07 jan 2011

140. Mannen en voetbalplaatjes

0 Reacties

“Als we dit jaar nou weer eens een nieuwjaarsreceptie in de Ingooi organiseren,” had ome Bram in de postkerstweek aan de vaste kern van ouwe jongens voorgesteld. “Effe die laffe oliebollensmaak wegspoelen met een pilsje. Ik denk dat je daar een heleboel mensen een plezier mee doet.”
De reacties op z’n voorstel waren lauw geweest. Het vieren van verjaardagen en bezoeken aan oude moeders in bejaardentehuizen bleken hoger op de prioriteitenlijst van de aanwezigen te staan en omdat ook Frits er niet veel van verwachtte werd het voorstel van Bram zonder hoofdelijke stemming verworpen.
Dan zie ik jullie woensdag wel had ome Bram bij het afscheid gezegd en omdat ze zich een beetje schuldig voelden waren de meeste leden van de vaste supporterskern op de middag van de 5e januari aanwezig. Er werden veel beste wensen uitgewisseld en goede voornemens voor het nieuwe jaar aangekondigd. Daarna ging iedereen met uitzondering van Gajus en meneer Piet, die de voorkeur aan een glaasje wijn gaven, aan de Nieuwjaarspils.

Zoals te verwachten was, gaf het overlijden van Koen Moulijn aanleiding om even stil te blijven staan bij de prestaties van het Rotterdamse idool. Een aardige voetballer was Gijssie van mening met een perfecte voorzet vulde Fransie aan maar over de vraag of ie nou beter was dan Pietje Keizer bleven de meningen verdeeld.
“Hebben jullie dat standbeeld van ‘m nog gezien,” had Nico de discussie daarna omgebogen in een andere richting. “Staat voor het Feijenoord stadion en ziet er niet uit. Had wel wat weg van dat beeld van Wim Kan dat jaren geleden op het Leidseplein stond.”
“Het doet me ook sterk denken aan die beelden van Johnnie Jordaan en z’n collega’s in de Jordaan,” viel meneer Piet hem bij. “En dat van Andre Hazes. Door wie ze die dingen laten maken weet ik niet maar je zou wensen dat er een schoonheidscommissie was die dergelijke bronzen dwergen verbiedt.”
“Volgens mij laten ze die in China maken,” gaf Gajus die zich graag als kunstkenner opwierp, te kennen. Op internet staat vast wel het adres van een beeldenfabriek. Als je een paar fotootjes en de nodige Euro’s aan die lui opstuurt staat drie maanden later een houten krat met je bestelling in brons voor je huisdeur.”
“Een paar fotootjes van je favoriet,” zei ome Bram hoofdschuddend. “Wat een wereld. Maar het is goed dat je er over begint. Spaart die kleinzoon van je voetbalplaatjes? Moet je kijken wat ik van de supermarkt voor hem heb gekregen.” En na wat gezoek in de binnenzak van z’n jas legde hij een enkele centimeters dikke stapel voetbalplaatjes tussen de lege bierglazen.
‘Mooie plaatjes’ waren ze allemaal van mening. Alleen Haagse Karel moest een verhaal kwijt over zijn ervaringen met de betreffende supermarktketen. Dat de kassadame van de super waar hij altijd z’n boodschappen deed hem maar twee zakkies plaatjes had gegeven terwijl hij een bedrag van 29,95 had afgerekend. Doe niet zo rot mens, had ie haar toegevoegd. Je kunt er toch wel drie geven voor die kleinzoon van me. Maar ze was onvermurwbaar geweest. Een plaatje voor elke volledige tien gulden boodschappen, meneer had ze gezegd. Maar hoe was Bram aan zo’n dikke stapel van die plaatjes gekomen. “Zoveel boodschappen doe jij toch niet, bloem?”
Bram had als antwoord iets gemompeld over een kleindochter die wel eens achter de kassa stond bij z’n buurtsuper en had vervolgens met het bekende cirkelende gebaar van z’n wijsvinger aangegeven dat de glazen leeg en de heren dorstig waren. “En doe er meteen een balletje gehakt bij, Frits.”
“Als ze maar niet van de C1000 zijn,” had Gijssie daar droogjes op gereageerd om zich na een dreigende blik van Bram vervolgens verdienstelijk te maken met het verdelen van de plaatjes onder de aanwezige opa’s.
Het onderwerp zou daarmee afgehandeld zijn als Nico niet plotseling begon over een album met voetbalplaatjes van vlak na de oorlog. “1949 of ’50, dat moet jij je toch ook nog herinneren, Gajus?”
En uiteraard, mag ik haast wel zeggen, had deze de bedoelde plaatjes ook gespaard. Of je die nou ergens bij kreeg waren ze allebei vergeten. Maar Gajus kon zich nog goed herinneren dat je ze in zakjes van vijf bij sommige winkels kon kopen. Voor een kwartje bij Sacksioni in de Rijnstraat.
“Ja, ik zie het nog helemaal voor me, Nico. En de dubbele die je had ruilen natuurlijk. Voor een Lenstra drie minder bekende spelers. Die plaatjes waren getekend, weet je nog. Door eh, nou ja, de naam schiet me zo wel te binnen.”
Het bier en dampende gehaktballen maakten even een einde aan hun herinneringen maar zoals het vaak gaat bij dergelijke mannengesprekken bleef het onderwerp de aanwezigen bezighouden.
“Door wie waren die plaatjes eigenlijk getekend had Fransie die het eerste uitgegeten was, gevraagd. Waren die niet van Dick Bruijnesteijn? Die heeft later toch ook Appie Happie gemaakt.”
Er werden een paar andere namen naar voren gebracht waaronder Maz, de schepper van Dick Bos en Marten Toonder van Tom Poes. Het was Gajus die uiteindelijk met de naam van Bob Uschi kwam.
“Bob Uschi, mannen. Zeker weten,” maar voor de tweede keer deze middag bleven de meningen verdeeld en moest Nico beloven om nog maar eens goed thuis naar dat album te zoeken.
“Ja, mooie plaatjes maar zo mooi als het album dat ik ooit had, kan het nooit zijn,” had Gajus daarna nog dromerig opgemerkt. “Heb ik ergens tijdens of vlak na de oorlog van iemand gekregen. Dat album dateerde zo’n beetje uit 1930 – 35 met plaatjes van Wim Lagendaal –  bijnaam het kanon, Bok de Korver, Just Göbel en nog veel meer. Waar het is gebleven? Al sla je me dood. Weggegeven misschien, weggegooid, wie zal het zeggen. Doe me nog een glaasje rood, Frits en schenk de jongens ook nog een keertje bij.”
“Weet je dat ik daar laatst een interessant artikel over heb gelezen,” nam Gijssie na de laatste opmerking van Gajus de leiding van het gesprek over. “Ik blader op internet wel eens in de New York Times en dat stuk ging weliswaar over honkbalplaatjes maar je kon de ervaringen van die Yanks een op overzetten naar hier. Ook mannen van onze leeftijd die nog ergens een album moesten hebben maar dat niet meer konden vinden. Ze hebben daar toen onderzoekingen naar gedaan en ja lach maar, meneer Piet, ze hebben toen duidelijke aanwijzingen gevonden dat die albums op een gegeven ogenblik tot leven kwamen en dan op eigen initiatief verdwenen. Niks te weggooien of weggeven. Die albums verdwenen en geen mens weet waarheen noch is er ooit eentje teruggevonden. Daarom zijn er van de eerste honkbalplaatjes uit 1910 nog maar een paar over. Ik zal het je nog sterker vertellen, een paar jaar geleden heeft een verzamelaar voor een plaatje van een honkbalster uit het begin van de twintigste eeuw, ene Homer Wagner, 1,77 miljoen Dollar betaald.”
Er ging natuurlijk een hartelijk gelach op na zijn verhaal maar er was ook een blik in de ogen van de heren Gajus en Nico waar te nemen die op spijt wees. Spijt dat ze die oude albums niet hadden bewaard.
Het werd niet zo laat deze eerste bijeenkomst van de oude supporterskern in het nieuwe jaar. Beetje rustig aan beginnen verwoordde Gajus het vroege vertrek tegen de uitbater van de Ingooi.
Gaan jullie nou maar lekker zoeken thuis had deze geantwoord. Jullie hebben me trouwens op een idee gebracht. Misschien dat ik over een paar maanden ook wel met zoiets begin. Wat zou je zeggen van een plaatje naar keuze na elk vijfde biertje. En grinnikend had hij het gezelschap uitgeleide gedaan.

Gajus
6-1-2011

Van een bezoeker van de Ingooi ontvingen we onderstaande serie plaatjes.
Getekend door Bob Uschi


[begin]