04 feb 2010

Dinsdag 12 december. Een hele dag om bezienswaardigheden in Hanoi te bekijken. Met de fietstaxi, lopend, zittend, in het licht en ’s avonds in het donker. Een hele dag met verkeerslawaai, behalve in het park van oom Ho. Daar heerst rust hoewel, wie hollen daar zo lachend de trappen van het mausoleum af?
Nadat we gisteravond nog even een programma voor vandaag hadden samengesteld was het goed slapen geweest in de voortreffelijke bedden van hotel Galaxy. Een plezierig hotel dat aan een van de pleinen in het centrum ligt. Dat betekent dat er veel verkeer langs komt maar binnen merk je door de dubbele ramen nauwelijks iets van het lawaai.
Een snelle blik naar buiten tijdens een vroeg toiletbezoek, vier uur of half vijf, had me geleerd dat ze hier al vroeg op weg gaan. De bromscooters reden namelijk toen al in rijen voorbij. En dat gaat dus de hele dag door. Toen we gisteravond om een uur of tien bij ons hotel arriveerden was het ook nog aardig druk op straat. Iets minder dan overdag misschien maar voor Nederlandse begrippen veel verkeer. En wij kunnen er toch ook wat van. Ik heb geen idee of er net zoals bij ons een maximum snelheid van veertig kilometer voor brommers geldt. Een helm is trouwens ook niet verplicht. Slechts een handjevol rijders dat ik met zo’n ding op het hoofd zie.Overigens moet ik er niet aan denken dat ze hun handige vervoermiddel allemaal willen vervangen door een auto. Nu rijden er daar maar een beperkt aantal van, vooral taxi’s en bussen.
Wij gaan om tien uur op pad en onze fietsers staan al buiten te wachten. Het mausoleum van oom Ho, boys. Dat kennen jullie toch wel, hè? Yes, maar eerst moet er onderhandeld worden over de prijs. Of we niet een hele dag gebruik van ze willen maken. Willen we dat? Tsja, ach, dat ligt er aan. Laat ook eigenlijk maar, misschien willen we later op de dag wel gaan wandelen. Kortom heren, wat kost een ritje naar het mausoleum?
One hundredthousand? Pff, nou niet weer mannen, two dollar en verder geen gezeur. Even later mengen onze fietsers zich met het overige verkeer. Het valt me nu op dat in veel straten eenrichtingsverkeer geldt. Verkeerslichten zijn ook in ruime mate aanwezig en worden vaak door iedereen genegeerd behalve als er politie bij staat om een oogje in het zeil te houden. Dat geldt ook voor de zebrapaden.
De straten zijn op veel plaatsen versierd met vaantjes en vlaggen. Ook hangen hier en daar rode spandoeken dwars over de weg. Zestig jaar staat erop en de datum van negentien december. Zou het land soms 60 jaar bestaan? Eens kijken, het is nu 2006, teruggerekend kom ik dan op 19 december 1946. (Blijkt achteraf de datum te zijn waarop de Vietminh onder leiding van Ho Chi Minh over ging tot de aanval op Franse troepen in Hanoi.)
Wij arriveren bij het mausoleum van Ho Chi Minh en spreken met onze jongens af dat ze op ons zullen wachten.
Zoals te verwachten zijn we niet de enige bezoekers hoewel het tijdens ons vorige bezoek, een paar jaar geleden, drukker was. Maar toen was het een zondag als ik me niet vergis. We moeten in ieder geval eerst betalen voor we naar binnen mogen en passeren daarna een aantal controles. Oompje Ho zoals de Vietnamezen hem noemen blijft vooralsnog voor ons verborgen.
Uncle Ho, where can we find uncle Ho? Deze kant op roept een bewaker en we arriveren bij een gebouwtje waarin een groep mensen staat te wachten. Je kunt de tijd korten met het bekijken van een onduidelijke video met beelden over de oorlog. Na een minuut of vijf mogen we weer verder maar eerst komt er weer een controle waar we tassen en camera’s moeten afgeven. Kunnen we nu naar het mausoleum? Yes, maar het moet nu plotseling snel, snel. Ik ben de laatste van de groep die het grote stenen gebouw binnen mag gaan. Niet blijven staan had ik gelezen, daar houdt oom Ho niet van. Een erewacht van een man of veertig houdt toezicht. Ze staan in de houding met gezichten waarop weinig te lezen staat. Eerbied misschien. Ja, ik loop wel door, boys, ik ben alleen niet zo vlug meer. Hoeveel trappen hebben ze hier eigenlijk?
De grote roerganger (of was dat het koosnaampje van Mao?) heeft geen echt laatste rustplaats gevonden maar is geconserveerd voor de eeuwigheid. In een koele zaal ligt hij opgebaard in een grote glazen sarcofaag. Een kleine man met golvend haar en een puntsikje. Als ik niet beter wist zou ik denken dat hij ligt te slapen. Maar het zijn slechts z’n stoffelijke resten die hier liggen, het vertelt niets over de power, de geestkracht, de bevlogenheid, de wilskracht, het charisma waarmee het bezield moet zijn geweest. Ik vraag me af waarom men hem hier heeft neergelegd. Vervult uncle Ho, ooit aanbeden door z’n aanhangers en op z’n minst net zo gehaat door hun tegenstanders, nu een rol als symbool van nationale eenheid? Om noord en zuid te verenigen wellicht? Ik weet het niet. Vast staat in ieder geval dat deze man geschiedenis heeft geschreven. Eerst Noord Vietnam naar zelfstandigheid gevoerd, daarna het tegenstribbelende Zuid Vietnam veroverd en daarbij het puikje van Franse en Amerikaanse troepen aan z’n zegekar gebonden. Dwars tegen alle logica in. Vraag niet wat het gekost heeft. Ik bedoel aan mensenlevens.
Tijd voor meer of andere overwegingen wordt me niet gegund. Ik moet doorlopen en sta al weer buiten voor ik het verwacht. De anderen staan bij de trap op me te wachten. Waar ik zo lang bleef?  Ja gewoon, voor we naar binnen gingen schoot m’n schoenveter los en ik …. maar moet je nou toch eens kijken. En dan blijkt waarom we moesten opschieten. Het mausoleum gaat namelijk dicht en de soldaten van de erewacht komen elkaar duwend en onder veel gelach naar buiten. Leggen hun eerbied af alsof het een jasje is en stellen zich op om door hun leider afgemarcheerd te worden. Daarom moesten wij ons haasten, elke minuut getreuzel van onze kant gaat van hun lunchpauze af.
Wij halen onze tassen en camera’s op en maken ons op om het museum van Ho Chi Minh te bekijken maar helaas, sluit ook om elf uur en opent weer om half twee. Ik troost me met de beschrijving in onze reisgids waarin het gebouw een betonnen gedrocht wordt genoemd met een interieur dat zo pretentieus is dat oom Ho nooit sympathie zou hebben gekoesterd voor het protserige en kruiperige vertoon. Dat liegt er niet om en we vermaken ons daarom maar met ‘de Pagode met een pilaar’ die bijzonder in trek is om als achtergrond te dienen voor een foto van jezelf. De gefotografeerde trekt daarbij een gezicht alsof z’n laatste ogenblik is aangebroken. Ook heel populair, een groepsfoto van de laatste ogenblikken van de hele familie.
Wij zoeken onze fietsjongens weer op en besluiten eerst wat te gaan eten. Of zij een goed restaurant in de buurt weten. Yes, good restaurant, we will bring you. En daar storten we ons weer in het verkeer, dwars de weg over maar geen mens die zich daar druk over maakt. We arriveren na een paar minuten bij een restaurant dat me bekend voorkomt. Dat is toch…, dat is inderdaad het Brothers café. Druk, heel druk maar ze hebben nog wel een tafeltje ergens achterin. Kunnen de boys hier ook wat eten? Eh nee, die mogen hier hun fietskarren niet parkeren en … Het is duidelijk, in deze Volksrepubliek is iedereen dan wel gelijk maar dat betekent nog niet dat iedereen gelijk wordt behandeld. We geven de mannen ieder 10000 Dong om ergens anders wat te eten en daar hebben ze het niet moeilijk mee. Integendeel.
De uitbaters van Brothers hebben een handige formule bedacht voor hun restaurant. Iedereen mag voor een vast bedrag zo veel eten als ie wil, drankjes worden apart afgerekend. Je schept je bordje maar op bij een van de buffetten en dan is het smullen geblazen. Groot, druk en gezellig en nadat we eerst een plaatsje aan een achteraf tafeltje vonden zorgt de gerant ervoor dat we een betere tafel krijgen. Een man die z’n bezoekers op waarde weet te schatten. Dit café schijnt tijdens een bezoek van Clinton in 2002 het favoriete restaurant te zijn geweest van de ploeg die hem begeleidde.
’s Middags bezoeken we een paar musea waaronder het historisch en rijden daarna naar de kathedraal. Daar zijn de voorbereidingen voor Kerstmis in volle gang. Boven de hoofdingang moet een kerststal op ware grootte worden aangebracht. Dat doe je niet even net zo min als je de figuren van Jozef, Maria en alle andere hoofdpersonen in het Bethlehemverhaal in een namiddag vervaardigt. De poppen ontdekken we bij toeval in een zijkamertje. Ze zijn gemaakt van papier-maché en net in de verf gezet.
No touch, een waarschuwing die we later tijdens onze reis nog een paar keer zullen tegenkomen. Het katholicisme in Vietnam is waarschijnlijk een overblijfsel uit de Franse periode. Na het aan de macht komen van Ho liep het aantal volgelingen terug van zes miljoen naar twee miljoen. Wat de verschillende geloofsvormen betreft is de verdeling over de bevolking van circa 80 miljoen globaal als volgt. Vijfenvijftig procent hangt de leer van Boeddha aan; het resterende deel bestaat uit taoïsten, aanhangers van Cao Dai, de Islam en er is ook nog een half miljoen Protestanten.
Bij ons slaat de vermoeidheid toe, tijd om wat te drinken maar we besluiten om eerst naar het Hoan Kiemmeer te wandelen om bij het Thang Long Water Puppet Theater kaartjes te bestellen voor de avondvoorstelling. Een leuk idee maar nadat we tien minuten in de rij hebben gestaan blijken alle kaartjes voor de avondvoorstelling uitverkocht te zijn. De middagvoorstelling dan die over een kwartier begint?  Maar even niet besluiten we. Lekker zitten met een kop echte koffie.
We kiezen voor een gelegenheid op de vierde verdieping van het hoge gebouw aan het meer waarin overigens op elke verdieping horeca aanwezig is. Beneden ons krioelt het verkeer. Lichten aan want het begint donker te worden. Wij lopen de Chinese wijk in, willen eigenlijk wel wat eten zonder echt honger te hebben en proberen dat in het Café Francais. Een bekende gelegenheid volgens de reisboekjes maar buiten een Frans ontbijt valt daar niets te eten. De vermoedelijke eigenaar, een vermoeid ogende oude Fransman die sterke gelijkenissen met Ramses Shaffy vertoont, laat z’n Vietnamase vrouw nog even in de broodkast kijken maar meer dan twee oude croissantjes levert het niet op. Nou ja, morgenochtend beter. Maar wel een mooie gelegenheid om m’n Frans even op te halen.
Iets anders is dat ik het niet echt warm heb. Hanoi is fris op een decemberavond. En m’n jack had ik na veel gemits en gemaar thuisgelaten in Amstelveen. Sapa waar we over een paar dagen naar toe gaan is nog kouder. Eigenlijk is het helemaal niet zo’n gek idee om hier een jack te kopen. Kosten een fractie van wat het in Nederland kost. De straat waar we doorheen lopen telt honderden winkeltjes, afgewisseld met ongelooflijk smalle steegjes die naar binnenplaatsen voeren. Vastberaden loop ik de eerste de beste kledingzaak binnen om te kijken of ze daar iets passend hebben. Dat valt tegen, zo groot ben ik nou ook toch niet maar bij hun maat large kom ik geeneens in de mouwen. Bij de volgende zaak van hetzelfde laken een pak en ik besluit om het tot morgen uit te stellen maar reken buiten de hardnekkigheid in dit soort zaken van de twee dames in ons groepje.
Toevallig kruisen we een straatje met uitsluitend kledingwinkels en die worden systematisch door ze afgewerkt. Na de zesde zaak lijken we succes te hebben. Yes, ze hebben grote maten. En er worden een aantal kledingstukken XXL en zelfs XXXL getoond. Helaas, het komt in de richting maar is nog steeds te klein voor een Europese reus. Maar de aanhouder wint en zo vind ik tenslotte een mooi gevoerd jack van Nike in de maat XXXXL. Alleen zit er een broek bij. Ja sorry, ik hoef geen broek en heeft u ‘m toevallig ook in blauw? Dat hebben ze en dat van die broek is hier helemaal geen probleem, dan neemt u toch alleen het jack en goedgemutst over het uiteindelijke succes begin ik aan de onderhandelingen over de prijs. Fifteen Dollar? Impossible, five Dollar is enough for a jack without trousers. Maar de verkoopster behoort tot de onvermurwbare soort; eight dollar is haar uiterste prijs en die betaal ik dan maar. Nog geen geld voor een lekker warm waterafstotend jack van een gerenommeerd merk.
Morgen naar Halong Bay. Daar schijnt het vaak te regenen. Nike Jack mee, that’s for sure. Maatje Five eks el. An alien in Vietnam.


[begin]