07 nov 2009

18. De koffieroute

0 Reacties

Of ik wist dat er zoveel koffie uit Vietnam kwam? Nee dus. Brazilië, Ethiopië, akkoord, maar Vietnam als koffieproducent was nieuw voor me. Onderweg van Pleiku naar Buon Ma Thuot reden we echter als het ware bijna tussen de koffiebonen door. Kilometer na kilometer passeerden we koffieboerderijen met koffiebonen aan de struik, in gestapelde balen of drogend langs de kant van de weg. Als afwisseling zo nu en dan een dorpje, rubberplantages met de hevea brasiliensis en bospercelen met dennen waaruit hars werd afgetapt.
Buon Ma Thuot bereikten we om een uur of een. Bij het binnenrijden werd gelijk duidelijk dat het de hoofdstad van de provincie was. Veel meer stad dan Pleiku, met brede lanen, veel grote gebouwen, in het centrum een aantal moderne winkels en de bekende kerstboom die uit Heinekenflesjes bestaat.Ons hotel lag aan de rand van de stad. Het was er een met grote kamers, alleen de badkamer was wat klein uitgevallen. Maar voor die ene nacht die we hier zouden doorbrengen was het ruim voldoende.
We gebruikten er een snelle lunch en gingen daarna op weg naar de Drai Sap waterval.
Overigens intrigeerden de koffieplantages die we gezien hadden, me nog steeds. En dat was niet alleen omdat het zo moeilijk is om ergens een lekkere kop koffie in deze streek te vinden. Ik nam me daarom voor om er wat meer over te weten te komen.
Weer thuis ging ik daarom via internet op zoek en ik stuitte op honderden artikelen over de koffieteelt en de problemen waarmee de koffieboeren in tientallen landen te maken hebben.

Wat is het geval? Tot 1989 werd de wereldwijde koffiemarkt gereguleerd door het zogenaamde koffieakkoord. Hierbij regelde de Internationale Koffie Organisatie (ICO), die de import- en exportlanden verenigt, de markt door de verdeling van quota. Dat wil zeggen dat jaarlijks het wereldverbruik van koffie werd geschat en exportquota werden toegewezen om de wereldwijde productie te verdelen. De ICO bepaalde eveneens de minimum- en maximumprijs per pond koffie om overproductie tegen te gaan; wanneer de marktprijs onder de minimumprijs zakte, werd het marktaanbod automatisch beperkt.

In 1989 trokken Brazilië en de VS zich terug uit het koffieakkoord. Ze brachten de koffie op de vrije markt en openden daarmee de deur naar een chaotische marktontwikkeling en overproductie. De gevolgen bleven niet uit. Er ontstonden grote prijsschommelingen in de jaren negentig gevolgd door een enorme prijsval. De consequenties daarvan konden natuurlijk niet uitblijven.
Naast overproductie door bestaande koffieproducenten had de vrije markt ook toegang aan nieuwkomers verschaft. Vietnam speelde daarbij een hoofdrol. Met hulp van de Wereldbank had het land zich op de koffieteelt gestort en was uitgegroeid tot nummer twee als koffie-exporteur na Brazilië.
Voor ontwikkelingslanden was koffie, na ruwe olie, het belangrijkste exportproduct. Ongeveer 20 tot 25 miljoen gezinnen waren voor hun levensonderhoud afhankelijk van de teelt ervan.

Even een paar cijfers over de hoeveelheden koffie die jaarlijks werden geproduceerd. In 2001 waren dat wereldwijd 116,3 miljoen zakken (van 60 kilo). Bijna 10 miljoen zakken meer dan de geschatte consumptievraag van 106,7 miljoen zakken. De prijzen waren in vier jaar tijd met ruim 50 % gekelderd en het prijspeil op de wereldmarkt was het laagste sinds 40 jaar.
De producerende landen hadden nauwelijks nog invloed op de koffieprijs omdat deze werd bepaald door de wet van vraag en aanbod op wereldniveau. Het aanbod was al een aantal jaar groter dan de vraag en het waren vooral de koffiehandelaren die hiervan profiteerden. De ontwikkelinglanden op hun beurt verarmden juist door de lage prijs en moesten op een gegeven moment zelfs lenen van de tussenhandelaren om de koffieteelt voort te kunnen zetten.
Het negatieve effect daarvan kon niet uitblijven. Armoede, hongersnood en ondervoeding sloegen toe. Kinderen konden niet meer naar school en plantagearbeiders kwamen met hun gezinnen zonder enige voorziening op straat te staan. Veel mensen verlieten ten einde raad hun grond en vertrokken naar de stad op zoek naar een betere toekomst. Die steden konden de duizenden boeren door gebrek aan een sociaal opvangnet echter niet opvangen.

In Midden- en Zuid Amerika probeerden deze vluchtelingen een nieuw leven te bereiken door te proberen om illegaal te emigreren, meestal naar de Verenigde Staten. Het merendeel werd echter onderweg, in Guatemala, Mexico of aan de grens met de VS opgepakt en naar hun land teruggestuurd. Velen bereikten hun bestemming niet omdat ze onderweg stierven door het verblijf in hermetisch gesloten vrachtwagens waarin ze tijdens het doorkruisen van woestijnachtig gebieden urenlang werden blootgesteld aan de hitte.
Ik vond nog een artikel, dat in 2003 werd geschreven door een freelance journalist, Guus Geurts genaamd. Het beschrijft voornamelijk de situatie in Vietnam en is als stukje geschiedenis belangrijk genoeg om hier aan te halen omdat het handelt over het gebied waar wij doorheen reden. Ik heb een deel van het artikel van Geurts hierna samengevat. Het volledige artikel staat te lezen in www.guusgeurts.nl
“Vietnam is sinds 1986 via haar zogenaamde Doi Moi-beleid langzaam het pad opgegaan van economische integratie in de mondiale economie. Met doi moi wat ‘nieuwe verandering’ betekent was het weer toegestaan om zelf een bedrijf te leiden of land te bezitten en werd een begin gemaakt met deregulering, privatisering en liberalisering. Binnen de landbouw betekende dit een verandering van zelfvoorziening naar commercialisering en exportgerichtheid.

De deels vruchtbare gronden in de Centrale Hooglanden werden hierbij ingezet voor voornamelijk koffieproductie, maar ook rubber was een belangrijk exportgewas dat geteeld werd in dit gebied.
Dit was echter niet altijd het geval geweest. Tot aan de oorlog met de Verenigde Staten (1965-1975) bestond dit gebied vrijwel geheel uit tropisch en gematigd oerbos waarin zich enkele door de Fransen opgezette missieposten bevonden. De bewoners van deze streek behoorden vrijwel allemaal tot inheemse bevolkingsgroepen, ‘montagnards’ genoemd. Een gedeelte van deze mensen had zich in de loop der jaren tot het christelijke geloof bekeerd en was toegetreden tot een katholieke – of een protestantse kerk. Vietnamezen zijn daarentegen in meerderheid Boeddhistisch.
Een gedeelte van het aanwezig oerbos verdween toen de Amerikanen op grote schaal het ontbladeringsmiddel Agent Orange inzetten. De gevolgen daarvan zijn nu nog zichtbaar via kale heuveltoppen, waar nog steeds geen bomen kunnen groeien.
Na afloop van de oorlog, in 1975, stimuleerde de Vietnamese overheid de grootschalige migratie van etnische Vietnamezen (de Kinh) vanuit Noord-Vietnam naar de Centrale Hooglanden. Tussen 1975 en 1990 verhuisde zo een miljoen mensen. Deze migratie werd enerzijds georganiseerd uit strategisch oogpunt omdat het gebied aan Laos en Cambodja grenst. Anderzijds had het tot doel om de inheemse volkeren onder controle te houden. Die hadden namelijk tijdens de oorlog vooral het Amerikaanse leger gesteund en er was al jaren sprake van een afscheidingsbeweging binnen deze volkeren. Via de FULRO (Franse afkorting voor ‘het verenigde front voor de strijd van onderdrukte volkeren’) waren zij jaren actief geweest tegen hun respectievelijke bezetters, de Fransen, Zuid-Vietnam en sinds 1975 het verenigde Vietnam. Dat de nieuwkomers, Kinh uit Noord Vietnam, hun land afnamen zette natuurlijk kwaad bloed.

Doordat de leiders vluchtten, de strijd staakten of gevangen werden genomen, hield FULRO echter in 1992 op te bestaan in Vietnam. Vluchtelingen zetten de strijd echter voort vanuit de Verenigde Staten via de Montagnards Foundation Inc.
Vanaf begin ’90 verhuisden er nog eens 400.000 Kinh naar het gebied, aangetrokken door de ‘dollartree’, zoals de koffie genoemd werd omdat er in die tijd zo’n goede prijs voor betaald werd.
De Vietnamese overheid faciliteerde de kap van enorme stukken regenwoud. Zo kon het areaal groeien van 155.000 ha in 1995 naar 550.000 ha in 2001.

Een deel van de inheemse bevolking ging ook over op de teelt van koffie, anderen organiseerden zich in het verzet tegen de onteigening van het land van hun voorouders.
De enorme koffie-expansie bleef niet zonder gevolgen. Vietnam werd van een onbeduidende producent de tweede ter wereld, achter Brazilië, en daarmee de grootste producent van Robusta-koffie, een van de twee koffievarianten. De andere soort, waarvan de kwaliteit beter is, heet Arabica.
Zoals hierboven reeds beschreven daalde de wereldmarktprijs voor koffie eind 2002 naar een historisch dieptepunt. De gevolgen waren dramatisch voor de miljoenen kleine koffieboeren in Afrika, Latijns- en Centraal-Amerika en Azië.
Ditzelfde gold voor de boeren in Vietnam. Tachtig procent van de koffie werd geteeld door kleine boeren, twintig procent door het staatsbedrijf VinaCafé. De verkoopprijs zakte tot een prijsniveau onder de kostprijs waardoor de zelfstandige boeren hun schulden niet meer terug konden betalen. Geld dat was geleend bij banken, privépersonen en handelaren.
Ook was men vaak gebonden aan leveringscontracten, zodat men gedwongen was om door te gaan met de teelt van koffie. Hier niet aan voldoen betekende het verlies van het land. Ook banken eisten de eigendomsrechten van het land op wanneer leningen niet op tijd werden terugbetaald.
Eerder goed verdienende kleine boeren die al allerlei luxe consumptiegoederen hadden aangeschaft, kwamen in grote financiële problemen. Volgens de Vietnam Economic Times uit die tijd had 45% van de huishoudens gebrek aan voedsel, had 66% bankschulden en moest 45% buitenshuis bijwerken om het hoofd boven water te houden.
Ondertussen bracht een 1 kg koffie net zoveel op als 1 kg rijst.

In de jaren daarna werden duizenden hectares koffie gekapt en men ging naarstig op zoek naar gewassen die wel een stabiele prijs boden op de wereldmarkt. Maar door de bankleningen en leveringscontracten was men soms gedwongen om koffie te blijven telen. Daarbij komt dat een koffieplant 5 jaar nodig heeft om tot volledige wasdom te komen en veel kunstmest en water voor een redelijke productie. Je moet dus veel kosten maken voordat je kunt oogsten.
Wat waren de gevolgen? Naast de sociale problemen ontstonden er milieuproblemen, zoals het verlies aan biodiversiteit door de kap van bossen en bodemerosie op de gekapte hellingen. Door de massale irrigatie vielen rivieren droog, en daalde het grondwaterpeil. Tijdens een droogte in 1998 had daardoor 90% van de huishoudens te maken met watertekorten. Door de waterprijs die vervolgens steeg, verloren kleine boeren 70.000 hectare aan koffieteelt.

De ontstane situatie was voor de oorspronkelijke – inheemse – bevolking nog het moeilijkst te verteren. Die hadden eerst hun land zien veranderen in koffieplantages die vervolgens weer gekapt werden. Daarbij behoorden zij over het algemeen tot de armste bevolkingsgroep van Vietnam; 75% van hen leefde onder de armoedegrens ten opzichte van 31% van de etnische Kinh.
Die ontevredenheid zocht natuurlijk een uitweg. Begin 2001 zouden twee protestante priesters van inheemse afkomst zijn opgepakt en gemarteld in de provincie Gialai. Hierop kwam de jaren opgekropte woede van een deel van de minderheden tot uitbarsting. Niet alleen omdat ze haar grondgebied was kwijtgeraakt en de lage koffieprijs grote problemen veroorzaakt had, maar ook omdat vooral het protestante deel van hen al jaren te maken had met ernstige repressie van hun geloof. Begin februari gingen duizenden mensen de straat op vooral in Pleiku en Buon Ma Thuot. Wegen werden geblokkeerd, telefoonlijnen doorgesneden en een postkantoor in brand gestoken. De politie en het leger reageerden met harde hand, tientallen mensen werden opgepakt. Wat er allemaal gebeurd is valt moeilijk te achterhalen omdat de inwoners daar over het algemeen weinig of niets willen vertellen.”

Tot zover het artikel van Guus Geurts.
De afgelopen jaren heeft de wereldprijs van koffie zich voor een deel hersteld van de situatie zoals die bij het begin van de eeuw bestond. In Vietnam werd gewerkt aan verbetering van de kwaliteit en in plaats van uitsluitend Robusta wordt er nu ook Arabica verbouwd. Overvloedige regenval zorgde een paar jaar geleden echter voor een grotendeels mislukte oogst
Wat de situatie voor de inheemse bevolking betreft zouden de sociale omstandigheden verbeterd zijn maar het is moeilijk om te toetsen in hoeverre dit werkelijk het geval is.
De route naar uw kopje koffie. Het lijkt me een beetje een koude douche voor iemand die onwetend dagelijks van z’n kopje Espresso of Cappuccino geniet.
Ik bewaar het verhaal over de waterval daarom voor een volgend hoofdstuk.

17 mei 2009
erjeetje

dscn0357-kopie

p1030615

 

p1030617

 

p1030618

 

p1030619


[begin]