in, autootjes, draaimolens, noem maar op. Onze bevrijders hadden het aantal jeugdige Amsterdammers echter onderschat waardoor er een gigantische chaos ontstond. Zelfs voor de meest lullige draaimolen moest je een kwartier wachten voor je aan de beurt was voor een gratis rondje. Maar we vonden het prachtig, dat weet ik wel.</p>
<p><strong>Wat gebeurde er met de NSB-ers?</strong><br />
Het arresteren van leden van de NSB en de WA werd aanvankelijk met veel machtsvertoon en publiciteit ten aanschouwen van de bevolking uitgevoerd en trok vanzelfsprekend nogal wat belangstelling. Vooral in de eerste weken na de bevrijding dreigde het soms in een soort openbare terechtstelling te ontaarden.<br />
Het arresteren van deze landverraders was opgedragen aan de BS (afkorting voor Binnenlandse Strijdkrachten). Je mag een vraagteken zetten bij de vraag of alle leden van die organisatie even geschikt waren voor die taak. In ieder geval was het aantal leden pas de laatste oorlogsmaanden sterk gestegen.<br />
Achteraf is gebleken dat er nogal wat foutjes zijn gemaakt bij deze afrekening. Mensen die ten onrechte werden opgepakt en foute figuren die de dans wisten te ontspringen.<br />
Ook de vrouwen en meisjes die zich met Duitse soldaten hadden afgegeven, (wat een uitdrukking eigenlijk) waren een dankbaar doelwit. Die werden namelijk kaalgeschoren of kaalgeknipt onder het gejoel en gejuich van de toegestroomde toeschouwers en met teer ingesmeerd.<br />
Ook hierbij blijkt de wijze waarop dit alles zich heeft afgespeeld, niet het fraaiste voorbeeld van volksjustitie te zijn. En onder degenen die deze vonnissen voltrokken zaten nogal wat deelnemers, die ook niet geheel &#8220;van vreemde smetten vrij&#8221; waren.</p>
<p><strong>Legermateriaal</strong><br />
Omdat de Canadezen niet zo gauw raad wisten met al het veroverde Duitse oorlogsmateriaal werd dat in Amsterdam een paar weken na de bevrijding op een aantal plaatsen aan de rand van de stad opgeslagen.<br />
Wij hadden het geluk dat we aan de rand van de stad woonden. Op de plaats waar je nu de RAI vindt, lag toen een groot stuk opgespoten land dat natuurlijk een prachtige speelplaats was voor de jeugd. Ik heb daar bijvoorbeeld later heel wat afgevoetbald met de jongens uit de buurt.<br />
Het was natuurlijk een hele verrassing toen dat stuk land plotseling als tijdelijke opslagplaats werd gebruikt voor afgedankt Duits legermateriaal.<br />
Deze dump werd in korte tijd een ontmoetingspunt voor de hele buurt omdat er het nodige te halen, lees stelen, was. Niet alleen door de jeugd maar ook door de ouderen werd er gestolen als de raven. Vooral gereedschap was gewild maar ook oude helmen, bajonetten, gasmaskers, hele geweren e.d. waren gewilde artikelen. Volgens mij werden er op een gegeven moment zelfs hele vrachtwagens weggereden.</p>
<p><img src="http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/images/h25-2.jpg" alt="" width="200" height="199" /></p>
<p><strong>Rookgordijn</strong><br />
Een absoluut hoogtepunt in die eerste maanden maakte ik mee toen ik er met nog wat jongens in slaagde om onbruikbare rookgascilinders tot leven te brengen. Voor het geval het doel van deze apparaten onduidelijk mag zijn, die dienen om rookgordijnen te maken.<br />
We hadden al een paar keer geprobeerd om er eentje tot ontbranding te brengen maar zonder succes tot we op een woensdagmiddag op de inval kwamen om het wat grootscheepser aan te pakken.<br />
Van allerlei brandbare spullen hadden we eerst een vuurtje gestookt en toen dat eenmaal goed aan de gang was legden we er zo&#8217;n rookcilinder op met de opening in het vuur. Na een minuut of vijf begon het ding -de afmetingen waren zo&#8217;n 15 bij 70cm- zowaar wat rook te produceren en enthousiast maakten we het vuur nog groter zodat we er nog een aantal op konden leggen.<br />
Het succes overtrof al onze verwachtingen. Het beetje rook werd een boel rook en na nog een minuut of vijf braakten alle rookcilinders dikke wolken rook uit.<br />
Er stond een heel licht windje die dag en die stuurde de rook eerst het Scheldeplein op en daarna de Scheldestraat in. En niet zo maar een beetje nevel, nee, je kon echt geen hand voor ogen zien.<br />
Wij uit de bol natuurlijk. Maar paniek bij de bewoners en de winkeliers in de Scheldestraat.<br />
En de nodige ergernis bij de Canadese soldaten, die opdracht hadden om al dat materiaal te bewaken. Die hielden zich veel liever met het vrouwelijk schoon uit de buurt bezig.<br />
Uiteindelijk moest de brand­weer er bij komen om het vuurtje met de rookbommen te lokali­seren en vervolgens te blussen maar het succes van onze missie kon natuurlijk niet meer kapot.<br />
Er werd daarna een prikkeldraad hek om de dump gezet maar die hield het stelen nauwelijks tegen. Gezegd moet worden dat het de Canadezen ook niet zo bijster interesseerde.<br />
Een tweede rookgor­dijn zat er echter niet meer in maar dat hoefde ook niet want de bevrijdingsfeesten en de kermis zorgde voor voldoende andere afleiding.</p>
<p><strong>Eindelijk weer eten</strong><br />
Eten was natuurlijk ook een onderwerp dat in de schijnwerpers stond. We hadden per slot van rekening de &#8220;hongerwinter&#8221; achter de rug en iedereen verwachtte in een soort luilekkerland terecht te komen. Dat was niet het geval en pas na een aarzelend begin kwam de voedselvoorziening op gang.<br />
Dat er weer lekkers kwam kan ik me nog goed voor de geest halen. Chocoladerepen bijvoorbeeld. Die raspte ik tot een soort hagelslag om op m&#8217;n brood te doen.<br />
Eierpoeder, dat ook in de pakketten van de voedseldroppings zat, werd in ruime mate verstrekt. Op echte eieren moesten we nog een tijdje wachten.<br />
Koekjes. Dat is een verhaal apart.<br />
Nee, geen luxe koekjes natuurlijk. Iets biskwieachtigs in de vorm ongeveer van de tegenwoordige ligakoeken. Die waren al vrij vlot verkrijgbaar. Op de bon natuurlijk, alles was op de bon.<br />
Twee soorten waren er, bruine en witte. Aangevoerd in grote vierkante blikken, die een heel gewild artikel waren omdat je er vlotten van kon maken. Dat wil zeggen, als je er een voldoen­de aantal van aan elkaar bond.<br />
Die koekjes waren van die knabbeldingen waarvan je bleef eten. Voor zover je ze had natuurlijk.<br />
Over dat blijven eten deden al snel een aantal gruwelverhalen de ronde. Die koeken waren namelijk gortdroog en als je er teveel van at en vervolgens flink dronk kon je aardig pijn in je maag krijgen omdat de droge koekmassa na toevoeging van water aardig in volume toe­nam.<br />
Bij mij op school circuleerde een tijd het verhaal dat er al meerdere mensen in het ziekenhuis waren beland met een opengebarsten maag omdat ze teveel hadden gegeten en in de klas werden we zelfs door onze onderwijzer gewaarschuwd.<br />
Uiteindelijk bleven veel dingen nog heel lang op de bon en het heeft tot begin 1950 geduurd voor de laatste artikelen volledig vrijgegeven werden.</p>
<p><strong>Kleding en schoenen</strong><br />
Die waren ook na de bevrijding nog maar nauwelijks te koop. Zo midden augustus verschenen er schoenen met zolen van een soort geperst bordkarton. Daar moest je dus niet mee in de regen lopen.<br />
Wellicht vanwege de rol van m’n vader in het verzet ontvingen we een aantal keren een pakket uit Amerika. Net zoals wij nu wel eens inzamelingen houden voor hongerende bevolkingsgroepen in Afrika of nog niet zo lang geleden, Polen, deden de Amerikanen dat voor hongerend Europa. Was altijd een verrassing om die pakketten te openen om te kijken wat er in zat. Meestal ging het om snoep en diverse blikartikelen. Verpakt in bladzijden uit de Saturday Evening Post of Life waarbij je je de ogen uitkeek op het beeld van Amerika dat daarin zichtbaar werd<br />
Kleding werd daar kennelijk ook ingezameld en die mocht je op uitnodiging van de Gemeente komen uitzoeken in een pakhuis op het Waterlooplein. Ik heb nog jaren een vrolijk blauwe, tot plusfour vermaakte pantalon gedragen, die afkomstig was uit de States.</p>
<p><strong>Naar de </strong><strong>film</strong><br />
Vrij kort na de bevrijding gingen de bioscopen weer open. We hadden er twee betrekkelijk dicht in de buurt, de Rialto en het Ceintuurtheater.<br />
Vooral laatstgenoemde was een echte buurtbioscoop waar altijd een muffe lijflucht hing. Als er een cowboy- of een vechtfilm draaide werd er door de bezoekers vaak doorlopend gejuicht en gefloten tijdens de voorstelling. Deze bioscoop had niet ten onrechte als bijnaam &#8220;het Stinker­tje&#8221;.<br />
De eerste film die ze weer vertoonden, was een exemplaar van Charley Chaplin. Een drukte dat me dat gaf.<br />
De bioscoop was toch een enorme trekker in die tijd. Daar ging je niet maar gewoon naar toe op het tijdstip dat jou uitkwam. Nee, je moest vooraf kaartjes halen. Vanaf 11 uur &#8216;s ochtends was er voorverkoop en dan stond je een paar uur in de rij voor je een kaartje voor de middag- of avondvoorstelling kon kopen of voor de dag daarna.</p>
<p><strong>School</strong><br />
Al vrij snel na die dolle bevrijdingsdagen moesten we weer naar school. Die was ook tijdens de laatste maanden van de oorlog niet gesloten maar we hadden niet alle dagen school. We draaiden een rooster met halve dagen in plaats van hele.<br />
Ik kan me nog wel herinneren dat we toen in juli een schoolreisje hebben gemaakt naar de waterleidingduinen. Alleen de vijfde en zesde klas omdat er niet meer vervoermiddelen waren.<br />
De rit zie ik nog helemaal voor me. We gingen namelijk met twee oude open vrachtwagens, die door een ondernemend lid van de oudercommissie waren ‘georganiseerd’.<br />
Heel rustig rijdend, om te voorkomen dat we iemand zouden verliezen, reden we met een sukkel gangetje richting Haarlem.<br />
Gelukkig was het mooi warm weer die dag en omdat we niets gewend waren hadden we een fantastische dag.</p>
<p>Heb ik de naam van m&#8217;n school al genoemd? Vast wel in een van de vorige hoofdstukken. De Meerhuizenschool dus aan het Meerhuizenplein, genoemd naar de buitenplaats die ooit op die hoogte aan de Amstel stond.<br />
Onze klassenleraar heette Bloksma en was zo&#8217;n onderwijzerstype van de oude stempel. Dat betekende dat hij voor sommige dingen als een soort verlicht despo­otje over z&#8217;n leerlingen heerste. Afgezien daarvan had hij zich echter ook tot doel gesteld om z&#8217;n leerlingen naast de normale verplichte kennis ook zaken daarbuiten zoals de historie van Amsterdam en de boom­pjes en bloemetjes in de natuur bij te brengen.<br />
In september &#8217;43 was ik in de vierde klas geplaatst. Gelukkig had ik de vier maanden daarvoor op school in Eerbeek het nodige opgestoken en iets kunnen afhalen van de achterstand die ik tijdens de drie jaren onderduikperiode had opgelopen. In tijd gerekend was ik zelfs maar één jaar achterop geraakt.<br />
De Meerhuizenschool was een gewone openbare school voor lager onderwijs met zes klassen. De klas onder de mijne had als leraar meneer Beuken, die altijd een grijze stofjas aan had en als grappenmaker bekend stond. Ik heb &#8216;m een paar weken als invaller mogen meemaken (hij moest toen twee klassen tegelijk voor z&#8217;n rekening nemen) en vond het eerlijk gezegd geen echt vrolijk mens. Zo zie je maar hoe meningen over iemand kunnen verschillen.<br />
Gymnastiek hadden we ook. Ik zie die man nog voor me. Stiens, gevreesd bij alle jongens. Lang en fors met één stijf been althans een been dat minder goed functioneerde. Volgens de verhalen was hij keurturner geweest en had dat been bij een val uit het hoge rek op meerdere plaatsen gebroken. Volgens diezelfde verhalen was hij ook zo streng dat hij eens een oefenstuk op de rug van een leerling had stukgeslagen.<br />
Ook een somber mens was het hoofd van de school, meneer van Zanten of was het van Zuilen. Nou ja, doet er ook niet toe. Het was zo&#8217;n man met een maagzweer gezicht. Van hem werd verteld dat hij voortdurend met z&#8217;n vrouw in de clinch lag. Ook dat hij daarom moeite had om van de drank af te blijven en daardoor ’s middags nog wel eens met een ‘kegel’ voor de klas stond.<br />
Het aantal kinderen bij mij in de klas weet ik niet meer. Ik denk dat het er ongeveer dertig waren.<br />
Ik kan me de meesten nog wel herinneren. Pietje Prins zat naast me in de bank. Kwam uit IJmuiden maar was vanwege de oorlog met z&#8217;n ouders naar Amsterdam geëvacueerd.<br />
Als ik me niet vergis was z&#8217;n vader reder en zat het gezin goed in de slappe was.<br />
Een boendertje van een jongen maar aardig. Ik ben diverse keren bij hem thuis geweest. Na de oorlog had hij in korte tijd een hele verzameling van Duits oorlogstuig &#8216;georganiseerd&#8217;. Com­pleet met helmen, gasmaskers, bajonetten, een echt geweer, een revolver en weet ik niet wat meer.<br />
Moet je je voorstellen, een jochie van elf jaar.<br />
Omdat ik op school naast hem zat heb ik toen nog een metalen jeep op schaal van &#8216;m gehad. Met afme­tingen van zo&#8217;n 10 bij 20 cm. Op rubber bandjes en met een echt linnen kap. Die heb ik jammer genoeg niet bewaard. Was nu een hoop geld waard geweest.<br />
Wim Bouwman was de knapste jongen van de klas en Wimpie Drolsbach had door z&#8217;n naam en gering postuur de onvermijdelijke bijnaam van drolletje.<br />
Henk van Bleek, die in de Rijnstraat woonde, was ook een vriendje van me en Gerard Pais uit de Maasstraat. Die is samen met mij naar de Spinoza MULO gegaan. Z&#8217;n vader was chef van een Albert Heijnfiliaal. Toevallig stond er een paar jaar geleden een artikel over Gerard in de Volkskrant omdat hij &#8216;t nogal ver in het bankwezen had gebracht. Ik vond dat wel grappig om te lezen. Volgens mij was hij niet zo&#8217;n rekenaar en we bleven allebei in de eerste klas zitten maar ja, die kruidenierszaak van z&#8217;n pa heeft uiteindelijk toch kennelijk het nodige bijgedragen.<br />
De leiders in de klas werden geselecteerd op hun lichamelijke capaciteiten. Het waren er twee, Sjakie van Wijk, een atletisch gebouwde knaap, die goed kon voetballen en Kootje Zieleman, die meer het postuur van een stormram had. Kootje heeft het later als amateur wielrenner nog een eind geschopt.<br />
En dan was er ook nog een gladde prater in de klas, Tommie Pauka. Die heeft die eigenschap later bij de VARA te gelde gemaakt.<br />
Was er dan geen mooiste meisje in de klas? Ja natuurlijk, Hennie da Silva heette ze. En Annie Douwes was ook begerenswaardig mede omdat ze de dochter van een bakker was en wel eens wat overgebleven pudding­broodjes meebracht.<br />
Wat een tijd.<br />
Mede uit die periode, dat wil zeggen het eerste naoorlogse jaar, dateren m&#8217;n eerste voetbalpogingen. Met de jongens uit de klas op een stuk land achter het Amstelstation, waar nu woonhuizen staan.<br />
Op de vrije woensdagmiddag zag het daar altijd zwart van de jongetjes, die op geïmproviseerde veldjes hun partijtjes speelden. Een jeugdcompetitie zoals we die nu kennen, bestond toen natuurlijk nog niet. Voetballen deed je op straat of op stukken grasland.<br />
Degenen die daar bij het Amstelstation het eerst aanwezig waren op zo’n middag, kozen natuurlijk het beste stuk uit. En de rest volgde tot op een gegeven ogenblik alles bezet was.<br />
De velden van aangrenzende partijen liepen heel vaak door elkaar heen en er ontstond nogal eens ruzie als de spelers elkaar in de weg liepen. Maar dat loste zich meestal wel weer op.<br />
Altijd waren er discussies of een doelpunt nou zat of niet. Dat kwam omdat er geen echte doelen waren. Je maakte een goal van een paar stapeltjes kleren. Ging ie nou over de paal of niet, nog moeilijker, was ie nou te hoog of niet. De aanwezigheid van een paar spelers met verbale kwaliteiten in je ploeg gaf vaak de doorslag.<br />
Ach ja, die voetbalpartijtjes, met Sjakie van Wijk als uitblinker.<br />
Grootste probleem was als de bal in één van de sloten om het terrein terechtkwam en grootste lol als d&#8217;r eentje bij z&#8217;n pogingen om die bal te pakken in die sloot belandde.<br />
En wat ik zeker niet mag vergeten te vermelden is die vreemde lucht, die altijd bij het Amstelstation hing. Dat kwam omdat daar toen nog twee fabriekjes stonden, waar ze cacao verwerkten en er hing daardoor vaak zo&#8217;n ondefinieerbare zoetige lucht. Die typische lucht van chocola.</p>
<p><strong>Slot?</strong><br />
Is m&#8217;n verhaal hiermee nu afgelopen? In feite wel maar er volgen toch nog een paar hoofdstukjes. Over de door mijn vader georganiseerde Februaristaking, het Verzetskruis dat hem postuum werd toegekend, meneer Simons, de regelingen voor het verzetspensioen, de straatnaam in Amsterdam West en een hoofdstukje dat het boek echt moet afsluiten.<br />
Misschien nog wel wat rook want als ik daar eenmaal over begin ben ik, zoals m&#8217;n zonen weten,  nauwelijks te stuiten.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/25-hoe-het-verder-ging/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>24. Bevrijding.</title>
		<link>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/24-bevrijding/</link>
		<comments>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/24-bevrijding/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 16 Feb 2010 22:51:29 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ruud Jansen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Verhalen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/voordatikhetvergeet/?p=62</guid>
		<description><![CDATA[Is dit alles? Bijna bij het einde van m&#8217;n verhaal over de oorlog gekomen kan ik de verleiding niet weerstaan om terug te bladeren in de voorgaande hoofdstukken. Foto&#8217;s met tekst, veel tekst maar toch dringt onweerstaanbaar de vraag zich bij me op of dit nou alles is wat ik me van die vijf jaar [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Is dit alles?</strong><br />
Bijna bij het einde van m&#8217;n verhaal over de oorlog gekomen kan ik de verleiding niet weerstaan om terug te bladeren in de voorgaande hoofdstukken. Foto&#8217;s met tekst, veel tekst maar toch dringt onweerstaanbaar de vraag zich bij me op of dit nou alles is wat ik me van die vijf jaar kan herinneren.<br />
Is dit alles, zing ik zachtjes voor me heen. Is dit alles, wat er is?<br />
Genoeg, jongen, spreek ik mezelf vermanend toe. Dit boek moet gewoon verder. De bevrijding komt eraan, het tempo moet omhoog. This is 2004, man, die mensen van nu hebben helemaal geen tijd voor jouw gemijmer. Als je vindt dat er nog meer te vertellen is doe dat dan. Je doet net de radio aan. Hoe zat het daar bijvoorbeeld mee in 1944? Of met de TV? Verschenen er nog kranten? Is de situatie van toen te vergelijken met die van nu? Met onze radio, televisie met nieuws en muziek, nog meer nieuws en nog meer muziek. Over vijf, zes, tien zenders. Waarbij je er bij de geringste gebeurtenis in de wereld bovenop zit?<br />
Kortom, we gaan gewoon verder.<br />
<span id="more-62"></span></p>
<p><strong>Nieuwsvoorziening</strong><br />
Was er nog een vorm van nieuwsvoorziening in die laatste maanden van de oorlog? Al sla je me dood maar in de fotoboeken zie ik dat er nog steeds kranten uitkwamen, zij het op miniformaat. Maar het bezit van een radio was in ieder geval al drie of vier jaar verboden en TV bestond nog niet. Over de draadomroep, een fenomeen dat al dertig jaar geleden is opgeheven, twijfel ik. Als die nog werkte kon je daar in ieder geval uitsluitend de door de Duitsers aangestuurde zenders Hilversum 1 en 2 op beluisteren.<br />
Maar er waren nog meer nieuwsbronnen. Geregeld werden door de illegaliteit krantjes met het laatste nieuws verspreid. Verder waren er ook nog mensen die in het geheim naar de Engelse zenders en Radio Oranje luisterden op een verborgen radio. Op die wijze drong het nieuws uiteindelijk wel tot alle hoeken door.<br />
Thuis waren we aardig op de hoogte van de voortgang van de strijd tegen de Duitsers. Om het overzicht niet kwijt te raken had m’n broer een grote landkaart aan een muur in de hal opgehangen. Daarop hield hij met vlaggetjes en gekleurd lint de situatie aan de diverse oorlogsfronten bij.<br />
Of dat nou alles was schreef ik in de aanhef van dit hoofdstuk. Nee natuurlijk was dat niet alles. Wat bijvoorbeeld nauwelijks voorkomt in dit verhaal en ook niet gemakkelijk onder woorden valt te brengen was de onzekerheid over de afloop van de oorlog. Niet in het minst door de altijd aanwezige geruchten. Dat het bijna afgelopen was, dat het nog jaren ging duren en alle variaties tussen die twee.<br />
En in het dagelijks leven van die tijd duurde en duurde die oorlog maar voort en knaagde steeds weer andere stukjes van het moreel af. Dat werd nog eens versterkt door de geleidelijk slechter wordende levensomstandigheden.<br />
Ook zoiets was de vrees om opgepakt te worden bij een razzia. Links en rechts werden dan mannen opgepakt die in Duitsland moesten werken of er werden wat mensen opgepakt als represaillemaatregel tegen acties van de illegaliteit.<br />
Ik kan me nog goed herinneren dat m’n broer in de Scheldestraat een vluchtplaats had gemaakt tussen de vloer en het plafond van het huis beneden ons. In wat oudere huizen, van voor 1940 bedoel ik, bestond die mogelijkheid omdat er een open ruimte van zo&#8217;n 30 à 40cm tussen zat. Via een luik in de vloer, dat verborgen zat onder het vloerkleed, kon hij op die manier verdwijnen als dat nodig mocht zijn.<br />
Eén keer heeft het er echt naar uitgezien dat deze vluchtplaats echt gebruikt moest worden. Een stuk of twintig Duitse soldaten arriveerden onder veel lawaai en geschiet met overvalwagens in de Scheldestraat. De groep stopte in het midden van de straat en maakte aanstalten om bij een paar woningen naar binnen te gaan. Maar zo ver kwam het niet want na een commando stapten ze allemaal weer in en vertrokken weer na een paar schoten in de lucht te hebben gelost.Zo liep deze gebeurtenis met een sisser af.</p>
<p><strong>De laatste loodjes</strong><br />
In april werd duidelijk dat de bevrijding een kwestie van weken werd. De Russen stonden voor Berlijn en de Amerikanen en Engelsen trokken in snel tempo door Duitsland zonder veel tegenstand te ontmoeten. Ook niet van de bevolking daar. De voortdurende bombardementen op de grote Duitse steden hadden het moreel van de burgers dusdanig aangetast dat er ook van die zijde geen tegenstand werd geboden.</p>
<p><img src="http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/images/h24-1.jpg" alt="" width="425" height="270" /></p>
<p><strong>Bevrijd</strong><br />
En toen was daar dan toch nog plotseling het nieuws dat de oorlog afgelopen was.<br />
Na een aantal valse meldingen eind april verspreidde het bericht zich razendsnel. De juiste datum ben ik kwijt. Het was in ieder geval ergens in de avond van 3 of 4 mei.<br />
Overigens hoorde ik het pas de ochtend daarna omdat ik al in bed lag en sliep. Die eerste bevrijdingsdag liet zich overigens niet van z&#8217;n beste zijde zien. Het was somber weer, geen zon, met een grauwe wolkenhemel en er was ook niets te merken van een feestelijke stemming. Ik denk omdat er nog voldoende zekerheid was of het allemaal wel echt waar was.<br />
Ik ben om een uur of elf nog naar de stad gelopen als ik me goed herinner, maar ook daar nog weinig feestge­druis. Hier en daar een aarzelende vlag, mannen van de BS (Binnenlandse strijdkrachten), die met gewichtige gezichten rond­liepen of rondreden. Bij het Weteringplantsoen waar een paar maanden tevoren een groep mannen als represaille was gefusilleerd, was het wat drukker en hadden de mensen bloemen neergelegd.<br />
Omdat er in de richting van de Munt ook geen activiteiten te bespeuren waren ben ik weer naar huis teruggewandeld. Zo was iedereen in gespannen afwachting van de komst van de bevrijders.</p>
<p><img src="http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/images/h24-2.jpg" alt="" width="425" height="286" /></p>
<p><strong>Wachten op de bevrijders</strong><br />
“Wanneer komen ze nou?”<br />
“Ze zeggen morgen maar ik moet het eerst nog zien.”<br />
“ Ik hoorde dat het Canadezen zijn.”<br />
“Canadezen? Hebben die dan ook meegevochten?”</p>
<p>En zo steeg de spanning.<br />
Morgen komen ze</p>
<p><img src="http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/images/h24-3.jpg" alt="" width="425" height="451" /></p>
<p><strong>De Canadezen komen eraan.</strong><br />
Pas toen de Canadezen een paar dagen later binnenkwamen barstte het feest los. Tsja, hoe moet je zoiets beschrijven, zoveel blijdschap, ontroering, vreugde.<br />
Het was een prachtige zonnige dag en onze bevrijders kwamen met al hun rijdend materiaal, vrachtwagens, jeeps, rupscarriers, tanks, motorfietsen uit de richting Hilversum binnen via Duivendrecht, over de Berlagebrug, de Amstel­laan en de Noorder Amstellaan en daarna verder de stad in. Het begon &#8216;s ochtends om een uur of tien en die grandioze intocht duurde verder de hele dag. Alle straten en pleinen, waarlangs ze binnenkwamen, waren omzoomd met hagen van juichende Amsterdammers, die probeerden om een stukje mee te rijden op één van de voertuigen. Op een gegeven moment wilden we ze met bloemen overladen en in een paar minuten waren de net bloeiende rhododendrons op de Noorder Amstellaan kaalgeplukt.</p>
<p><img src="http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/images/h24-4.jpg" alt="" width="425" height="300" /></p>
<p>Jonge, jonge, jonge, wat een onvergetelijke gebeurtenis. Samen met een groep andere jochies ben ik &#8216;s middags tot Duivendrecht gelopen om ook een keertje mee te kunnen rijden. Wat een dag! Met al die honderdduizenden enthousiaste mensen, die niet moe werden om de bevrijders toe te juichen.<br />
En ook de dag daarna ging dat nog door.<br />
We waren bevrijd. Nu zou alles beter worden.</p>
<p><strong>Beter </strong><strong>worden</strong><br />
Die verbetering had veel meer voeten in aarde dan iedereen had gehoopt. Er was zoveel vernield, er moest zoveel weer opgebouwd worden.<br />
Het heeft uiteindelijk vijf jaar geduurd voor het welvaartsniveau van voor de oorlog weer was bereikt.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/24-bevrijding/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>23. Voedseldroppings.</title>
		<link>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/23-voedseldroppings/</link>
		<comments>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/23-voedseldroppings/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 16 Feb 2010 22:50:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ruud Jansen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Verhalen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/voordatikhetvergeet/?p=60</guid>
		<description><![CDATA[Volgens een goed Nederlands gezegde komt aan alles een end. Dat gold dus ook voor de winter van 1944-1945. Er kwam een einde aan de kou en de eerste tekenen van de lente kondigden zich aan. Maar wat niet verdween was de voedselschaarste. De honger bleef en ook leek het of er nooit een einde [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Volgens een goed Nederlands gezegde komt aan alles een end. Dat gold dus ook voor de winter van 1944-1945. Er kwam een einde aan de kou en de eerste tekenen van de lente kondigden zich aan. Maar wat niet verdween was de voedselschaarste. De honger bleef en ook leek het of er nooit een einde aan de oorlog zou komen.<br />
Dat gold in ons land echter alleen voor de provincies Utrecht en Noord- en Zuid-Holland. De rest van het land was al kortere of langere tijd bevrijd. Het wachten was op de val van Berlijn en de overgave van de Duitsers.</p>
<p><img src="http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/images/h23-1.jpg" alt="" width="425" height="274" /><br />
<span id="more-60"></span></p>
<p>Om iets aan de nood van het hongerend deel van Nederland te doen gingen de Amerikanen en Engelsen eind april in onderhandeling met de Duitse rijkscommissaris voor het nog bezette gebied, Seyss-Inquart, en deze ging ermee akkoord dat Engelse en Amerikaanse vliegtuigen voedseldroppings zouden uitvoeren boven een aantal vliegvelden en andere terreinen.</p>
<p><img src="http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/images/h23-2.jpg" alt="" width="425" height="300" /></p>
<p>Op aangeplakte pamfletten van de illegale Pers was deze afspraak bekend gemaakt en vol verwachting keken we dus uit naar deze gebeurtenis. Negenentwintig april was het zo ver en verschenen ’s ochtends vroeg de eerste vliegtuigen. Het werd een prachtige voorstelling die we vanuit ons huis in de Scheldestraat goed konden zien.</p>
<p>Zware bommenwerpers, volgeladen met voedselpakketten, naderden &#8216;s ochtends uit oostelijke richting en vanuit ons raam zagen we hoe ze na het passeren van de huidige woonwijk Buitenveldert hun last uitwierpen. Als kleine zwarte puntjes zag je die naar beneden vallen op een plaats waarvan we veronderstelden dat &#8216;t het oude Schiphol aan de ringvaart was. Dat laatste bleek te kloppen. Deze fantastische voorstelling ging bijna de gehele dag door.<br />
Zo simpel als ik het hier heb opgeschreven was het een van de mooiste dingen die ik ooit heb meegemaakt.<br />
Eén of twee dagen later vond de uitdeling plaats. Tegen inlevering van een aantal bonnen kreeg iedereen bonen, gedroogd eipoeder, kaas in blik, chocolade, bacon in blik en andere heerlijkheden.<br />
Misschien was het wel een druppel op de gloeiende plaat maar het gebeuren gaf natuurlijk een geweldige stimulans.<br />
We waren echt aan de laatste loodjes bezig.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/23-voedseldroppings/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>22. Nog meer hongerwinterverhalen.</title>
		<link>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/22-nog-meer-hongerwinterverhalen/</link>
		<comments>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/22-nog-meer-hongerwinterverhalen/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 16 Feb 2010 22:48:12 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ruud Jansen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Verhalen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/voordatikhetvergeet/?p=57</guid>
		<description><![CDATA[De hongerwinter &#8217;44-&#8217;45 werd niet alleen gekenmerkt door honger zoals de naam trouwens al aangeeft, maar ook door kou. Dat wil zeggen extreme kou waardoor deze winter in het rijtje van vorst en sneeuw een hoge klassering inneemt. Er waren geen kolen meer, het gas was teruggebracht tot een laag pitje en werd op een [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De hongerwinter &#8217;44-&#8217;45 werd niet alleen gekenmerkt door honger zoals de naam trouwens al aangeeft, maar ook door kou. Dat wil zeggen extreme kou waardoor deze winter in het rijtje van vorst en sneeuw een hoge klassering inneemt.<br />
Er waren geen kolen meer, het gas was teruggebracht tot een laag pitje en werd op een gegeven ogenblik zelfs helemaal afgesloten. Hetzelfde gold voor elektriciteit. Gelukkig was er wel water. Als dat ook was afgesloten waren de gevolgen nog veel erger geweest.<br />
Hoe zijn we die winter dan doorgekomen vraag ik me achteraf af. Het wonderlijke was dat ik me evengoed ruimschoots overgaf aan zaken als schaatsen en sleeën. Maar misschien was het wel zo dat je de kou het minst voelde als je bezig was.<br />
Kou en sneeuw. Op de een of andere wijze moest er dus brandstof komen. De jacht op brandstof was al in de herfst voorafgaande aan de hongerwinter begonnen. Bomen vielen het eerst als slachtoffer.<br />
De boom bij ons voor de deur liet dank zij gezamenlijke inspanningen al gauw het leven. Een deel werd door de familie Karelsen, onze buren van drie hoog, buitgemaakt. Het vervoer naar de zolder ging niet zonder problemen. Toen ze hun deel van de zware stam bijna boven hadden konden ze hem niet meer houden en viel deze vanaf driehoog door het trapgat loodrecht naar beneden om met een geweldige dreun bij ons op het trapportaaltje te belanden. Als een speer ging hij daarna door de houten vloer en het plafond van de benedenwoning heen om ten slotte in een slaapkamer, waar gelukkig niemand aanwezig was, te belanden. Ik zie in m&#8217;n herinnering nog de woedende bakker van beneden naar boven stormen.<br />
<span id="more-57"></span><br />
<img src="http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/images/h22-1.jpg" alt="" width="425" height="248" /></p>
<p><em>Blokjes pikken uit de tramrails</em></p>
<p>Overigens was dat hout veel te nat om te branden en nog jaren hebben er bij ons op zolder een paar stammen gelegen.<br />
Er werd dus op ander hout gejaagd. Uit leegstaande huizen werd alles wat los en vast zat weggesloopt. De familie Karelsen stookte op een gegeven ogenblik zelfs hun trapleuning op.<br />
Heel gewild waren geteerde houtblokjes die op veel plaatsen tussen de tramrails lagen. Ook populair was het zoeken van kleine stukjes steenkool die je kon vinden op plaatsen, waar ooit gestookt was.<br />
Bij ons zorgde m’n oudste broer voor het hout. Samen met een kamerhuurder en het vriendje van de dochter van de buurvrouw boven ons, sloopte hij dat uit een leegstaand kantoorgebouw in de buurt. Ik kan me nog herinneren dat ik niet mocht weten waar dat stond maar ik wist het wel degelijk.<br />
Er heeft overigens nog tientallen jaren een houten bankje in de kamer gestaan dat daar vandaan kwam. Dat zag er te mooi uit om op te stoken vond iedereen.<br />
Dank zij al die inspanningen hadden we hout genoeg maar dat moest eerst gezaagd worden en gehakt tot kleine blokjes, die in het wonderkacheltje pasten. Laat Ruud maar hakken zeiden ze vaak en dat vond ik al lang goed. Ik deed het in ieder geval liever dan koren malen in de koffiemolen</p>
<p><strong>Het wonderkacheltje</strong><br />
Het wonderkacheltje of noodkacheltje was inderdaad een wonder, gemaakt van plaatijzer met afmetingen van zo&#8217;n 20 bij 30cm. Het werd op de gewone kachel gezet zodat de schoorsteen als afvoer bleef dienen en dan was het verder een zaak van tijdig hout bijvoegen om de zaak brandend te houden. M&#8217;n ervaring als houtjeshakker en fikkiestoker kwam toen goed van pas.</p>
<p><img src="http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/images/h22-2.jpg" alt="" width="225" height="404" /></p>
<p>Twee functies vervulde het kacheltje. De eerste was dat het als warmtebron diende voor het huis dat wil zeggen de huiskamer, waar de kachel stond. De tweede en zeker zo belangrijke was die van warmtebron om te koken. Zeker toen er geen gas meer was. En verder stond het droogrek met wasgoed er vaak bij.<br />
Ik heb het al over het eten gehad, ik weet het maar ik moet toch even die smerige smaak van bloembollensoep kwijtraken. Soep van bloembollen? Zeker en ik krijg nog een wee gevoel in m&#8217;n maag als ik aan die smaak denk. Bwaohh. Maar achteraf heb ik gelezen dat bloembollen vol zetmeel zitten en bijzonder voedzaam zijn.<br />
Hè, dat helpt en nu ook meteen maar even de lucht van suikerbietenstamppot. Wel eens in het najaar langs een fabriek gereden waar ze suiker maken van suikerbieten? Een vreselijke lucht. Het zou me niets verwonderen  als  dat om milieuredenen nu niet meer mag.<br />
Maar mocht je het ooit geroken dan weet je bij deze hoe dat eten ongeveer rook. Een walgelijke lucht.</p>
<p><strong>Wat zou je van een pulpkoekje zeggen?</strong><br />
Wat kon je allemaal met suikerbiet? Van alles dus maar je kon het beste proberen om de bieten te raspen en die massa vervolgens te koken. Op die wijze werd de suiker van de pulp gescheiden. Dat koken gaf natuurlijk een vieze lucht in huis maar de stroop was eetbaar, op je brood of in de roggepap. Van de resten die overbleven, kon je daarna &#8216;overheerlijke&#8217; pulpkoekjes bakken in een beetje lijnolie. Dat werd helemaal een traktatie als je de pulp vermengde met wat zelfgemalen roggemeel.<br />
Ik had het er laatst nog over met m’n jongste zuster dat we die tijdens de Kerst in de hongerwinter aten. In plaats van appelflappen. Ik denk dat er zelfs wel wat appel in zat. Smullen bij het licht van een paar brandende drijvertjes in lijnolie. Was echt gezellig wist zij zich nog te herinneren; met z&#8217;n allen in de warmte van het gezellig snorrende wonderkacheltje. We hebben vast wel wat met z&#8217;n allen gezongen.<br />
Kan iemand, die is opgegroeid in onze welvaart, zich voorstellen hoe dat er ongeveer uitgezien moet hebben? Lijkt me moeilijk. &#8216;t Was allemaal zo anders dan nu. Toch hielden we er altijd de moed in en klampten ons vast aan de gedachten dat het einde van die oorlog toch ooit moest komen.</p>
<p><strong>Luchtalarm</strong><br />
Ook zoiets wat je je moeilijk kunt voorstellen, luchtalarm. Vanaf &#8217;42 trokken er een paar keer per week groepen Engelse of Amerikaanse vliegtuigen over. Die waren op weg naar Duitsland of kwamen terug van een bombardement dat ze daar uitgevoerd hadden.<br />
In de omgeving van Amsterdam stonden op een aantal plaatsen batterijen luchtafweergeschut opgesteld, die probeerden om de Tommies te raken. Bij de nadering van zo&#8217;n groep werd iedereen door sirenes gewaarschuwd om binnen te blijven of een onderkomen te zoeken in een van de schuilkelders in de stad.<br />
Die luchtafweer produceerde veel geknal en in de lucht zag je een groeiend aantal rookwolkjes als gevolg van ontploffende granaten. Soms namen er ook Duitse Messerschmidts aan zo`n gevecht deel, die je als kleine zwarte vlekjes om de grotere vliegtuigen zag cirkelen. Meestal hadden de Duitsers geen succes. Ik zeg meestal maar je zag ook wel eens dat een vliegtuig getroffen werd. De steeds groter wordende vlammen en rookwolken die uit zo&#8217;n vliegtuig kwamen, waren een naar gezicht. En dan op het laatst de zwarte stipjes die je uit het vliegtuig zag springen, waarna de parachutes zich ontvouwden.<br />
In de gruwelverhalen die verteld werden, schoten die ‘rot moffen’ ook nog op die parachutes. Of dat werkelijk is gebeurd weet ik niet. In ieder geval is na de oorlog gebleken dat heel wat piloten hun leven hebben gered door op tijd hun aangeschoten vliegtuig te verlaten. Het merendeel werd door de bevolking opgevangen en verborgen en uiteindelijk via vluchtroutes weer naar Engeland teruggebracht. Op school vonden we die luchtalarmonderbrekingen wel plezierig. We vonden het prachtig omdat de Duitsers op hun donder kregen en de lessen onderbroken moesten worden tot het veiligsignaal geklonken had. Naast ijsvrij was het één van de mooie dingen in die dagen.</p>
<p><strong>Net niet naar Friesland</strong><br />
Tijdens de hongerwinter ben ik bijna met een groep kinderen naar Friesland gebracht.<br />
Dat was een initiatief van de gemeente Amsterdam waarbij kinderen naar gastgezinnen in het Noorden en het Oosten van het land werden gebracht. Op deze manier verbleven de twee jongens van Karelsen gedurende drie maanden in Ommen.<br />
Hoe het precies in z&#8217;n werk is gegaan weet ik niet meer maar m’n moeder had op een gegeven moment een plaatsje voor mij versierd in een groep die naar Friesland zou gaan. Met de boot. Alle voorbereidingen waren getroffen en er was zelfs een koffertje van een soort rood bordkarton aangeschaft voor m&#8217;n kleding en ander toebehoren.<br />
Op de dag van vertrek van vertrek kwam er echter een kink in de kabel. Terwijl we met koffer achter het Centraal Station stonden te wachten tot ik zou vertrekken kwam na een paar uur het bericht dat het niet doorging. De boot waarmee we zouden gaan was op het IJsselmeer beschoten en had zwaar beschadigd nog maar net de wal weten te bereiken.<br />
Ik vond het niet erg. Bleef namelijk ondanks alles veel liever bij de familie in Amsterdam. Verdere pogingen werden tot m&#8217;n vreugde niet door m’n moeder ondernomen.</p>
<p><strong>De hongertochten</strong><br />
De hongertochten. Bijna zou ik vergeten om daarover wat te vertellen.<br />
Toen de hoeveelheid voedsel op een gegeven moment steeds geringer werd trokken vele mensen in Amsterdam erop uit om te proberen buiten de stad iets eetbaars te vinden. Lopend of op de fiets trokken ze Noord-Holland in. Sommigen zochten het nog verder en gingen naar de Veluwe en zelfs naar Overijssel.</p>
<p><img src="http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/images/h22-3.jpg" alt="" width="425" height="280" /></p>
<p>Voornaamste doel waren natuurlijk de boeren. Het ging ten slotte om voedsel. Die wilden echter wel iets als tegenprestatie zien. Omdat geld nog nauwelijks waarde had nam men daarom allerlei ruilmiddelen als betaalmiddel mee. Lakens en ander linnengoed, goud, zilver, alles wat waarde had.<br />
M’n moeder heeft een flink aantal van die tochten gemaakt. Op haar oude fiets ging zij meestal naar de polders noordelijk van Purmerend tot Enkhuizen toe. Meestal was ze een aantal dagen weg en kwam dan terug met wat melk, boter, kaas, eieren, aardappelen, groente e.d. in haar fietstassen. Niet alle boeren waren bereid om mee te werken. Sommigen hadden na verloop van tijd gewoon niets meer, anderen weigerden op een gegeven moment omdat er zoveel bij ze gestolen werd.<br />
Als je er dan na veel moeite in geslaagd was om toch wat eetbaars te verzamelen moest je bij terugkomst oppassen dat je niet aangehouden werd door de Landwacht of de Wehrmacht. Vooral bij de grens van de stad werd nogal eens gecontroleerd en liep je de kans dat alles in beslag werd genomen.<br />
M’n moeder is dat gelukkig nooit overkomen. Tijdens één van haar tochten is ze zelfs een keer gefotografeerd. De foto heeft een jaar na de oorlog een keer in het Parool gestaan.. Naast haar fiets lopend met de blik op oneindig. Na veel zoeken ontdekte ik de foto pas een paar jaar geleden in een oud boek bij de Slegte. Daarna werd hij ook gebruikt bij een serie over de tweede wereldoorlog in het Parool en de omslag van een boek van Bernlef over de hongerwinter.<br />
Bij haar overlijden heb ik een verhaal uit die tijd verteld wat aardig past in dit hoofdstuk.<br />
Tijdens een meerdaagse tocht was ze &#8216;s avonds op zoek naar onderdak. Het begon al donker te worden en ze belde daarom aan bij een kleine boerderij waar niemand te zien was. Omdat er na een paar keer bellen niet werd opengedaan besloot ze om achterom het huis te lopen en te kijken of daar iemand was. Ook daar waren geen tekenen van leven te bespeuren maar de deur stond op een kier en na een paar keer kloppen besloot ze om naar binnen te gaan.<br />
Door het halfduister dat er heerste zag ze eerst nauwelijks iets maar nadat ze voorzichtig wat verder was gelopen hoorde ze een menselijk geluid, alsof er iemand zachtjes zat te huilen. In de huiskamer van de boerderij stuitte ze toen uiteindelijk op een wonderlijk toneel. Op de tafel stond een geopende lijkkist waarbij een oude boer zat die zichtbaar overstuur was.<br />
Wat bleek, de overledene was z&#8217;n zoon die de dag erna begraven moest worden. De avond en nacht zou gevuld worden met gebeden maar er was iets vreselijks aan de hand. De kaarsen die daarbij volgens de gebruiken gebrand moesten worden, ontbraken en waren ook nergens meer te krijgen.<br />
Beste man, moet m’n moeder daarop gezegd hebben. Veeg je tranen af want ik kan je helpen waarna ze haar fietstassen ophaalde en daaruit twee kaarsen tevoorschijn toverde. Meegenomen als ruilmiddel.<br />
Door de hemel gezonden heeft de oude boer waarschijnlijk gemompeld maar hij liet het niet alleen bij woorden. De andere ochtend kon ze haar tocht namelijk met volle tassen vervolgen.<br />
Hier werd de een z’n dood letterlijk de ander z’n brood.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://dewereldvangajus.nl/voordatikhetvergeet/22-nog-meer-hongerwinterverhalen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

