21 Aug 2009

Bijna iedereen kent het verhaal van Romeo en Julia. Het speelt zich af in Verona waar twee adellijke families, de Capulets en de Montagues, elkaar regelmatig in de haren vliegen. Vraag niet hoe het kan maar Romeo, hij is een Montague, wordt tijdens een feestje tot over zijn oren verliefd op de schone Julia Capulet. Die is door vader Capulet echter beloofd aan graaf Paris en het huwelijk tussen die twee is aanstaande hoewel de dertienjarige Julia daar niets in ziet.

“No way,” zegt pa Capulet dan als hij hoort dat Romeo met Julia wil trouwen. Geen Montagues in mijn familie en bovendien trouwt ze over drie dagen met meneer Paris.
Shakespeare laat de vertwijfelde Romeo dan die beroemde strofe uitspreken die sindsdien door iedereen te pas en te onpas gebruikt wordt. What’s in a name?
That which we call a rose would smell by any other name as sweet.”
En inderdaad, wat zegt een naam nou helemaal? Wat zeggen namen als Jansen, Visser, de Jong, de Vries? Ze worden gedragen door keurige mensen en er zullen er ongetwijfeld ook wel een paar bij hebben gezeten die niet deugen maar dat geldt voor elke naam.
Weet je toevallig welke van deze vier het meest voorkomt in Nederland? Nee? Weet je wat, ik zoek het even voor je op in internet.
Ik vond een aantal uitkomsten waaronder die van de telling in 1947. De Jong was toen de winnaar gevolgd door de Vries, Jansen, v.d. Berg en Bakker.
Een telling via het telefoonboek in 1993 gaf de volgende uitslag: 1. De Jong, 2. Jansen, 3. De Vries, 4. v.d. Berg, 5. Bakker. En dan was er ook nog een telling van familienamen uit 2009 waarbij Visser bovenaan stond gevolgd door de Jong, Jansen, de Vries en Bakker. Buiten die vijf, zes, bestaan er nog duizenden andere achternamen.
Mijn oudste zoon is een paar jaar geleden in de historie van onze familie gedoken. Die is wat mijn vader betreft een jaar of vijftien geleden al eens uitgezocht door een ver familielid. Jammer genoeg was die omstreeks 1750 vastgelopen in Twello bij ene Willem Jans. Het werd een uitdaging voor mijn zoon om dieper in de familieannalen te duiken.
What’s in a name? Hoe zat het vroeger met onze namen? En had iedereen een achternaam?
Tot rond 1800 nam men het daar niet zo nauw mee. Achternamen die van geslacht op geslacht overgingen waren op het platteland niet gebruikelijk tenzij het de adel betrof omdat die er belang bij had dat hun afstamming via de achternaam werd vastgelegd.
Maar omdat er nog wel eens verwarring optrad als je alleen maar voornamen gebruikte voegde men daar toch een naam aan toe die aangaf welke Jan of Marie bedoeld werd. Een generatienaam die je deelde met al je broers en zussen. De aard van deze naam varieerde van regio tot regio. In veel streken werd het zogenaamde patroniem toegepast, een aanduiding die op de naam van de vader was gebaseerd. Willem, de zoon van Jan, werd zo Willem Jans en Jan, de zoon van Hendrik, Jan Hendriks. In andere streken gebruikten ze ook wel de naam van de boerderij (toponiem) waar men woonde of een aanduiding van het beroep van de persoon.
Op plaatsen waar veel mensen woonden was dat gebruik van voornaam plus generatienaam niet voldoende om iemands identiteit vast te stellen en hier voerde men op een gegeven moment de familienaam in die overging op iedere volgende generatie in een familie. Met het doorgeven daarvan was men nog wel eens slordig. Het kwam voor dat een achternaam na een aantal generaties werd gewijzigd of vervangen door een andere.
Het was hoe dan ook een situatie die gemakkelijk tot misverstanden konden leiden en het waren de Fransen die daar verandering in brachten. Napoleon vaardigde een decreet van naamsaanneming uit. Hij deed dat in 1811 en het dragen van een vaste familienaam werd daarbij verplicht. Elk gezinshoofd moest een naam kiezen en deze laten registreren op het gemeentehuis.
Dit had natuurlijk wel wat voeten in aarde maar begin 1812 werd het toch menens, al werden gedurende geruime tijd mensen die het vergeten waren door de gemeentesecretaris van een achternaam voorzien. Bij getrouwde vrouwen kwam het ook wel voor dat ze niet precies wisten welke achternaam in de akte van naamgeving moest worden vermeld omdat hun vader en/of de eventuele broers al voor 1811 waren overleden en nog geen familienaam hadden gehad. Of omdat de rest van de familie te ver weg woonde om er achter te komen welke achternaam die hadden aangenomen.
Terug naar mijn voorvader Willem Jans uit Twello. Dat Jans is een duidelijk patroniem, z’n roepnaam was Willem maar daar had je er nog wel een handvol van in het dorp waar hij woonde. Willem werd daarom Willem Jans (van zijn vader Jan) genoemd. Of Willem broers of zussen had weten we (nog) niet. Ook niet of hij in Twello werd geboren of dat zijn ouders in een andere plaats woonden.
Vader Jan heette misschien Jan van Berend. Of was het Jan van de Wilgenhof, genoemd naar de boerderij waar hij opgroeide of werkte?
Willem Jans had het in ieder geval op een gegeven ogenblik wel gezien in Twello en vertrok naar Epe waar hij trouwde met Derkjen Lamberts Stegeman. In het trouwregister werd hij ingeschreven als Willem Jans, bij het inschrijven van de kinderen uit dat huwelijk in de geboorteregisters werd later Willem Jansen vermeld. Hij overleed een jaar of 5 voor de naamsaanneming van Napoleon werd ingevoerd en liet een echtgenote, 5 zonen en 3 dochters achter.
Eind 1811, begin 1812 was het zover. Het moment van de naamaanneming was daar en één zoon (Gerrit) en één dochter (Maria) van Willem Jans lieten zich inschrijven als Willigenhof.
Dat kan de naam van een huis of een boerderij zijn waar hun vader was opgegroeid. In Oost-Nederland werden huisnamen vaak als achternaam gebruikt. Daar heette men naar de boerderij waar men woonde. De achternaam veranderde als men verhuisde, bijvoorbeeld als gevolg van een huwelijk. Soms leidde dat tot een combinatie van patroniem en boerderijnaam.
Waarom lieten die twee kinderen van Willem Jans(en) zich als Willigenhof inschrijven en de andere familieleden niet? Vreemd genoeg komen ze in een paar ambtelijke stukken van vòòr 1811 ook onder de naam Willems voor hoewel, zo vreemd is dat niet. Het waren kinderen van Willem. Uitgaande van het patroniem van hun vader lag het voor de hand dat zijn kinderen de generatienaam Willems aannamen. Dus Gerrit Willems, Maria Willems, Hendrik Willems.
Die Hendrik is in mijn geval interessant omdat mijn familie van die tak afstamt. Hendrik blijkt zowel onder de naam Hendrik Jansen als Hendrik Willemsen voor te komen. In tegenstelling tot zijn broers en zusters bleef hij niet in Epe wonen. Hij vertrok naar Dorth (Gorssel) waar hij op de leeftijd van 27 jaar in het huwelijk trad met de 6 jaar oudere Gerritjen Hendriks Paalman. Een maand later werd hun eerste zoon, Willem, geboren.
Waarom heeft Hendrik niet net als zijn broer Gerrit en zijn zuster Maria de naam Willigenhof aangenomen?
Het antwoord is simpel, hij werd in 1811 ziek en overleed na een lang ziekbed aan het einde van dat jaar. Hendrik is daardoor aan een ‘naamaanneming’ nooit toegekomen.
Z’n echtgenote bleef achter met twee zoontjes, Willem en Derk Jan, en een dochtertje dat al na een jaar overleed. Ik kan me voorstellen dat Gerritjen, geboren Hendriks Paalman, wel wat anders aan haar hoofd had dan dat gedoe met die achternamen. “Ach, doe maar wat,” heeft ze misschien tegen de ijverige gemeentesecretaris gezegd. “Als het maar niet ten koste van m’n bijstand gaat.”
En die twee jongetjes werden door de dienstdoende ambtenaar ter griffie daarom ingeschreven als Jansen.
Vijf jaar later lachte het geluk Gerritjen nog een keer toe toen er weer een man haar weg kruiste. Een zekere Jan Jansen Lepper. Een huwelijk was aanstaande maar eerst bleek er toch een familieberaad noodzakelijk met familieleden van vaders- en moederskant om over de voogdij van die twee jongens te beslissen. In aanwezigheid van de ‘Vrederegter des kantons Deventer’ en een griffier werd op het gemeentehuis van Deventer een oud-oom van Hendrik als toeziend voogd gekozen. Zijn naam? Willem Wilgenhof, afkomstig uit Almen.
Wilgenhof, Willigenhof dus. Ik vind die tweede naam wel iets hebben. Jansen Willigenhof is trouwens ook niet onaardig. Willems? Mwaoh. Nee, ik geef de voorkeur aan Willigenhof. Toen ik het in familiekring vertelde zag m’n kleinzoon het helemaal zitten. “Laat je je naam dan veranderen, opa?”
Nee dus maar het heeft achteraf bekeken maar weinig gescheeld of we hadden zo geheten. Als die Hendrik in 1811 niet was overleden aan een of andere griepvariant was het wellicht heel anders gelopen. Dan hadden z’n broer, Gerrit, en z’n zus, Maria, hem voorjaar 1812 misschien overgehaald om zich ook als Willigenhof in te laten schrijven.
Het heeft niet zo mogen zijn, het werd Jansen, maar gelukkig ken ik m’n klassieken.
What’s in a name? En wat is er mis met Jansen? Worden die stukken in C’est la Vie beter als er Willigenhof onder staat?
Ik dacht het niet maar …… een beetje jammer vind ik het wel.

18 augustus 2009
ErWeetje

 


[begin]

Reageer!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *