13 nov 2009

12. Et maintenant

0 Reacties

Dinsdag 23 december in Vietnam. Terwijl in Nederland iedereen druk in de weer is met voorbereidingen voor kerstmis is het in Hoi An een dag die zich niet echt onderscheidt van andere dagen in deze plaats.Ik heb me op het ruime balkon voor onze kamer geïnstalleerd. Niets zo aangenaam als daar aan het einde van de middag een uurtje doorbrengen, zeg ik maar. Even geen gedraaf, geen verhalen, geen dingen die ik niet mag missen. Alleen maar met de muziek van m’n Ipod een beetje voor mezelf weg filosoferen. Over Vietnam bijvoorbeeld. Hoe het er uitgezien zou hebben als de Fransen in 1954 in Dien Bien Phu gewonnen hadden.

Ja, ik weet het, die legden het loodje en dat betekende het einde van een eeuw Franse overheersing in Vietnam, Laos en Cambodja. Frans Indo China zoals het toen heette was echter een belangrijk gebied in Azië en toen Frankrijk zich niet meer kon handhaven probeerden de VS hun rol over te nemen. De machtsverhoudingen in de wereld en de koude oorlog vereisten volgens de opvattingen van die tijd een blijvende aanwezigheid van het Westen in die contreien. Dat leidde uiteindelijk tot een rampzalige oorlog, die pas in 1973 beëindigd werd. Aan Vietnamese zijde waren twee en een half miljoen doden te betreuren, de schade aan het land was immens. Aan Amerikaanse zijde sneuvelden bijna zestigduizend soldaten en de oorlog sloeg wonden in de VS die tot op de dag van vandaag nog niet geheeld zijn.

Met de akkoorden van Parijs werd in 1973 een tijdelijke tweedeling van het land vastgelegd met de 17e breedtegraad als grens maar die situatie heeft maar kort geduurd. De binnenlandse strijd tussen Noord en Zuid ging nog een paar jaar door en eindigde uiteindelijk met een nederlaag voor Zuid Vietnam toen Saigon op 30 april 1975 door de noordelijke troepen werd veroverd. Met de oprichting van de Socialistische Republiek Vietnam met Hanoi als hoofdstad kwam er pas een einde aan de oorlog.
Maar als de Amerikanen van achtereenvolgens Kennedey, Johnson en Nixon nou toch gewonnen zouden hebben, hoe zou het land zich dan verder ontwikkeld hebben? Zou de bevolking van Vietnam dan welvarender zijn dan nu? Gelukkiger, met een auto in plaats van een brommer, de eetstalletjes op straat vervangen door MacDonald op de hoek?
Ja, ik weet het. Als bestaat niet, De Fransen verloren en de VS verloren en de discipelen van oom Ho kregen het voor het zeggen. Meer dan soberheid hadden die niet te bieden en ik heb wel eens gelezen dat drie miljoen inwoners het land verlieten. Vluchtten beter gezegd naar ondermeer Nederland.

Pas de laatste jaren is er in economisch opzicht sprake van wat verbetering en ontstaat er een begin van een zilveren randje aan het leven voor de modale inwoner van dit land.
Ik had m’n notitieblokje al klaargelegd voor het geval ik nog wat schrijven wilde en krabbel drie woorden neer bij het nog te schrijven hoofdstuk twaalf. Liberté, egalité, fraternité. De leus die tijdens de Franse revolutie werd geïntroduceerd en in later jaren ook in verscheidene Franse koloniën werd overgenomen. Lijkt me wel een mooi uitgangspunt om onze ervaringen van vandaag aan te toetsen.
Vanochtend brachten we een bezoek aan een schooltje, de Truong Le Do school die aan de rand van Hoi An lag. Vier lokalen in een eenvoudig houten gebouw boden plaats aan honderd kinderen met een leeftijd die overeen kwam met die van onze basisschool.
Als je zoiets van plan bent moet je zorgen dat er van te voren wat afspraken worden gemaakt. In ons geval via ons reisbureau en VietnamJourney had toegezegd dat ze een bezoek zouden regelen in Hoi An. Zoals alles tijdens deze reis was ook dit goed georganiseerd en bij aankomst in Hanoi kreeg ik al een telefoontje van Tulip Tours, de vertegenwoordiger van VJ in Vietnam. De afspraak voor een bezoek was gemaakt en het enige wat we behoefden te doen was in Hoi An contact opnemen met mevrouw Phi van het TamTamcafé. Dat hadden we gisteren gedaan en vanochtend waren we door haar met een busje opgehaald.

De Le Do-school stond in een arme wijk. De lokalen sober ingericht met schoolmeubilair dat op een respectabele leeftijd kon bogen. De enige luxe was een zuiveringsinstallatie voor drinkwater die door ons reisbureau was geschonken. Van mevrouw Phi hoorden we dat iedere school een bijdrage van de staat ontvangt maar in hun geval was dat niet meer dan het minimaal noodzakelijke. Anders dan bij een aantal scholen in het centrum droegen de meeste kinderen hier geen schooluniform. De reden was dat hun ouders daar geen geld voor hadden. Toch zagen ze er allemaal netjes gekleed uit, oneindig veel beter dan ik in bijvoorbeeld Ethiopië of Kenia had gezien.
Alleen in de hoogste klas droegen zes of zeven kinderen een witte bloes met een rode halsdoek. Van mevrouw Phi begreep ik dat een kwart van de leerlingen door of via haar werd ondersteund met voeding en kleding. Ik vroeg of dit bij alle scholen in Hoi An het geval was en kreeg desgevraagd te horen dat er grote verschillen waren. De scholen in het centrum zagen er beduidend beter uit omdat de ouders van de leerlingen daar meer geld verdienden en bijdroegen in de kosten van het onderwijs.
Over de toekomstverwachtingen voor de leerlingen van Le Do hoefde je je geen illusies te maken. Hoewel hun leerprestaties niet wezenlijk afweken van kinderen van andere scholen was de kans dat ze door mochten leren verwaarloosbaar klein. Hun bestemming lag eigenlijk al vast bij hun geboorte. Dat was werken op het land of in een fabriek.
Voilà de Egalité van het Vietnamese systeem. Alle mensen waren gelijk maar de bewoners van de wijk waarin deze school stond waren duidelijk wat minder gelijk.

Maar de ontvangst door de kinderen was hartverwarmend. Al die glimmende koppies die ons toelachten. We werden toegezongen, mochten de school bekijken en hadden uiteraard wat meegenomen om uit te delen. Wil, die in een koor zingt, mocht in de laagste klas een liedje met ze instuderen en na nauwelijks tien minuten zongen ze Poesje mauw mee of dat al jaren tot de verplichte nummers van hun groep behoorde.
Hoe zou er in Nederland gereageerd worden op een dergelijk bezoek? Hetzelfde denk ik. Voor kinderen is het een plezierige onderbreking van het dagelijkse ritme. De juffrouwen en een meester hier vonden het ook wel best en gaven alleen wat aanwijzingen bij het zingen.
Na een klein uur hadden we het bezoek beëindigd maar niet nadat we nog een bedrag doneerden voor twee kinderen uit een gezin waarvan de moeder kortgeleden was overleden. Genoeg voor een paar maanden rijst vertelde mevrouw Phi en ik ging er maar van uit dat het geld daar voor gebruikt zou worden.

Wat deden we nog meer deze dag? Het weer was nog steeds aan de sombere kant. Lekkere temperatuur, dat wel maar tegen de middag werden we weer verrast door een aantal korte buien die wat mij betreft beter weg hadden kunnen blijven.
Als lunch schoven we op de markt aan voor een kom soep bij een straatrestaurant. Ik ben altijd wat huiverig voor dat eten buiten, voor je het weet ben je een paar dagen veroordeeld tot intensief toiletgebruik. Maar het zag er daar schoon uit en m’n buik voelt nog steeds goed aan. Ook hier vroeg het meisje dat bediende of we de Euromuntstukken die ze bezat, wilden inwisselen voor Dollars of Dongs. Ze ontvangen die waarschijnlijk als fooitje van Europese toeristen maar kunnen daar niets mee omdat banken geen muntstukken inwisselen.
Het bruidspaar van de dag was voor de verandering niet in het zwart en wit maar in blauw en rood. Ze zagen er prachtig uit, die twee en hadden daardoor niet aan belangstelling te klagen. Fotografen stonden op een rijtje. Ook mooi was een hurkende Vietnamese op de stoep die een blik in de ogen had die van alles kon betekenen. Zoiets van: “Waar begin je aan kind.” Voor de lezers die zelf liever bepalen wat mevrouw dacht heb ik ook haar vereeuwigd.

Er waren meer toeristen dan vorige keer. Daaraan en aan het groeiende aantal winkels met souvenirs, schilderijen en houtsnijwerk leid ik af dat het toerisme nog steeds groeit. Zoiets gaat echter vaak ten koste van de authenticiteit van een plaats met Volendam-achtige verschijnselen als onvermijdelijk gevolg. In al die winkels stond een overvloed aan personeel dat waarschijnlijk op provisiebasis werkte. Het gevolg daarvan was dat je tijdens je wandeling voortdurend werd aangeklampt. Jongens en meisjes die bij iedere passerende toerist van hun plaats opveerden en hem of haar hun welkom in de oren tetterden. “You want to see my shop? Where do you come from, good price etc.”
Het wordt ze misschien zo geleerd maar ik vond het op een gegeven moment hinderlijk worden. Probeerde het nog met: “Jongens, meisjes, als opa iets kopen wil zegt ie dat wel,” maar het kwam niet over. Bij de eerste de beste winkel waar ik even binnen iets wilde bekijken stond er gelijk eentje achter me. “Very nice, sir.”

Ik schenk nog maar eens een glaasje in op m’n balkon. Buiten valt bui nummer zeven of acht van vandaag. M’n Ipod is overgegaan op Frans en Becaud zingt: ‘Et maintenant, que vais-je faire’. Daar sta ik nu, bedoelt ie. Wat kan ik nog doen, wil ik nog doen? De tout ce temps, que sera ma vie. Met de tijd die me nog rest. Niet echt een vrolijk verhaal.
Verstandig om bij zo’n tekst een glaasje rood in te schenken realiseer ik me. Alsof ik een voorgevoel had van wat er zou komen.
Becaud, Aznavour, Clerc, Cabrel ook, Patricia Kaas. Grootheden maar Franse chansons zijn uit in Nederland. Wanneer hoor je nog een Franse zanger of zangeres op de radio? Nooit. Nou ja, nauwelijks. De taal van de Popular Music is voor 90 procent Engels. Bij voorkeur met een geknepen stemmetje gezongen.
Wat had ik ook al weer opgeschreven als uitgangspunten voor de beoordeling van deze dag. Even kijken, ah, liberté, egalité, fraternité. Vrijheid, gelijkheid, broederschap. Rechten en plichten.
Hoe het er met de gelijkheid voor staat hebben we bij ons schoolbezoek kunnen waarnemen. Misschien is het beter om ‘gelijk’ in de uitdrukking te vervangen door ‘gelijkwaardig’. Niet dat het iets aan de situatie verandert maar voor m’n gevoel drukt het beter uit wat bedoeld wordt.
Over de Vietnamese liberté kan ik kort zijn. Dat is een andere vrijheid dan de onze. De erfgenamen van oom Ho houden de teugels strak en er zal nog heel wat water door de Mekong moeten stromen voor daar verandering in komt.
Blijft de fraternité over. Broederschap. Ik kan me er van alles bij voorstellen. Bijvoorbeeld dat je iemand die op een minder gelukkige plaats geboren is, een beetje helpt. Een mooi idee, goed voor je karma werd me jaren geleden in India verteld.
Als een kleine Koenders proberen om het leven voor iemand een beetje plezieriger te maken. Hoe en waarmee staat me nog niet goed voor ogen maar dat komt wel als we weer thuis zijn.
Et maintenant, je vais le faire
de tout ce temps, que sera ma vie .

9-3-2009
erJeetje

dscn0204

 

p1030334

 

p1030335

 

p1030336

 

p1030337

 

p1030340

 

p10303411

 

p1030342

 

p1030353

 

p1030354

 

p1030360

 

p1030367

 

p1030379

 

p1030385

 

p1030394

 

p1030395

 

p1030398

 

p1030400

 

p1030401

 

 


[begin]