12 Jul 2018

10. Intermezzo 3. De februaristaking.

1 Reactie

Er is in Amsterdam niet veel meer over van de vooroorlogse Jodenbuurt, een gebied waar ruim vijftigduizend mensen woonden waarvan de helft van Joodse afkomst. Het meeste is onherkenbaar veranderd, gesloopt maar de indeling van de buurt is voor een belangrijk deel in stand gehouden en daardoor komen de belangrijkste straten nog steeds uit op het Jonas Daniël Meijerplein. De Portugese synagoge aan één zijde van dit plein en het gebouw van de Hoogduitse synagoge waarin het Joods Historisch Museum is gevestigd herinneren aan de tijd van weleer. Tussen deze twee gebouwen staat de Dokwerker, een beeld van Mari Andriessen. Het is daar neergezet als symbool van dat massale protest in 1941, de Februaristaking, en de reactie daarop in de rest van Nederland.


Er zijn talloze boeken over de vervolging van de Joden verschenen en de wijze waarop die door de Duitsers werd uitgevoerd. De systematische wijze waarop dat plaatsvond en de rol van de WA en de NSB bij deze mensenjacht behoren tot de zwartste bladzijden in de Nederlandse historie. Ook de lauwe reactie van veel Nederlanders is niet iets om echt trots op te zijn. Lees er de verhalen op na en je zult ook bevangen worden door gevoelens van afschuw. Dat dit mogelijk is geweest, dat dit bijna zonder verzet werd geaccepteerd, dat aan het opsporen en wegvoeren door allerlei overheidsdiensten gedienstig werd meegewerkt, is van een treurigheid die ik niet echt in woorden kan vangen. De staking van 1941 is wat dat betreft maar een kleine pleister op de wonde. Maar het was in ieder geval een daad van protest, een antwoord op het brute optreden van de bezetters.
Hoe is deze staking tot stand gekomen? Wie heeft de aanzet gegeven om de verontwaardiging, die bij de bevolking in Amsterdam was ontstaan, om te zetten in een dergelijk massaal protest?
De ideeën daarover leefden al geruime tijd bij het verzet. Ook bij de leiding van de illegale plaatselijke Communistische partij nam het idee voor een staking geleidelijk vorm aan. De leiders van deze groep hebben daarom op een gegeven moment contact gezocht met het driemanschap dat uit de Groot, Dieters en mijn vader bestond. In die bijeenkomst werd afgesproken dat m’n vader naar Amsterdam zou komen om te helpen bij het organiseren van een demonstratie. Een keuze die voor de hand lag, omdat al eerder was afgesproken dat hij zich vooral zou bezighouden met het verzet in de hoofdstad.
Geen geringe opdracht voor iemand die de handen al vol had aan het leiding geven bij sabotageacties en spionageactiviteiten en daarnaast nog tijd moest vinden om artikelen te schrijven voor de illegale Waarheid. Voor dat blad moest hij ook nog eens de financiering regelen.
Toch is die staking er gekomen, niet in de laatste plaats door de vervaardiging van het bekende manifest waarin iedereen werd opgeroepen om gedurende één dag het werk neer te leggen. Er zijn na de oorlog discussies ontstaan wie de opsteller van de tekst was. Volgens sommigen was het tijdens het overleg tussen de direct betrokkenen van de stakingsleiding en mijn vader tot stand gekomen. Volgens mijn oudste broer en anderen werd het in de dagen voorafgaande  aan de staking door mijn vader geschreven. Vermoedelijk tijdens zijn verblijf bij de familie de Smit aan de Westlandgracht. Nadat mijn vader in de partij tot persona non grata werd verklaard heeft ook Paul de Groot zich opgeworpen als de geestelijke vader van het document. Een bewering die daarna van meerdere zijden tot onwaar werd verklaard.
Hoe het ook zij, het droeg in ieder geval bij aan het massale protest dat zich overigens tot Amsterdam en omstreken heeft beperkt.

De staking begon op maandag 25 februari en greep na een aarzelend begin als een strovuur om zich heen. Nadat vooral het personeel van de gemeentetram het spit had afgebeten sloeg het over naar de industriële bedrijven waarna ook tal van winkels hun deuren sloten. Veel mensen trokken naar de binnenstad waar een grote demonstratie op de Noordermarkt plaatsvond. Iedereen voelde zich die dag een beetje als bevrijd.

De bezetters waren aanvankelijk verrast maar reageerden daarna snel. Rauter zond twee Waffen SS-bataljons naar Amsterdam en eiste drastisch ingrijpen van de politie die zich op de eerste stakingsdag afzijdig had gehouden. De spertijd, waarin je niet buiten mocht zijn, ging van half twaalf ’s avonds naar halfacht. Krantenredacties kregen instructies dat er niets over de situatie in Amsterdam gepubliceerd mocht worden.
Maar het bericht dat Amsterdam staakte was al buiten de stad doorgedrongen. Reizigers hadden het overgebracht en dat leidde op dinsdag tot bedrijfsstakingen in een reeks van plaatsen.
In Amsterdam waar de bedrijven doorstaakten eindigde deze op woensdag. De politie had ingegrepen waardoor de tram weer reed en een derde bataljon van de Waffen-SS patrouilleerde intensief in de stad waarbij er in een aantal gevallen zonder waarschuwing werd geschoten. Dit optreden kostte aan negen mensen het leven en velen werden gewond.
Zo kwam er een einde aan een massaal protest van de bevolking. De poging om daarna een tweede staking te organiseren op 6 maart van dat jaar mislukte.
Als voorval in de geschiedschrijving is de Februaristaking misschien wel een keerpunt geweest in de houding van de Nederlandse bevolking. De historicus Ben Seijes schreef er onder meer over dat de tegenstelling tussen anti- en pro-Nazi’s zo scherp aan het licht werd gebracht dat ook degenen die zich tot die tijd hadden verscholen, niet langer de realiteit van het onmenselijke Duitse optreden konden ontkennen. Iets soortgelijks gold voor de verhouding tussen degenen die openlijk wilden demonstreren tegen wat de bezetter aanrichtte, en het deel van de bevolking dat, al dan niet met tegenzin, deed wat hij wenste. Daardoor was de staking een belangrijke impuls voor allen die tot verzet tegen de vijand geneigd waren.
Voor de Joden heeft de staking echter nauwelijks bijgedragen aan een verbetering van hun situatie. De Duitsers gingen gewoon door met hun meedogenloze mensenjacht en het was slechts een kleine minderheid die er in slaagde om te ontkomen.
Maar als historisch signaal blijft het een gebeurtenis van waarde. Omdat de bevolking zich solidair verklaarde met hun Joodse medeburgers. Het beeld van de Dokwerker is daarom een mooi symbool als blijvende herinnering aan dit massale protest.

Na de oorlog hebben Lou Jansen en Jan Dieters maar een paar jaar de bekendheid en waardering verkregen die je op grond van hun verzetsactiviteiten mocht verwachten? De reden daarvan is een verhaal op zich dat niet in een paar zinnen is samen te vatten. Er zijn namelijk meerdere zaken die een rol hebben gespeeld.
In de eerste plaats natuurlijk dat ze niet meer in leven waren. Ze waren immers gefusilleerd in 1943 en na de oorlog ging de meeste aandacht uit naar de overlevenden van het verzet.
In de tweede plaats waren het communisme waarvan ze vertegenwoordigers waren, al vrij snel na de oorlog de tijdens het verzet verdiende lauweren afgenomen. Koude oorlog, ijzeren gordijn, Hongaarse opstand en dergelijke zaken zorgden er voor dat de communistische partij weer werd teruggebracht tot de splinterpartij die ze voor 1940 was.
Na de bevrijding kom je zijn naam en die van Jan Dieters bijna uitsluitend in de Waarheid tegen. Meest opvallend was de uitreiking door koningin Wilhelmina op 9 augustus 1946 van het Verzetskruis aan de weduwe van Lou Jansen. Zijn naam wordt een aantal keren genoemd als de geestelijk vader van de Februaristaking. Later wordt zijn naam gekoppeld aan geldinzamelingsacties voor de Waarheid.
Als inspirator van de organisatie van de Februaristaking werd zijn naam vanaf ca.1950 niet meer genoemd.

Rond de jaren 50 verdwenen de namen van Jansen en Dieters uit de publiciteit. In de Waarheid werden ze alleen nog maar genoemd als er verwezen werd naar het driemanschap de Groot-Dieters-Jansen. Bij de jaarlijkse herdenking van de Februaristaking kom ik de naam van Lou Jansen niet meer tegen.
De reden van deze verdwijning wordt in een aantal boeken genoemd en heeft betrekking op de bekentenissen die Jansen en Dieters na hun arrestatie in 1943 hadden afgelegd.

Al vrij snel na afloop van de oorlog speelde de CPN met verve in op de hoofdrol die ze tijdens de Februaristaking in 1941 hadden gespeeld. Aanvankelijk werd deze gebeurtenis in goede samenwerking met andere partijen jaarlijks in Amsterdam herdacht.Toen de koude oorlog zich aankondigde kwam daar een einde aan en vonden er op een gegeven moment zelfs twee herdenkingen plaats. Tevens werd een verzoek van het bureau voor oorlogsdocumentatie eind jaren veertig aan de leiding van de CPN om mee te werken aan een publicatie over de gebeurtenissen in 1941 afgewezen.
Enige tijd daarna werd Jaap Brandenburg, een van de leidende CPN-figuren, benaderd door Ben Sijes van het bureau voor oorlogsdocumentatie. Deze toonde hem documenten die betrekking hadden op het verhoor van Jan Dieters en Lou Jansen door de SD. Daaruit bleek dat beiden zich van hun communistische idealen hadden gedistantieerd en gegevens over de partijorganisatie en bijbehorende namen hadden prijsgegeven. Gegevens waarop de CPN uit publicitair oogpunt niet zat te wachten.
De letterlijke tekst in het verhoorverslag van Lou Jansen luidde als volgt:
“Ich bin der Ansicht dass alte und ehrlich gemeinte Idealen auf andere Weise verwirklicht werden müssten.
Auf dieser Erknntniss , dass der vom Kommunismus eingeschlagene Weg falsch und gefährlich ist, habe ich mich entschlossen, dieses umfassende Geständnis abzulegen in der Hoffnung, damit manches wieder gutmachen zu kônnen.
Aufgabe der deutschen Behörden ist es jetzt, meine Taten zu beurteilen und das Mass meiner Strafe fest zu setzen.
Ich bin mir bewusst, dass ich die Folgen meiner Handlungen zu tragen habe.
Meine Hoffnung ist jedoch, dass ich der Menschheit und Arbeiterschaft weiter dienen kann”.

De auteurs van geraadpleegde boeken menen dat Brandenburg en de Paul de Groot daarna in onderling overleg hebben besloten om het gebruik van de namen van Jansen en Dieters voor ledenwerfacties e.d. te beëindigen. De historie zoals die in CPN-kringen bekend was, werd verder aangepast in die zin dat niet Lou Jansen maar Paul de Groot initiatiefnemer van de staking was geweest en het beroemde manifest “Staakt, staakt, staakt” had geschreven.
Zonder medewerking van de CPN ging Ben Sijes daarna verder met het boek “De Februaristaking 1941” dat in 1954 verscheen. Dat week uiteraard af van de CPN-versie van het verhaal.

Geraadpleegde literatuur:
Dwars, duivels en dromend door Ger Verrips
De man (Paul de Groot) die de weg wees door J.W.Stutje
De Comm. Partij van Nederland in oorlogstijd door Frits Reuter
De bezetting door Lou de Jong
De strijd om de Februaristaking door Annet Mooy
Partij in verzet door Hansje Galesloot/Susan Legene

Het boek van Sijes is niet in mijn bezit. Ik heb het wel gelezen en afgezien van details bevat het geen gegevens die afwijken van het voorgaande.
Een deel van de tekst van de bekentenissen van Lou Jansen en Jan Dieters wordt eerder in dit hoofdstuk weergegeven. Over het waarom van hun verklaringen kan ik slechts gissen. Uit de op het NIOD aanwezige dossiers valt af te leiden dat er tijdens de verhoren een verandering In hun opstelling moet hebben plaatsgevonden. Daarbij mag je rekening houden met het feit dat de drie voorgaande jaren door de vrees voor ontdekking al een stevige aanslag op hun incasseringsvermogen hadden gedaan.

Als aanvulling nog wat bijzonderheden over het voorgaande.
In 1986 verscheen er een boek van H.Galesloot en S.Legêne onder de naam ‘partij in het verzet’ met als ondertitel De CPN in de tweede wereldoorlog.
Hierin worden voor zover mogelijk de gebeurtenissen in de oorlog juist beschreven.
Het boek is nog verkrijgbaar via internet op de tweede hands markt en ik heb het zelf via die route aangeschaft.
Recensie: Van vele kanten is dit boek lof toegezwaaid en terecht. Het is wel aangemerkt als mogelijk begin van de “emancipatie van de geschiedschrijving van het communisme”. De beide historica zijn afgestudeerd op scripties over de CPN in de eerste, resp. de laatste oorlogsjaren. Dat heeft als basis gediend. Zij wilden breken met het dogmatische geschiedbeeld dat sprak uit veel communistische teksten. Het is een goed leesbaar werk geworden over 5 jaar communistisch verzet in al zijn facetten. Over de eerste maanden, waarin een aarzelende, onduidelijke houding werd ingenomen; de Februaristaking tegen het wegvoeren van joodse landgenoten; de militaire sabotage; de bedrijvenstrijd; de acties tegen de arbeidsinzet enz. De geschiedenis van vrouwen is daarbij gelukkig niet vergeten. Het is vooral de illegale Waarheid geweest waaromheen zich het verzet van de communisten formeerde. De illegale krant speelt dan ook een centrale rol in dit boek dat in elke bibliotheek thuishoort.

Wat me wel altijd heeft bevreemd is dat mevrouw Versteeg (tante Mieke), m’n moeder en m’n broer (Fred) al betrekkelijk snel – een paar maanden nadat de SD in Eerbeek had toegeslagen – weer werden vrijgelaten.
Overigens hadden de laatste twee later allebei een slot op de mond waar het die periode betrof.
Van tante Mieke weten we dat ze nog veel meer onderduikers voor een langere of korte periode onderdak verschafte in de villa Calluna Alba. Of dat ook bij de Duitsers bekend was weet ik niet.
Ik heb me daarom wel eens afgevraagd of die volledige bekentenissen van Lou Jansen en Jan Dieters de prijs waren voor het vrijlaten van tante Mieke, m’n moeder en Fred. Maar dat zijn slechts gissingen.

De in het boek van Galesloot genoemde Jo en Elske de Smit waren twee leden van de CPN waarmee m’n ouders voor de oorlog goed bevriend waren. Ze woonden aan de Westlandgracht in Amsterdam West.
Ik kan me nog wel herinneren dat m’n broertje  en ik voor de oorlog wel eens ‘s middags met m’n moeder op visite gingen naar een adres aan die gracht. Het was toen de rand van de stad. Daarachter begonnen de weilanden. Heel goed mogelijk dat we naar de familie de Smit gingen.
Als ik me goed herinner vertrokken we eind juli vanuit hun huis – nadat we daar een nacht geslapen hadden – naar Appelscha in Friesland.
Van het driemanschap de Groot-Dieters-Jansen was Lou Jansen de contactpersoon voor Amsterdam. Als hij als gevolg daarvan tijdens de onderduikperiode een aantal dagen in Amsterdam verbleef ‘logeerde’ hij bij de familie de Smit op de Westlandgracht.
Dit wordt in het boek van Stutje beschreven en ook in het boek van Galesloot en Legêne. Hij moet er naarmate de oorlog vorderde steeds slechter hebben uitgezien als gevolg van de voortdurende druk waaraan hij was blootgesteld. Ik kan me zelf nog herinneren hoe hij Bismut moest slikken tegen de maagklachten

De zwijgzaamheid waar het zijn naam betreft als inspirator van de organisatie van de Februaristaking veranderde na de vijftiger jaren niet meer. Tijdens de jaarlijkse herdenking wordt hij niet genoemd.
In het Verzetsmuseum in Amsterdam kom je de namen van Jansen en Dieters niet tegen.
Pas bij de herdenking in 2021 wordt zijn naam en de rol die hij speelde in februari 1941 uitgebreid beschreven in het speciale herdenkingsnummer. Tachtig jaar na de staking.

 


[begin]
One Response to 10. Intermezzo 3. De februaristaking.
  1. Miep van Berkestijn 23 februari 2011 at 18:05

    Laten we hopen dat juist in deze tijd, waarin het zo akelig rommelt in het Midden-Oosten, heel veel mensen de moeite nemen naar de Dokwerker te komen.

    Kom, opdat we niet vergeten.

Reageren niet mogelijk


[begin]